Samenvatting van het boek Statistics for terrified biologists voor het vak BC2
Gemiddelde van populatie (μ): som van alle meetwaardes / aantal meetpunten (n)
Gemiddelde van steekproef (Xgem): som van alle meetwaardes / aantal meetwaardes (n)
Variantie
Hoe dicht liggen je meetgegevens rond het gemiddelde?
Zegt niets over goedheid van gegevens
Variantie van populatie (σ2):
som van alle (gevonden waarde – gemiddelde waarde)2 / aantal meetpunten
Variantie van steekproef (s2):
som van alle (gevonden waarde – gemiddelde waarde)2 / aantal meetpunten – 1
Standaarddeviatie
Geeft aan hoe sterk je data verspreid ligt rond het gemiddelde
Hoe meer sd’s van het gemiddelde af, hoe minder goed de meting
Standaarddeviatie populatie (σ): wortel van variantie
Standaarddeviatie steekproef (s): wortel van variantie
Z-waarde:
Hoeveel een waarde afwijkt van gemiddelde van populatie
Z = ( X – μ (gemiddelde populatie) ) / σ ( sd populatie)
Z-waarde in tabel staat beschreven in α , bijv. 0.8700 = 87% (altijd van links naar rechts)
Z-waarde wordt gebruikt bij n > 31
T-waarde:
T-waarde wordt gebruikt bij n < 31
T-toets voor één steekproef
o Meetwaarde vergelijken met één steekproef
o T = ( X – Xgem) / s
o I.p.v. met procenten werk je met een Tgrens
o De α is meestal 0,05 (5% afwijking)
o Overschrijd je de grens? Dan is je meting significant anders
One tailed: je meet teveel / te weinig
Two tailed: je meet teveel & te weinig
Df (vrijheidsgraden) = n-1
o 95% BI (betrouwbaarheidsinterval) : betekend dat een waarde binnen de Tgrens en de
–Tgrens ligt
Één steekproef vergelijken met een gegeven waarde
o T = ((Xgem – μ) / s ) * wortel n
o Weer vergelijken met Tgrens
T-toets voor twee steekproeven
o F-test om te kijken of varianties gelijk zijn
o F = S21 / S22
o Grootste variantie boven streep, kleinste onder streep