1. Er zijn drie fundamentele benaderingen in de psychologie: de experimentele, de
differentiële en de ontwikkelingsbenadering. Wat wordt in de differentiële benadering
centraal gesteld?
a) De verschillende deelaspecten van de mens
b) De verschillende gedragsaspecten van mensen
c) Het systematische onderscheid tussen mensen
2. Hoe noemt men de zienswijze in een psychologische school waarin de nadruk gelegd wordt
op ‘het lichaam’ en niet op ‘de geest’?
a) Idealistische zienswijze
b) Interactionalistische zienswijze
c) Materialistische zienswijze
3. Een psychologische theorie waarin benadrukt wordt dat je de mens altijd in interactie
met zijn omgeving moet bestuderen, noem je:
a) Een mechanistische theorie
b) Een organistische theorie
c) Een personalistische theorie
4. Het begrip psychotherapeut slaat op:
a) Een beroepsuitoefening
b) Een psychiater
c) Een theoretische school uit de psychologie
5. Wat is een juiste omschrijving van het klassiek conditioneren?
a) De associatie tussen respons en stimulus wordt geleerd
b) De associatie tussen twee responsen wordt geleerd
c) De associatie tussen twee stimuli wordt geleerd
6. Sandra van zes jaar oud is, toen ze met haar moeder boodschappen ging doen, lelijk
gevallen in de bus toen deze optrok. Nu wil Sandra niet meer in een bus en ook niet
meer in een tram. Met welk begrip wordt het leerproces dat bij Sandra heeft
plaatsgevonden verklaard?
a) Discriminatie
b) Generalisatie
c) Reïnforcement
7. Youssef van 5 jaar oud is doodsbang voor honden. Als hij op straat speelt komt er een
hond aanlopen die hem nieuwsgierig besnuffelt. Youssef staat helemaal stijf van de
angst en durft niets te doen. Een voorbijganger ziet dit en jaagt de hond weg waardoor
Youssef snel naar huis rent. Welke betekenis in leerpsychologische termen heeft het
wegjagen van de hond voor Youssef?
a) Dit is een negatieve beloning
b) Dit is een negatieve reïnforcement
c) Dit is een positieve beloning
8. Een bekende behandeling van angstproblematiek bij een persoon is de exposure-
techniek uit de gedragstherapie. Wat is kenmerkend aan de exposure-techniek?
a) De angstige persoon wordt systematisch beloond voor niet angstig gedrag
b) De angstige persoon moet zich steeds opnieuw blootstellen aan de angstige situatie
c) De angstige persoon wordt geleerd hoe hij zich kan ontspannen
9. Wat wordt in de cognitieve leerpsychologie centraal gesteld bij het verklaren van
leerprocessen?
a) Externe processen zoals opvoeding
b) Interne processen zoals denken
c) Externe en interne processen