TENTAMENSTOF
Week 2: Voedingsanamnese
Voedsel en de gezondheid van een bevolkingsgroep:
• NOAL = De gewenste hoeveelheid waarbij geen waarneembare schadelijke
gezondheidseffecten op treden.
• LOAL = Laagste niveau van inname waarbij wel waarneembare schadelijke
gezondheidseffecten optreden.
• Gemiddelde behoefte = De inname die voldoende is voor de helft van de bevolkingsgroep.
(50%)
• ADH = De inname die voldoende is voor 97,5% van de bevolkingsgroep.
Eiwitten= 10 tot 25 % ( X4)
Vetten= 20 tot 40% ( X9) met overgewicht maar 35%
Koolhydraten= 40 tot 70 % (X4)
Vezels= 30 tot 40 gram (X2)
Alcohol (X7)
• Adequate inname (AI) = De laagste hoeveelheid van een voedingsstof die toereikend lijkt te
zijn voor vrijwel alle personen in de bevolkingsgroep.
• Aanvaardbare bovengrens (AB) = De hoogste inname waarbij geen negatieve
gezondheidseffecten optreden bij langdurige inname. → gebaseerd op NOAL & LOAL.
Voor veel mensen lijkt de behoefte lager te liggen dan de ADH.
BMI = Internationale manier om te meten of je gewicht in verhouding tot je lengte gezond is.
• < 18,5 ondergewicht
• 18,5 – 24,9 normaal gewicht
,• 25 – 29,9 overgewicht
• 30 – 39,9 obesitas
• > 40 morbide obesitas
Voedingsanamnesemethodieken
Retro> gericht op het verleden
Prospectief> gericht op de toekomst
Week 3: koolhydraten
het is een energie bron, onderdeel van DNA en RNA
Monosachariden Glucose enkelvoudig snel suikers
Galactose
fructose
Disachariden Lactose > lactase meervoudig Snel suikers
Maltose> maltase
Sucrose > sucrase
Oligo Raffinose meervoudig langzaam Zetmeel
(3 tot 9 Maltodextrine
monochariden)
Stachinose
insuline
Polysachariden Amylose Meervoudig langzaam zetmeel
( 10+ Cellulose
monosachariden)
Glocogeen>
glucagon
Glycogenese> vorming van glycogeen door middel van insuline
Glyogenolyse> afbraak van glycogeen naar glucose door middel van glucagon
Gluconeogenese> opbouw van glucose dit vind plaats in de lever en houd je bloedsuikerspiegel op pijl bij
honger
Glycolyse> afbraak van glucose
Op de eilandjes van langerhans die op de pancreas liggen produceren het hormoon insuline en glucagon deze
hormonen zorgen ervoor dat de glucoseconcentratie gelijk blijft.
Cellen in de lever en in de spieren zetten glucose om in glycogeen (Glycogenese) door behulp van insuline
,Als je een tijdje niet hebt gegeten zetten je cellen glycogeen om in glucose (glyogenolyse) door middel van
glucagon
Vertering van koolhydraten >
▪ Mond> oppervlakte van het voedsel vergroten het enzym amylase word afgegeven hierdoor word
zetmeel om gezet in maltose
▪ Maag> amylase werkt nog 2 uur door
▪ Alvleesklier> produceert het hormoon amylase waardoor zetmeel omgezet word in maltose
▪ Dunne darm > produceert darmsap met het enzym maltase, lactase en sacharase hier worden
Disachariden omgezet naar monosacharide
▪ Via de poortader worden de monosacharide naar de lever gebracht en daar word alles om gezet in
glucose
Overig:
Glucagon → verhoogt de bloedsuikerspiegel
Insuline → verlaagt de bloedsuikerspiegel
Glycogeen = de opslagvorm van glucose (opslag in lever en skeletspieren)
Hyper = te veel glucose
Hypo = te weinig glucose
, Week 4: eetlust en verzadiging
Sensorische motivatie, de smaak en geur bepalen
Honger is fysiologisch geregeld en trek psychologisch
Ghreline: stimuleert honger gevoel (als enige)
CCK en PYY: stimuleert verzadiging
Hormoon bron Effect op eetlust
Ghreline maag
Leptine vetweefsel
Insuline Pancreas
cck Duodenum
PYY Dunne darm
GLP L cellen maagdarmkanaal
OXM L cellen maagdarnkanaal
Voedselaversie, word aangeleerd door een simpele associatie tussen misselijkheidreflex
Verschillende typen eetgedrag>
- Emotioneel eetgedrag: bij negatieve gevoelens meer eten
- Extern eetgedrag: verleid worden door externe prikkels
- Lijngericht eetgedrag: is altijd al bewust geweest van zijn of haar eetgedrag
Interne Lotus of control: oorzaken bij jezelf zoeken
Externe lotus of control: oorzaken bij je omgeving zoeken
Dynamische proces: gedurende maaltijd raak je steeds voller
Statische gevoel: verlangen naar een volgende maaltijd word geremd
postingestieve verzadiging: signalen van verzadiging door echt gegeten te hebben
preabsortieve verzadiging: verzadigingen gevvoel voordat het voedsel is opgenomen
Week 2: Voedingsanamnese
Voedsel en de gezondheid van een bevolkingsgroep:
• NOAL = De gewenste hoeveelheid waarbij geen waarneembare schadelijke
gezondheidseffecten op treden.
