THK LTK 1.1.4.
Anatomie
Contactmoment 0164
Voorbereiding
Kennisclip: Anatomical terms – Drawn and defined
De anatomische positie is de standaard positie waarin structuren worden uitgelegd en beschreven.
• De persoon staat rechtop met de armen langs het lichaam en palmen naar voor. De voeten wijzen naar voor
en staan recht naast elkaar op heupbreedte.
Anatomische termen -> Richtingen
• Links en rechts: Wordt gebruikt vanuit het oogpunt van de patiënt.
• Anterieur of ventraal: Voorkant van het lichaam.
• Posterior of dorsaal: Achterkant van het lichaam.
• Superior: Naar boven of richting het hoofd.
• Inferieur: Naar beneden of richting de voeten.
• Proximaal en distaal: Worden gebruikt wanneer je 2 plekken op hetzelfde ledemaat beschrijft.
o Proximaal: Dichter bij waar de armen of benen vastzitten aan de romp.
o Distaal: Verder van de plek waar de armen of benen vastzitten aan de romp af.
• Mediaal en lateraal: Worden gebruikt om 2 punten aan 1 kant van het lichaam te beschrijven.
o Mediaal: Punt dichter bij de middenlijn.
o Lateral: Verder weg bij de middenlijn.
De 4anatomische vlakken:
• Sagittaal: Verdeelt het lichaam in links en rechts.
o Midline als hij door het midden gaat en anders para-sagittaal.
• Frontaal: Verdeelt het lichaam in anterieur en posterior.
• Transverse: Verdeelt het lichaam in superior en inferieur.
• Oblique: Verdeelt het lichaam op een schuine manier.
Aantekeningen
Benamingen:
• Type structuur:
o Slagader: Arteria (a. / mv: aa.).
o Ader: Vena (v. / mv: vv.).
o Zenuw: Nervus (n. / mv: nn.).
o Spier: Musculus (m. / mv: mm.).
o Bot: Os / ossa.
• Vorm, verloop of ligging:
o Cavitas: Holte.
o Longus: Lang.
o Brevis: Kort.
o Major: Groot.
o Minor: Klein.
o Rectus: Recht.
o Obliquus: Schuin.
o Superficialis: Oppervlakkig.
o Profundus: Diep.
,Contactmoment 0205
Voorbereiding
E-module: Mediastinum
Borstholte: Beschrijft de ruimte tussen het sternum, ruggenmerg, thoracale ingang en borstkast.
• Bestaat uit twee caviteiten voor de longen (pleurale caviteiten) en het mediastinum (locatie van het hart).
• Het diafragma is een sheet van spieren die onder de longen zit.
o Het scheidt de borstholte van de buikholte.
o Speelt een belangrijke rol bij ademen: Contractie drukt organen naar
beneden, wat caviteit groter maakt en een vacuüm creëert. Bij relaxatie
verdwijnt dit.
• Thoracale ingang: Botten aan de bovenkant van de borstkast.
o Gevormd door eerste ribben.
• Sternum (borstbeen): Stabiliseert de borstkast.
Het mediastinum is de centrale caviteit in de borstkas:
• Superior mediastinum: Ligt de aortaboog, tracheale bifurcatie en bovenste holle ader.
• Anterieur mediastinum: Ligt de thymus en interne thoracale vaten.
• Midden mediastinum: Ligt het hart, hartzakje (pericardium), middenrif zenuwen en
begin van de aorta etc.
• Posterior mediastinum: Ligt slokdarm, onderste holle ader en deel aorta.
Het pericardium is een zakje in het mediastinum. Het omringt strak het hart en grote vaten hierin.
• Het pericardium bestaat uit 3 lagen en een caviteit:
o Sereuze pericardium: Produceert en reabsorbeerd pericardiale vloeistof en bestaat uit 2 lagen.
▪ Viscerale laag: Zit strak om hart, produceert meeste pericardiale vloeistof en wordt ook wel
epicardium of viscerale sereus pericardium genoemd.
▪ Pariëtale laag: Vormt het midden van de pericardium, reabsorbeerd pericardiale vloeistof en
wordt ook wel pariëtale sereus pericardium genoemd.
• Het middenzenuwrif draagt pijnsignalen van de pariëtale laag.
o Pericardiale caviteit: Ruimte tussen viscerale en pariëtale laag.
▪ Gevuld met pericardiale vloeistof en zorgt voor minder wrijving en beweging van het hart.
o Fibreuze pericardium: Buitenste laag van dik weefsel en houdt hart op z’n plek.
▪ Sternopericardiale liagmenten: Verbindt het pericardium met het borstbeen.
▪ Pericardiophrenic ligament: Verbindt het pericardium aan het diafragma.
▪ Adventitia: Versmelt het pericardium met adventitia (buitenste laag
bloedvat).
Het hart heeft 5 zijdes:
• Anterieur: Rechterhartkamer (ventrikel).
• Diafragmatisch: Linker- en rechterhartkamer (ventrikel).
• Base: Linkerboezem (atrium).
• Rechter pulmonaal: Rechterboezem (atrium).
• Linker pulmonaal: Linkerboezem (atrium) en hartkamer (ventrikel).
• Apex: Linkerhartkamer (ventrikel).
E-module: Anatomie van het hart
Anatomie buitenkant:
• Linker atrium: Linker boezem.
• Rechter atrium: Rechter boezem.
• Linker ventrikel: Linker kamer.
• Rechter ventrikel: Rechter kamer.
• Vena cava superior: Bovenste holle ader.
• Vena cava inferior: Onderste holle ader.
• Atrioventriculaire groeve: Onderscheidt grens tussen atria en kamers.
o De anterieure interventriculaire groeve scheidt de linker- en rechterkamer.
,Linker atria:
• Bevat zuurstofrijk bloed.
• Ontvangt bloed vanuit arteriaa pulmonalis.
• Mitralisklep: Beheerst de bloedstroom en zit tussen linker atrium en ventrikel.
• 4 longaders monden uit in het linker atrium.
Rechter atria:
• Twee grote aders gaan deze kamer binnen en brengen zuurstofarm bloed.
o Superior vena cava: Bovenste holle ader brengt bloed van bovenste deel lichaam.
o Inferieur vena cava: Onderste holle ader brengt bloed van onderste deel lichaam.
• Crista terminalis: Eindkam verdeeld de delen van de rechterboezem.
o Musculi pectinati: Kamvormige spier.
• Interatrial septum: Muur tussen linker en rechterkamer.
Linkerventrikel:
• Krijgt bloed uit het linker atria en stuurt zuurstofrijkbloed naar de aorta.
• Mitralisklep: Bicuspidaal klep/atrioventriculaire klep.
o Zit tussen linker atria en ventrikel.
o Bevat een kraakbeenring -> Anulus fibrosis.
• Aorta: bevat zuurstofrijk bloed.
o 3 halvemaanvormige kleppen.
Rechterventrikel:
• Krijgt zuurstofarm bloed uit het rechter atria en stuurt dit naar de longen.
• Atrioventriculaire kleppen -> Tricuspidaal kleppen: Tussen atria en ventrikel.
De aorta bevat zuurstofrijk bloed.
• Thoracic aorta: Het grootste deel wat zuurstofrijk bloed het lichaam in brengt.
o Ascending aorta: Begint bij de linkerkamer en begin van de aorta.
▪ Vanuit de ascending aorta gaat er een rechter en linker kransslagader over het hart.
o Aortaboog: Het kromme bovenste gedeelte van de aorta in een sternale hoek.
▪ Truncus brachiocephalicus: Komt direct uit de boog en verdeelt zich in carotis communis
dextra (gaat naar hoofd) en arteria subclavia dextra (gaat via sleutelbeen naar eerste rib).
▪ Carotis communis sinistra: Gaat richting het hoofd/hals.
