Hoorcollege 2 Optische basisregels voor brilaanpassing
Leerdoelen
de optische basisregels voor een brilaanpassing te benoemen.
Basisregels brilafpassing:
- Torsie en verdraaiing
- Doorbuiging van het voorstuk
- De inclinatiehoek van een bril
een voorspelling te doen van de te verwachten klachten bij afwijking
van de optische basisregels voor brilaanpassing.
Een slechte beeldkwaliteit omdat de cilinder as ook gedraaid is.
naar aanleiding van de beschreven klachten te beredeneren van welke
optische basisregels voor een brilaanpassing afgeweken is.
Verdraaiing van de glazen heeft, naast klachten door een foute cilinderas, een
montuur vervorming tot gevolg.
De hoek tussen de veer en het voorstuk van de bril is ongeveer 90°. In zo’n
situatie is geen rekening gehouden met de inclinatiehoek. Bij normaal kijken zal
deze persoon scheef door zijn brillenglazen kijken.
het begrip positieve- en negatieve doorbuiging te beschrijven.
Negatieve doorbuiging: slechte beeldkwaliteit en opnieuw wordt dit veroorzaakt
door coma en astigmatisme van scheef invallende lichtbundels. De bril is te smal
of te smal afgepast waardoor de schedel de veren naar buiten duwt, en de bril
gaat hol staan. Geeft een schuine inval van de lichtbundels, geeft schittering.
Positieve doorbuiging: Verlies van beeldkwaliteit door coma en astigmatisme
door scheef invallende lichtbundels minimaal. Het voorstuk staat dan vlak. Vooral
bij grote brillen is dit vaak het geval, ze krijgen een positieve doorbuiging om de
optische assen van de ogen en brillenglazen samen te laten vallen.
Leerdoelen
de optische basisregels voor een brilaanpassing te benoemen.
Basisregels brilafpassing:
- Torsie en verdraaiing
- Doorbuiging van het voorstuk
- De inclinatiehoek van een bril
een voorspelling te doen van de te verwachten klachten bij afwijking
van de optische basisregels voor brilaanpassing.
Een slechte beeldkwaliteit omdat de cilinder as ook gedraaid is.
naar aanleiding van de beschreven klachten te beredeneren van welke
optische basisregels voor een brilaanpassing afgeweken is.
Verdraaiing van de glazen heeft, naast klachten door een foute cilinderas, een
montuur vervorming tot gevolg.
De hoek tussen de veer en het voorstuk van de bril is ongeveer 90°. In zo’n
situatie is geen rekening gehouden met de inclinatiehoek. Bij normaal kijken zal
deze persoon scheef door zijn brillenglazen kijken.
het begrip positieve- en negatieve doorbuiging te beschrijven.
Negatieve doorbuiging: slechte beeldkwaliteit en opnieuw wordt dit veroorzaakt
door coma en astigmatisme van scheef invallende lichtbundels. De bril is te smal
of te smal afgepast waardoor de schedel de veren naar buiten duwt, en de bril
gaat hol staan. Geeft een schuine inval van de lichtbundels, geeft schittering.
Positieve doorbuiging: Verlies van beeldkwaliteit door coma en astigmatisme
door scheef invallende lichtbundels minimaal. Het voorstuk staat dan vlak. Vooral
bij grote brillen is dit vaak het geval, ze krijgen een positieve doorbuiging om de
optische assen van de ogen en brillenglazen samen te laten vallen.