Hoofdstuk 1, rechtsfilosofie en mensenrechten (HC 1)
Rechtsfilosofie maakt deel uit van twee academische disciplines: de filosofie en de
rechtsgeleerdheid.
Filosofie
Oorspronkelijke betekenis: wetenschap.
Filosofie betreft nu enerzijds een theoretische aangelegenheid die zich bezighoudt met
vraagstukken zoals die naar de mogelijkheid van kennis en wetenschap. Anderzijds is zij een
praktische aangelegenheid die zich bezighoudt met de mogelijkheid van het goede voor de mens
en voor samenleving.
Praktische filosofie: filosofie over de praktijken waarin mensen verwikkeld zijn; filosofie over
het handelen van mensen in de brede zin van het woord (ook wel ethiek genoemd). Ethiek zou
je kunnen vertalen als ‘gewoonte’ of ‘zede’.
Waar praktische filosofie zich in haar algemeenheid richt op het goede van de mens als
privépersoon en als burger in de publieke sfeer, staat binnen de rechtsfilosofie dat laatste aspect
centraal.
Immanuel Kant: de mens kan aan de hand van twee assen worden gekarakteriseerd, namelijk als
individueel wezen en als lid van een gemeenschap.
Plato: je kan enkel weten wat een goed mens is door naar een goede samenleving te kijken. Ook
als je vindt dat die verbinding minder sterk is, dan nog blijft het een feit dat de mogelijkheden
van een mens om een goed en geslaagd leven te leiden in belangrijke mate bepaald worden door
het sociale milieu en de politieke samenleving waarbinnen hij geboren wordt. Burger en mens
kunnen niet van elkaar gescheiden worden.
Voorbeeld: wie notaris wil worden moet voldoen aan een aantal eisen voldoen en beschikken over een aantal
vaardigheden. Om het instituut van het notariaat echter te laten functioneren moet een notaris niet alleen goed zijn in
de technische zin van het woord, maar ook in een morele zin: hij moet dienstbaar zijn aan de samenleving als geheel.
De rechtsfilosofie vraagt naar een moreel goede juridische inrichting van de samenleving;
daarmee staat zij dicht bij de politiek en de politieke filosofie.
Het gaat er in de rechtsfilosofie om morele opvattingen omtrent het recht te filteren, te ordenen
en te onderzoeken, op hun onderlinge samenhang en met het oog op het criterium van de
rechtvaardigheid.
Recht
Voorbeeld: mag een politieke partij als de SGP ervan uitgaan dat de vrijheid van vergadering en vereniging
belangrijker is dan het internationale VN-vrouwenverdrag, op grond waarvan alle vormen van vrouwendiscriminatie
moeten worden uitgebannen, dus ook discriminatie op kieslijst van politieke partijen?
In het recht gaat het niet alleen om conflicterende aanspraken, maar ook om conflicterende
waarden.
Bijvoorbeeld: hoe staat het met de bevoegdheid van rechters, al dan niet in internationaal verband, om wetgeving die
op democratische wijze tot stand is gekomen buiten werking te stellen vanwege geconstateerde strijdigheid met de
mensenrechten?
Soms gaat het recht ook om conflicten tussen wat het recht van mij als burger verlangt en
datgene wat ik van mijzelf als persoon eis. Dit is een conflict tussen heteronomie en autonomie.
Positieve/gestelde recht: het geheel van gestelde, regelende en afdwingbare regels dat binnen
een bepaald territorium geldt.
Drie problematische componenten: