Personeels- ontwikkeling(en) opvatting: naam en arbeidsrelaties personele functie in
management belangrijkste (verhouding werkgever organisaties
kenmerk(en) - werknemers)
1870 - Paternalisme Industrialisatie & Industriële revolutie: Werknemers zijn Paternalistische Paternalistische zorg en
1918 vroegkapitalisme - Stoommachine eigendom van de personeelszorg: aandacht voor arbeiders, in ruil
- Massaproductie onderneming. - Werkgever voor vlijt, gehoorzaamheid,
- Arbeidsrelaties zakelijker en - Natuurlijk leiderschap bevoogdend, ook trouw en fatsoenlijk gedrag.
onpersoonlijker op basis van sociale buiten de
- Geen controle door overheid op positie. arbeidsrelatie.
arbeidsomstandigheden
- Opkomend socialisme
1918 - Scientific Rationalisatie en Modernisering en massaproductie: Efficiëntie en beheersing. - Controleren en - Wantrouwen van
1945 Management economische crisis - Grote arbeidsorganisaties. beheren. medewerkers (lui en
- Verregaande rationalisering: werk - Scheiding van planning - Vanuit de behoeften onverantwoordelijk).
efficiënt organiseren: en uitvoering (verticale van de organisatie
standaardisering. arbeidsdeling). rederen. Functies (i.p.v. mensen) zijn de
- Systematisch nagedacht over - Opsplitsing van arbeid bouwstenen van de organisatie:
relatie mens-machine. in eenvoudige - Mens als productiemiddel.
deelbewerkingen - De ‘juiste’ persoon voor de
Maatschappelijke modernisering: (horizontale ‘juiste’ taak selecteren.
- Sociale ongelijkheid wordt arbeidsdeling). - De ‘juiste’ persoon de ‘juiste’
ingedamd door - Directe koppeling van werkmethode aan leren
overheidsbemoeienis. beloning aan de (training).
- Georganiseerde vakbewegingen. hoogte van de - Dossiers bijhouden, wettelijke
- Stelsel van arbeidsverhoudingen individuele regelingen.
ontstaat. arbeidsprestatie:
- Regulering van Prestatieloon.
arbeidsverhoudingen door centraal - Directe supervisie:
overleg arbeidsvoorwaarden. mens volgt machine.
- Fundament voor modern sociale
zekerheidsstelsel.