• LOAL = Laagste niveau van inname waarbij wel waarneembare schadelijke
gezondheidseffecten optreden.
• Gemiddelde behoefte = De inname die voldoende is voor de helft van de bevolkingsgroep.
(50%)
• ADH = De inname die voldoende is voor 97,5% van de bevolkingsgroep.
Eiwitten= 10 tot 25 % ( X4)
Vetten= 20 tot 40% ( X9) met overgewicht maar 35%
Koolhydraten= 40 tot 70 % (X4)
Vezels= 30 tot 40 gram (X2)
Alcohol (X7)
• Adequate inname (AI) = De laagste hoeveelheid van een voedingsstof die toereikend lijkt te
zijn voor vrijwel alle personen in de bevolkingsgroep.
• Aanvaardbare bovengrens (AB) = De hoogste inname waarbij geen negatieve
gezondheidseffecten optreden bij langdurige inname. → gebaseerd op NOAL & LOAL.
Voor veel mensen lijkt de behoefte lager te liggen dan de ADH.
BMI = Internationale manier om te meten of je gewicht in verhouding tot je lengte gezond is.
• < 18,5 ondergewicht
• 18,5 – 24,9 normaal gewicht
,• 25 – 29,9 overgewicht
• 30 – 39,9 obesitas
• > 40 morbide obesitas
Voedingsanamnesemethodieken
Retro> gericht op het verleden
Prospectief> gericht op de toekomst
Week 3: koolhydraten
het is een energie bron, onderdeel van DNA en RNA
Monosachariden Glucose enkelvoudig snel suikers
Galactose
fructose
Disachariden Lactose > lactase meervoudig Snel suikers
Maltose> maltase
Sucrose > sucrase
Oligo Raffinose meervoudig langzaam Zetmeel
(3 tot 9 Maltodextrine
monochariden)
Stachinose
insuline
Polysachariden Amylose Meervoudig langzaam zetmeel
( 10+ Cellulose
monosachariden)
Glocogeen>
glucagon
Glycogenese> vorming van glycogeen door middel van insuline
Glyogenolyse> afbraak van glycogeen naar glucose door middel van glucagon
Gluconeogenese> opbouw van glucose dit vind plaats in de lever en houd je bloedsuikerspiegel op pijl bij
honger
Glycolyse> afbraak van glucose
Op de eilandjes van langerhans die op de pancreas liggen produceren het hormoon insuline en glucagon deze
hormonen zorgen ervoor dat de glucoseconcentratie gelijk blijft.
Cellen in de lever en in de spieren zetten glucose om in glycogeen (Glycogenese) door behulp van insuline
,Als je een tijdje niet hebt gegeten zetten je cellen glycogeen om in glucose (glyogenolyse) door middel van
glucagon
Vertering van koolhydraten >
▪ Mond> oppervlakte van het voedsel vergroten het enzym amylase word afgegeven hierdoor word
zetmeel om gezet in maltose
▪ Maag> amylase werkt nog 2 uur door
▪ Alvleesklier> produceert het hormoon amylase waardoor zetmeel omgezet word in maltose
▪ Dunne darm > produceert darmsap met het enzym maltase, lactase en sacharase hier worden
Disachariden omgezet naar monosacharide
▪ Via de poortader worden de monosacharide naar de lever gebracht en daar word alles om gezet in
glucose
Overig:
Glucagon → verhoogt de bloedsuikerspiegel
Insuline → verlaagt de bloedsuikerspiegel
Glycogeen = de opslagvorm van glucose (opslag in lever en skeletspieren)
Hyper = te veel glucose
Hypo = te weinig glucose
, Week 4: eetlust en verzadiging
Sensorische motivatie, de smaak en geur bepalen
Honger is fysiologisch geregeld en trek psychologisch
Ghreline: stimuleert honger gevoel (als enige)
CCK en PYY: stimuleert verzadiging
Hormoon bron Effect op eetlust
Ghreline maag
Leptine vetweefsel
Insuline Pancreas
cck Duodenum
PYY Dunne darm
GLP L cellen maagdarmkanaal
OXM L cellen maagdarnkanaal
Voedselaversie, word aangeleerd door een simpele associatie tussen misselijkheidreflex
Verschillende typen eetgedrag>
- Emotioneel eetgedrag: bij negatieve gevoelens meer eten
- Extern eetgedrag: verleid worden door externe prikkels
- Lijngericht eetgedrag: is altijd al bewust geweest van zijn of haar eetgedrag
Interne Lotus of control: oorzaken bij jezelf zoeken
Externe lotus of control: oorzaken bij je omgeving zoeken
Dynamische proces: gedurende maaltijd raak je steeds voller
Statische gevoel: verlangen naar een volgende maaltijd word geremd
postingestieve verzadiging: signalen van verzadiging door echt gegeten te hebben
preabsortieve verzadiging: verzadigingen gevvoel voordat het voedsel is opgenomen