10.15 Hypofunctie
Een te geringe functie van de eilandjes van Langerhans leidt tot diabetes mellitus.
10.15.1 Diabetes mellitus
Diabetes mellitus is een stoornis in de stofwisseling ten gevolge van een absoluut of relatief
tekort aan insuline.
IDDM = insuline dependent diabetes mellitus, ook wel type-I-diabetes mellitus
IIDM = insuline independent diabetes mellitus, ook wel type-II-diabetes mellitus
Oorzaken
- erfelijkheid. Vooral type II is in hoge mate erfelijk
- auto-immuniteit
- beschadiging van het pancreas. Acute of chronische ziekteprocessen van de alvleesklier
kunnen dit veroorzaken. Bekend zijn in dit verband virale kinderziekten zoals de bof, of
een infectie met het coxsackie-B-virus. Ook andere oorzaken van acute- of chronische
pancreatitis (bijv. alcoholmisbruik) kunnen tot diabetes leiden
- leeftijd. Bij ouderen komt diabetes vaker voor. Men brengt dit onder meer in verband met
veroudering van de alvleesklier, waardoor de functie ervan gaat afnemen. Verder heeft
men vastgesteld dat de perifere gevoeligheid voor insuline vermindert met het stijgen van
de leeftijd.
Naast de oorzaken zijn er uitlokkende situaties waardoor de diabetes zich eerder
manifesteert. Voorbeelden zijn:
- overgewicht (obesitas). Bij personen met overgewicht heeft men insulineresistentie
vastgesteld. Men denkt dat deze resistentie wordt veroorzaakt door verminderingen van
insulinereceptoren op de celmembraan, of doordat in de cel het effect ven insuline
tekortschiet.
- zwangerschap. Vooral in de tweede helft van de zwangerschap bestaat een vergrote
insulinebehoefte. Dit is een gevolg van de productie van een placentair hormoon (human
placental lactogen = HPL) dat het effect van insuline in het lichaam tegenwerkt.
Stoornis in de stofwisseling bij diabetes mellitus
Onder normale omstandigheden is de bloedglucoseconcentratie gelegen tussen 3,5-7 mmol/l.
Ook al hebben we overvloedig gegeten, toch zal de waarde de 7 mmol/l zelden overschrijden.
Dit komt omdat insuline ervoor zorgt dat glucose weer uit het bloed verdwijnt.
Insuline wordt gemaakt door de bètacellen van de eilandjes van Langerhans in een pro-
insulinevorm. Stijgt de glucosewaarde in het bloed, dan wordt de alvleesklier geprikkeld tot
loslaten, waarbij de pro-insulinevorm overgaat in insuline. Daarnaast blijken al bij het
resorberen van glucose in de ingewanden aldaar hormonen te worden aangemaakt die via
het bloed de alvleesklier sneller stimuleren tot de afgifte van insuline.
De insuline wordt na afgifte aan het bloed gebonden aan een receptor op de celmembraan
van cellen die insulinegevoelig zijn. Het gevolg is dat:
- de doorgankelijkheid van de celmembraan voor glucose, enkele aminozuren en kalium
bevorderd wordt
- metabole processen in de cel worden beïnvloed, zoals:
opbouw van vet in de vetcel