Chemie
Lipoproteïnen
Er zijn 5 (eigenlijk 6) lipoproteïnen → zij vervoeren vet. Ze bevatten fosfolipiden om door de celwand
heen te kunnen gaan. Ze bevatten steeds 5 componenten:
TG = triglyceriden
C = cholesterol
CE = cholesterol esther
PL = fosfolipiden
Eiwitten (APO's) = het herkennen van cellen (bijv. APO-B100)
Lipoproteïnen verschillen in bouw, eigenschappen, oorsprong/plaats synthese en taak.
De 5 lipoproteïnen:
1. Chylomicronen (grootst)
Worden in darmmucosacel gemaakt.
Vet komt hierdoor op de juiste plek (eerst in spiercellen en vervolgens in vetcellen).
Brengt voedingsvet rond (exogeen vet).
Bevat C en CE.
In darmcel wordt toegevoegd: APO B48 + APO A's. Later wordt toegevoegd: APO C-II (activeert LDL)
HDL maakt de APO's.
Chylomicron remnent = overblijfsel chylomicron. Geeft APO C2 terug aan HDL, en deze kan dat weer
gebruiken voor een ander lipoproteïne.
2. VLDL
Bevat veel vet.
Wordt gemaakt in de lever.
TG gaan naar extrahepatische weefsels (buiten de lever).
Als 50% van de TG zijn verdwenen, wordt APO C-II en APO C-III verwijderd en is IDL gevormd.
B100 eiwit = APO = belangrijk voor herkenning.
3. IDL
APO B100 receptor.
Circa 50% wordt door de lever opgenomen; via specifieke herkenning.
Verdere splitsing TG door hepatisch lipase.
Andere 50% gaat na verwijderen APO-E door als LDL.
4. LDL
CE rijk + bevat 1 APO B100 molecuul.
Ongeveer 60% van de totale hoeveelheid circulerend cholesterol bevindt zich in LDL.
Geen synthese, maar ontstaat uit VLDL via IDL.
2 opnamen van LDL
Specifiek = door lever en andere cellen via endocytose.
A - specifiek = door monocyten (gespecialiseerde witte bloedcellen) en spiercellen.
Lipoproteïnen
Er zijn 5 (eigenlijk 6) lipoproteïnen → zij vervoeren vet. Ze bevatten fosfolipiden om door de celwand
heen te kunnen gaan. Ze bevatten steeds 5 componenten:
TG = triglyceriden
C = cholesterol
CE = cholesterol esther
PL = fosfolipiden
Eiwitten (APO's) = het herkennen van cellen (bijv. APO-B100)
Lipoproteïnen verschillen in bouw, eigenschappen, oorsprong/plaats synthese en taak.
De 5 lipoproteïnen:
1. Chylomicronen (grootst)
Worden in darmmucosacel gemaakt.
Vet komt hierdoor op de juiste plek (eerst in spiercellen en vervolgens in vetcellen).
Brengt voedingsvet rond (exogeen vet).
Bevat C en CE.
In darmcel wordt toegevoegd: APO B48 + APO A's. Later wordt toegevoegd: APO C-II (activeert LDL)
HDL maakt de APO's.
Chylomicron remnent = overblijfsel chylomicron. Geeft APO C2 terug aan HDL, en deze kan dat weer
gebruiken voor een ander lipoproteïne.
2. VLDL
Bevat veel vet.
Wordt gemaakt in de lever.
TG gaan naar extrahepatische weefsels (buiten de lever).
Als 50% van de TG zijn verdwenen, wordt APO C-II en APO C-III verwijderd en is IDL gevormd.
B100 eiwit = APO = belangrijk voor herkenning.
3. IDL
APO B100 receptor.
Circa 50% wordt door de lever opgenomen; via specifieke herkenning.
Verdere splitsing TG door hepatisch lipase.
Andere 50% gaat na verwijderen APO-E door als LDL.
4. LDL
CE rijk + bevat 1 APO B100 molecuul.
Ongeveer 60% van de totale hoeveelheid circulerend cholesterol bevindt zich in LDL.
Geen synthese, maar ontstaat uit VLDL via IDL.
2 opnamen van LDL
Specifiek = door lever en andere cellen via endocytose.
A - specifiek = door monocyten (gespecialiseerde witte bloedcellen) en spiercellen.