▪ Arteria subclavia sinistra: Gaat direct vanaf de boog.
o Descending aorta: Begint bij 4e rib en eindigt bij 12e in het diafragma.
Overige grote vaten:
• Vena cava superior: Brengt zuurstofarm van weefsels boven diafragma in de rechterboezem.
• Vena cava inferior: Brengt zuurstofarm van weefsels onder diafragma in de rechterboezem (8e wervel).
• Arteria pulmonaris: Longslagader die zuurstofarm bloed van rechter kamer naar longen brengt.
• Venae pulmonariae: Longaders die zuurstofrijk van longen naar linkerboezem brengen. Zijn er meestal 4 (2
per long).
Arteria coronaria dextra: RCA Stamt af van ascending aorta bij de sinus.
Arteria coronaria sinistra: LCA begint bij de ascending aorta. Verdeelt zich in 2.
• Ramus interventricularis anterior: Volgt de anterieure groeve.
• Ramus circumflexus sinister: Gaat langs de andere groeve posterior richting base/diafragmatisch deel.
, Aantekeningen
Holte: Cavitas.
• Cavitas thoracis bestaat uit cavitas pleuralis en mediastinum.
Er zijn twee type bloedsomlopen:
• Longcirculatie: Kleine bloedsomloop. Zuurstofarm -> Zuurstofrijk.
• Systemische bloedsomloop: Grote bloedomloop. Zuurstofrijk ->
Zuurstofarm.
Hart termen:
• Het septum scheidt de linker- en rechterharthelft.
• Anuli fibrosi: Bindweefselringen met atrioventriculaire openingen.
o Vormt bindingsplaats voor hartkleppen.
o Geleidt geen elektrische signalen. Door de bundel van his
gaat een puls vanuit de sinusknoop naar de ventrikels.
• Atrium dextrum: Ontvangt zuurstofarmbloed.
o Vanuit vena cava superior, vena cava inferior en sinus
coronarius.
• Ventriculus dexter: Pompt zuurstofarmbloed naar de longen.
o Dit gaat via truncus pulmonalis -> a. pulmonalis dextra en – sinistra.
• Atrium sinistrum: Ontvangt zuurstofrijkbloed van de longen.
o Dit gaat via vv. pulmonales -> Dextra 2x en sinistra 2x.
• Ventrikulus sinister: Pompt zuurstofrijkbloed naar het lichaam.
o Via de aorta.
Pericardium: Hartzakje.
• Pericardium vibrosum: Buitenste laag.
• Pericardium serosum lamina parietale: Binnenste laag.
• Pericardium serosum lamina viscerale: Dun laagje op het hart als je het hartzakje opensnijdt.
o Tussen pericardium serosum lamina parietale en -viscerale zit de pericardholte.
o Deze twee lagen bestaan uit een geheel maar er zit ruimte tussen waarin vloeistof zit.
Naast het pericardium heeft het hart andere lagen:
• Endocardium -> Myocardium -> Epicardium -> Pericardiale ruimte -> Pericardium -> Hart.
Myocardium: Hartspier.
• Linkerventrikel heeft een dikkere hartspier.
• Endocardium is de binnenbekleding van het hart. De hartkleppen zijn hier ook van gemaakt.
Hartkleppen:
• Reguleren de bloedstroom in en van het hart.
• Zitten vast aan de anuli fibrosi.
• Slecht doorbloed.
• Bekleed met endocardium.
• Valvae atrioventriculares: Tussen atria en ventrikel.
o Verbonden met myocard.
o 2 kleppen.
• Valvae semilunares (halvemaan): Kleppen aan begin truncus pulmunaris en aorta.
o 3 kleppen.
• Ventrikeldiatole: Rust (kleppen open) en Ventrikelsystole: Samentrekken.
o Als een ventrikel samentrekt, doen de musculi papillares dit ook.
o Met chorda tendinae zijn deze verbonden en die komen op spanning.
o Hierdoor slaan de kleppen niet door in het atrium.
