Normatieve professionalisering
STAGE D2 OOST – MDL, NEFROLOGIE & DERMATOLOGIE
Praktijkleren 4
INLEVERDATUM: 11 januari 2023
AANTAL WOORDEN: 2.995 (MAX 3.000)
CURSUS: GVE-4.PL4-17
,Inhoud
Focus...............................................................................................................................................................................3
Moreel probleem........................................................................................................................................................3
Morele interventie......................................................................................................................................................3
Eigen handelen, gedrag en houding...........................................................................................................................4
Morele vraag...............................................................................................................................................................4
Onderzoek.......................................................................................................................................................................5
Factoren op meso- en macroniveau...........................................................................................................................5
Ethische begrippen.....................................................................................................................................................6
Onderzoeksfase..........................................................................................................................................................7
Dialoog............................................................................................................................................................................8
Nieuwe perspectieven van zorgprofessionals............................................................................................................8
Eigen opvattingen en overtuigingen...........................................................................................................................9
Eigen bijdrage.............................................................................................................................................................9
Verandering...................................................................................................................................................................10
Beantwoorden van de morele vraag........................................................................................................................10
Nieuwe inzichten......................................................................................................................................................10
Heroverwegen persoonlijke overtuigingen..............................................................................................................10
Voorstel verdere normatieve ontwikkeling..............................................................................................................11
Literatuurlijst................................................................................................................................................................12
Bijlage I – Het intervisieplan.........................................................................................................................................14
Bijlage II – Feedbackformulieren op rol van gespreksleider.........................................................................................15
Bijlage II – Feedbackformulieren op rol van deelnemer...............................................................................................16
Bijlage IV – Reflectieverslag (5-G methode).................................................................................................................17
Bijlage V – Feedbackfomulier werkbegeleider.............................................................................................................18
2
,FOCUS
MOREEL PROBLEEM
Op de afdeling D2-Oost werd de 57-jarige meneer Janssen opgenomen in verband met levercirrose als
gevolg van zijn alcoholverslaving. Deze wilsbekwame patiënt heeft zich in twee maanden tijd vier keer
gepresenteerd op de spoedeisende hulp vanwege een hersenschudding bij alcoholintoxicatie. Daarbij is
hij drie keer opgenomen geweest op de afdeling D2-Oost en is hij gedurende de opname twee keer
tegen medisch advies in naar huis gegaan, waarbij hij binnen enkele dagen weer opgenomen wilde
worden. Als hij een aantal dagen was opgenomen, opgeknapt was en zich fit genoeg voelde, dan ging hij
weer tegen medisch advies in met ontslag. Meneer gaf daarbij toe dat hij geld bespaarde als hij werd
opgenomen en dus meer geld overhield om alcohol te kopen.
De patiënt volgde tijdens opname wisselend – of helemaal geen – adviezen op van de verpleegkundigen
en andere disciplines. Een voorbeeld hiervan is dat meneer ondanks zijn vochtbeperking teveel dronk,
oedemateus werd, weigerde om gezwachteld te worden en uiteindelijk cellulitis kreeg. De cellulitis was
een reden om te blijven, maar meneer weigerde behandeling en ging met ontslag. Doordat meneer
Janssen meerdere malen tegen medisch advies in naar huis is gegaan ging zijn situatie achteruit,
waardoor hij zorgbehoeftiger werd.
Deze situatie zorgde bij de verpleegkundigen op de afdeling voor veel frustratie en gevoel van
machteloosheid. Iedereen in het team wilde de patiënt zo goed mogelijk helpen, maar het was lastig om
te zien dat er een ziekenhuisbed bezet werd gehouden door een patiënt die eigenlijk geen zorg wilde
ontvangen en de plek gebruikte om geld te besparen voor zijn alcoholprobleem. Ook waren we met het
team veel tijd kwijt om bepaalde zaken rondom deze patiënt te regelen en hem te zoeken als hij weer
van de afdeling was gelopen, waardoor er ook minder tijd en aandacht overbleef voor de zorg van
andere patiënten op de afdeling. Door de toenemende spanning en stress binnen het team wilden
steeds minder verpleegkundigen de patiënt verzorgen.
Voor het verpleegkundige team zorgde deze situatie kortom voor een moreel dilemma. Enerzijds voelde
het team zich verplicht om een goede kwaliteit van zorg te blijven bieden aan de patiënt, maar
anderzijds stond hun morele spanning en stress hen in de weg om dat te kunnen doen.
MORELE INTERVENTIE
Aangezien het morele probleem mij in de weg zat, ben ik het gesprek aangegaan met collega’s over wat
deze casus bij hen opriep. Daarnaast heb ik tijdens de casuïstiekbespreking die op het werk werd
gehouden actief deelgenomen over de discussie wat juiste zorg bieden inhoudt, welke
verantwoordelijkheid er bij verpleegkundigen ligt en hoe we in deze situatie beter kunnen handelen.
Ook ben ik tijdens de les op school de dialoog aangegaan met medestudenten, om samen tot nieuwe
inzichten te komen ten aanzien van het dilemma.
3
, EIGEN HANDELEN, GEDRAG EN HOUDING
In het begin merkte ik dat ik bij de zorgverlening van deze patiënt een andere coping had dan normaal.
Waar ik normaal de patiënt op één zet en alles in mijn macht doe om goede zorg te bieden, merkte ik nu
dat het me niet zoveel uitmaakte welke zorg de patiënt kreeg. Als hij zorg weigerde, dan accepteerde ik
dat en focuste ik me op mijn andere patiënten. Ik werd laks in het geven van goede zorg bij deze patiënt
en daar schrok ik van. Ik ben normaal gesproken een verpleegkundige die zich verantwoordelijk voelt
voor de gezondheid van haar patiënten en kwaliteit van zorg hoog heeft staan. Nu merkte ik dat ik die
verantwoordelijkheid liet varen, zodat ik ook afstand kon doen van het machteloze en gefrustreerde
gevoel dat ik met me meedroeg. Het was voor mij een manier om de casus niet te dichtbij te laten
komen en deze negatieve gevoelens mee naar huis te nemen. Door de casus met collega’s en
medestudenten te bespreken, kwam ik tot nieuwe inzichten en handelsmogelijkheden.
MORELE VRAAG
Het morele probleem in deze casus heeft bij mij tot de volgende morele vraag geleid:
‘Mag morele stress bij het verpleegkundig team – die ontstaat doordat een wilsbekwame patiënt
toenemend zorgbehoeftig is ten gevolge van weigering van noodzakelijke zorg – invloed hebben op de
kwaliteit van zorgverlening bij die patiënt?’
4