Van bemoei – naar groeizorg Hoofdstuk 1
Maatschappelijke context van marginalisering
1.1 gevoeligheid voor uitsluiting
Uitsluiting van normale mensen belastingformulieren niet in kunnen vullen, ouderen die
een pinautomaat niet snappen.
Redenen om dak – of thuisloos te worden:
1. Gevoeligheid van uitsluiting geen belastingformulieren in kunnen vullen, niet weten
hoe een pinautomaat werkt.
2. Hoge eisen aan het individu
3. Gebrek aan sociale verbinding geen werk, geen vrienden
Trage vragen = vragen die duiden op de keerzijde van de technomaatschappij.
1.2 hoge eisen aan het individu
Een mens moet beschikken over:
- communicabel
- flexibel
- intelligent
- representatief
- productief
Als je hier niet aan voldoet sociale uitsluiting
1.3 verlies van sociale binding
eerst traditionele gemeenschappen nu samenleving van sociale netwerken
Hulpverlening hoe die opgezet moet worden, voor de moeilijkste categorie.
Probleemkluwen – klanten = Mensen die verschillende problemen hebben en veroorzaken.
Bv verslaving en psychiatrische problemen. complexe problemen.
Problemen op meerdere levensgebieden:
- Werk
- Gezondheid
- Uitkeringen
- Huisvesting
OGGZ= Openbare Geestelijke Gezondheidszorg
Doel: Herintregeren in de samenleving.
Term om de moeilijkste categorie te begeleiden.
Is geen instelling
Instellingen die met elkaar samenwerken
Vraaggericht (wat is de vraag van de cliënt)
Instellingen zijn aanbodgericht
Hebben een bepaald aanbod (psychiatrie, gehandicaptenzorg)
Marginalisering = het niet meer meetellen in de samenleving
, 4 typen zelfzorgend vermogen:
1. Tekorten in de gezondheid, zowel lichamelijk als psychisch.
2. Tekorten in de psychosociale zelfredzaamheid (omgaan met problemen en
stoornissen).
3. Tekorten in het cliëntsysteem (afwezigheid van sociaal netwerk, mantelzorg en
sociale steun).
4. Tekorten in het functioneren
- Maatschappelijke redzaamheid (problemen in contact met instanties en het
regelen van voorzieningen, werk en huisvesting).
- HDL: Huishoudelijke Dagelijkse Levensbehoeften (koken, schoonmaken en
boodschappen doen).
- ADL: Algemene Dagelijkse Levensbehoeften (eten, drinken, wassen en
toiletgebruik).
Sociale binding in de samenleving:
- sterke identiteit
- sociale vaardigheden om contacten te verwerven en te onderhouden.
Hoofdstuk 2 Zorgvermijding en zorgverlamming
2.1 totstandkoming van zorgvermijding en zorgverlamming
Zorgvermijding Zorgverlamming
= =
Anomie vervreemding
= mens (individu) = bij de instanties
= mensen willen geen hulp = willen niet hulpverlenen
Zorgverlamming en zorgvermijding versterken elkaar.
Onvoldoende culturele/normatieve integratie
=
Mensen met centrale normen en waarden behorend bij een actief sociaal burger,
onvoldoende naleven.
Utilitair individualisme = de mate waarin individuen zich onthouden (of bezighouden met) po
eigenbelang gerichte normovertredingen.
Voorbeeld: belastingontduiking, illegaal kopiëren en zwartwerken.
Retraite (terugtrekking) = het hoge levenstempo en de druk om te presteren produceert
afhakers.
Vervreemding = ontstaat als er een te groot en overweldigend kader van instellingen.
individuele integriteit en individuele talenten kunnen niet tot ontplooiing komen.
verzakelijking van instellingen door voorschriften en protocollen.
Discretionaire ruimte = Beslissingsvrijheid en de handelingsruimte waarin professionals
kunnen werken.
Maatschappelijke context van marginalisering
1.1 gevoeligheid voor uitsluiting
Uitsluiting van normale mensen belastingformulieren niet in kunnen vullen, ouderen die
een pinautomaat niet snappen.
Redenen om dak – of thuisloos te worden:
1. Gevoeligheid van uitsluiting geen belastingformulieren in kunnen vullen, niet weten
hoe een pinautomaat werkt.
2. Hoge eisen aan het individu
3. Gebrek aan sociale verbinding geen werk, geen vrienden
Trage vragen = vragen die duiden op de keerzijde van de technomaatschappij.
1.2 hoge eisen aan het individu
Een mens moet beschikken over:
- communicabel
- flexibel
- intelligent
- representatief
- productief
Als je hier niet aan voldoet sociale uitsluiting
1.3 verlies van sociale binding
eerst traditionele gemeenschappen nu samenleving van sociale netwerken
Hulpverlening hoe die opgezet moet worden, voor de moeilijkste categorie.
Probleemkluwen – klanten = Mensen die verschillende problemen hebben en veroorzaken.
Bv verslaving en psychiatrische problemen. complexe problemen.
Problemen op meerdere levensgebieden:
- Werk
- Gezondheid
- Uitkeringen
- Huisvesting
OGGZ= Openbare Geestelijke Gezondheidszorg
Doel: Herintregeren in de samenleving.
Term om de moeilijkste categorie te begeleiden.
Is geen instelling
Instellingen die met elkaar samenwerken
Vraaggericht (wat is de vraag van de cliënt)
Instellingen zijn aanbodgericht
Hebben een bepaald aanbod (psychiatrie, gehandicaptenzorg)
Marginalisering = het niet meer meetellen in de samenleving
, 4 typen zelfzorgend vermogen:
1. Tekorten in de gezondheid, zowel lichamelijk als psychisch.
2. Tekorten in de psychosociale zelfredzaamheid (omgaan met problemen en
stoornissen).
3. Tekorten in het cliëntsysteem (afwezigheid van sociaal netwerk, mantelzorg en
sociale steun).
4. Tekorten in het functioneren
- Maatschappelijke redzaamheid (problemen in contact met instanties en het
regelen van voorzieningen, werk en huisvesting).
- HDL: Huishoudelijke Dagelijkse Levensbehoeften (koken, schoonmaken en
boodschappen doen).
- ADL: Algemene Dagelijkse Levensbehoeften (eten, drinken, wassen en
toiletgebruik).
Sociale binding in de samenleving:
- sterke identiteit
- sociale vaardigheden om contacten te verwerven en te onderhouden.
Hoofdstuk 2 Zorgvermijding en zorgverlamming
2.1 totstandkoming van zorgvermijding en zorgverlamming
Zorgvermijding Zorgverlamming
= =
Anomie vervreemding
= mens (individu) = bij de instanties
= mensen willen geen hulp = willen niet hulpverlenen
Zorgverlamming en zorgvermijding versterken elkaar.
Onvoldoende culturele/normatieve integratie
=
Mensen met centrale normen en waarden behorend bij een actief sociaal burger,
onvoldoende naleven.
Utilitair individualisme = de mate waarin individuen zich onthouden (of bezighouden met) po
eigenbelang gerichte normovertredingen.
Voorbeeld: belastingontduiking, illegaal kopiëren en zwartwerken.
Retraite (terugtrekking) = het hoge levenstempo en de druk om te presteren produceert
afhakers.
Vervreemding = ontstaat als er een te groot en overweldigend kader van instellingen.
individuele integriteit en individuele talenten kunnen niet tot ontplooiing komen.
verzakelijking van instellingen door voorschriften en protocollen.
Discretionaire ruimte = Beslissingsvrijheid en de handelingsruimte waarin professionals
kunnen werken.