Anatomie
Contactmoment 0164
Voorbereiding
Kennisclip: Anatomical terms – Drawn and defined
De anatomische positie is de standaard positie waarin structuren worden uitgelegd en beschreven.
• De persoon staat rechtop met de armen langs het lichaam en palmen naar voor. De voeten wijzen naar voor
en staan recht naast elkaar op heupbreedte.
Anatomische termen -> Richtingen
• Links en rechts: Wordt gebruikt vanuit het oogpunt van de patiënt.
• Anterieur of ventraal: Voorkant van het lichaam.
• Posterior of dorsaal: Achterkant van het lichaam.
• Superior: Naar boven of richting het hoofd.
• Inferieur: Naar beneden of richting de voeten.
• Proximaal en distaal: Worden gebruikt wanneer je 2 plekken op hetzelfde ledemaat beschrijft.
o Proximaal: Dichter bij waar de armen of benen vastzitten aan de romp.
o Distaal: Verder van de plek waar de armen of benen vastzitten aan de romp af.
• Mediaal en lateraal: Worden gebruikt om 2 punten aan 1 kant van het lichaam te beschrijven.
o Mediaal: Punt dichter bij de middenlijn.
o Lateral: Verder weg bij de middenlijn.
De 4anatomische vlakken:
• Sagittaal: Verdeelt het lichaam in links en rechts.
o Midline als hij door het midden gaat en anders para-sagittaal.
• Frontaal: Verdeelt het lichaam in anterieur en posterior.
• Transverse: Verdeelt het lichaam in superior en inferieur.
• Oblique: Verdeelt het lichaam op een schuine manier.
Aantekeningen
Benamingen:
• Type structuur:
o Slagader: Arteria (a. / mv: aa.).
o Ader: Vena (v. / mv: vv.).
o Zenuw: Nervus (n. / mv: nn.).
o Spier: Musculus (m. / mv: mm.).
o Bot: Os / ossa.
• Vorm, verloop of ligging:
o Cavitas: Holte.
o Longus: Lang.
o Brevis: Kort.
o Major: Groot.
o Minor: Klein.
o Rectus: Recht.
o Obliquus: Schuin.
o Superficialis: Oppervlakkig.
o Profundus: Diep.
,Contactmoment 0205
Voorbereiding
E-module: Mediastinum
Borstholte: Beschrijft de ruimte tussen het sternum, ruggenmerg, thoracale ingang en borstkast.
• Bestaat uit twee caviteiten voor de longen (pleurale caviteiten) en het mediastinum (locatie van het hart).
• Het diafragma is een sheet van spieren die onder de longen zit.
o Het scheidt de borstholte van de buikholte.
o Speelt een belangrijke rol bij ademen: Contractie drukt organen naar
beneden, wat caviteit groter maakt en een vacuüm creëert. Bij relaxatie
verdwijnt dit.
• Thoracale ingang: Botten aan de bovenkant van de borstkast.
o Gevormd door eerste ribben.
• Sternum (borstbeen): Stabiliseert de borstkast.
Het mediastinum is de centrale caviteit in de borstkas:
• Superior mediastinum: Ligt de aortaboog, tracheale bifurcatie en bovenste holle ader.
• Anterieur mediastinum: Ligt de thymus en interne thoracale vaten.
• Midden mediastinum: Ligt het hart, hartzakje (pericardium), middenrif zenuwen en
begin van de aorta etc.
• Posterior mediastinum: Ligt slokdarm, onderste holle ader en deel aorta.
Het pericardium is een zakje in het mediastinum. Het omringt strak het hart en grote vaten hierin.
• Het pericardium bestaat uit 3 lagen en een caviteit:
o Sereuze pericardium: Produceert en reabsorbeerd pericardiale vloeistof en bestaat uit 2 lagen.
▪ Viscerale laag: Zit strak om hart, produceert meeste pericardiale vloeistof en wordt ook wel
epicardium of viscerale sereus pericardium genoemd.
