De meest recente druk van dit boek is gebruikt voor deze samenvatting.
Inhoud
‘Winst uit onderneming’ (Lubbers, Meussen) ................................................................................................. 1
Hoofdstuk 1: Winst uit onderneming .......................................................................................................... 1
Hoofdstuk 2: Wie geniet winst uit onderneming? ...................................................................................... 2
Hoofdstuk 3: Wat wordt tot de winst gerekend? ....................................................................................... 4
Hoofdstuk 4: Op welk tijdstip wordt de winst in aanmerking genomen?................................................... 7
Hoofdstuk 5: Ondernemingsfaciliteiten .................................................................................................... 16
Hoofdstuk 6: Daadwerkelijke en fictieve vervreemdingen van de onderneming ..................................... 19
Hoofdstuk 7: Doorschuiffaciliteiten .......................................................................................................... 21
Hoofdstuk 8: De terbeschikkingstellingsregeling in relatie tot de winst uit onderneming ....................... 24
Hoofdstuk 1: Winst uit onderneming
In de eerste belastingwetten werd niet de werkelijke winst belast, maar werd de winst fictief vastgesteld
volgens een ratio. Sinds 1941 wordt de werkelijke winst belast, namelijk alle voordelen onder welke naam
en in welke vorm ook verkregen. Met de Wet IB 2001 kwalificeren minder mensen als ondernemer, maar
is wel het gat tussen ondernemers en mensen in loondienst steeds groter geworden wat betreft faciliteiten.
Het boxensysteem van de Wet IB 2001 belast elke inkomenscategorie apart. In box 1 wordt de winst belast,
en het resultaat uit overige werkzaamheden. De ROW is het resultaat van werkzaamheden dat niet onder
de WUO valt, bijvoorbeeld de terbeschikkingsregeling. Daarnaast worden de winstartikelen uit de Wet IB
ook gebruikt om de winst van de Wet VPB te bepalen, oftewel de winst voor vennootschappen zoals bv’s.
De opbouw van het boek is als volgt: eerst wordt gekeken wie winst uit onderneming geniet, daarna welke
voordelen er zijn, en wanneer die voordelen worden belast. Vervolgens komen de
ondernemingsfaciliteiten, vervreemdingen van de onderneming, doorschuiffaciliteiten en de
terbeschikkingstellingsregeling aan bod.
1