▪ Pariëtale laag: Vormt het midden van de pericardium, reabsorbeerd pericardiale vloeistof en
wordt ook wel pariëtale sereus pericardium genoemd.
• Het middenzenuwrif draagt pijnsignalen van de pariëtale laag.
o Pericardiale caviteit: Ruimte tussen viscerale en pariëtale laag.
▪ Gevuld met pericardiale vloeistof en zorgt voor minder wrijving en beweging van het hart.
o Fibreuze pericardium: Buitenste laag van dik weefsel en houdt hart op z’n plek.
▪ Sternopericardiale liagmenten: Verbindt het pericardium met het borstbeen.
▪ Pericardiophrenic ligament: Verbindt het pericardium aan het diafragma.
▪ Adventitia: Versmelt het pericardium met adventitia (buitenste laag
bloedvat).
Het hart heeft 5 zijdes:
• Anterieur: Rechterhartkamer (ventrikel).
• Diafragmatisch: Linker- en rechterhartkamer (ventrikel).
• Base: Linkerboezem (atrium).
• Rechter pulmonaal: Rechterboezem (atrium).
• Linker pulmonaal: Linkerboezem (atrium) en hartkamer (ventrikel).
• Apex: Linkerhartkamer (ventrikel).
E-module: Anatomie van het hart
Anatomie buitenkant:
• Linker atrium: Linker boezem.
• Rechter atrium: Rechter boezem.
• Linker ventrikel: Linker kamer.
• Rechter ventrikel: Rechter kamer.
• Vena cava superior: Bovenste holle ader.
• Vena cava inferior: Onderste holle ader.
• Atrioventriculaire groeve: Onderscheidt grens tussen atria en kamers.
o De anterieure interventriculaire groeve scheidt de linker- en rechterkamer.
,Linker atria:
• Bevat zuurstofrijk bloed.
• Ontvangt bloed vanuit arteriaa pulmonalis.
• Mitralisklep: Beheerst de bloedstroom en zit tussen linker atrium en ventrikel.
• 4 longaders monden uit in het linker atrium.
Rechter atria:
• Twee grote aders gaan deze kamer binnen en brengen zuurstofarm bloed.
o Superior vena cava: Bovenste holle ader brengt bloed van bovenste deel lichaam.
o Inferieur vena cava: Onderste holle ader brengt bloed van onderste deel lichaam.
• Crista terminalis: Eindkam verdeeld de delen van de rechterboezem.
o Musculi pectinati: Kamvormige spier.
• Interatrial septum: Muur tussen linker en rechterkamer.
Linkerventrikel:
• Krijgt bloed uit het linker atria en stuurt zuurstofrijkbloed naar de aorta.
• Mitralisklep: Bicuspidaal klep/atrioventriculaire klep.
o Zit tussen linker atria en ventrikel.
o Bevat een kraakbeenring -> Anulus fibrosis.
• Aorta: bevat zuurstofrijk bloed.
o 3 halvemaanvormige kleppen.
Rechterventrikel:
• Krijgt zuurstofarm bloed uit het rechter atria en stuurt dit naar de longen.
• Atrioventriculaire kleppen -> Tricuspidaal kleppen: Tussen atria en ventrikel.
De aorta bevat zuurstofrijk bloed.
• Thoracic aorta: Het grootste deel wat zuurstofrijk bloed het lichaam in brengt.
o Ascending aorta: Begint bij de linkerkamer en begin van de aorta.
▪ Vanuit de ascending aorta gaat er een rechter en linker kransslagader over het hart.
o Aortaboog: Het kromme bovenste gedeelte van de aorta in een sternale hoek.
▪ Truncus brachiocephalicus: Komt direct uit de boog en verdeelt zich in carotis communis
dextra (gaat naar hoofd) en arteria subclavia dextra (gaat via sleutelbeen naar eerste rib).
▪ Carotis communis sinistra: Gaat richting het hoofd/hals.
▪ Arteria subclavia sinistra: Gaat direct vanaf de boog.
o Descending aorta: Begint bij 4e rib en eindigt bij 12e in het diafragma.
Overige grote vaten:
• Vena cava superior: Brengt zuurstofarm van weefsels boven diafragma in de rechterboezem.
• Vena cava inferior: Brengt zuurstofarm van weefsels onder diafragma in de rechterboezem (8e wervel).
• Arteria pulmonaris: Longslagader die zuurstofarm bloed van rechter kamer naar longen brengt.
• Venae pulmonariae: Longaders die zuurstofrijk van longen naar linkerboezem brengen. Zijn er meestal 4 (2
per long).
Arteria coronaria dextra: RCA Stamt af van ascending aorta bij de sinus.
Arteria coronaria sinistra: LCA begint bij de ascending aorta. Verdeelt zich in 2.
• Ramus interventricularis anterior: Volgt de anterieure groeve.
• Ramus circumflexus sinister: Gaat langs de andere groeve posterior richting base/diafragmatisch deel.
, Aantekeningen
Holte: Cavitas.
• Cavitas thoracis bestaat uit cavitas pleuralis en mediastinum.
Er zijn twee type bloedsomlopen:
• Longcirculatie: Kleine bloedsomloop. Zuurstofarm -> Zuurstofrijk.
• Systemische bloedsomloop: Grote bloedomloop. Zuurstofrijk ->
Zuurstofarm.
Hart termen:
• Het septum scheidt de linker- en rechterharthelft.
• Anuli fibrosi: Bindweefselringen met atrioventriculaire openingen.
o Vormt bindingsplaats voor hartkleppen.
o Geleidt geen elektrische signalen. Door de bundel van his
gaat een puls vanuit de sinusknoop naar de ventrikels.
• Atrium dextrum: Ontvangt zuurstofarmbloed.
o Vanuit vena cava superior, vena cava inferior en sinus
coronarius.
• Ventriculus dexter: Pompt zuurstofarmbloed naar de longen.
o Dit gaat via truncus pulmonalis -> a. pulmonalis dextra en – sinistra.
• Atrium sinistrum: Ontvangt zuurstofrijkbloed van de longen.
o Dit gaat via vv. pulmonales -> Dextra 2x en sinistra 2x.
• Ventrikulus sinister: Pompt zuurstofrijkbloed naar het lichaam.
o Via de aorta.
Pericardium: Hartzakje.
• Pericardium vibrosum: Buitenste laag.
• Pericardium serosum lamina parietale: Binnenste laag.
• Pericardium serosum lamina viscerale: Dun laagje op het hart als je het hartzakje opensnijdt.
o Tussen pericardium serosum lamina parietale en -viscerale zit de pericardholte.
o Deze twee lagen bestaan uit een geheel maar er zit ruimte tussen waarin vloeistof zit.
Naast het pericardium heeft het hart andere lagen:
• Endocardium -> Myocardium -> Epicardium -> Pericardiale ruimte -> Pericardium -> Hart.
Myocardium: Hartspier.
• Linkerventrikel heeft een dikkere hartspier.
• Endocardium is de binnenbekleding van het hart. De hartkleppen zijn hier ook van gemaakt.
Hartkleppen:
• Reguleren de bloedstroom in en van het hart.
• Zitten vast aan de anuli fibrosi.
• Slecht doorbloed.
• Bekleed met endocardium.
• Valvae atrioventriculares: Tussen atria en ventrikel.
o Verbonden met myocard.
o 2 kleppen.
• Valvae semilunares (halvemaan): Kleppen aan begin truncus pulmunaris en aorta.
o 3 kleppen.
• Ventrikeldiatole: Rust (kleppen open) en Ventrikelsystole: Samentrekken.
o Als een ventrikel samentrekt, doen de musculi papillares dit ook.
o Met chorda tendinae zijn deze verbonden en die komen op spanning.
o Hierdoor slaan de kleppen niet door in het atrium.