Practicum 1.1 PBL Skills
Naam: Romy Gerritsen
Studentnummer: 540757
Tutor: J. Odijk
Aantal woorden report: 1231
, 2
Hoe de cognitieve dissonantietheorie het gedrag van jongeren
beïnvloedt in de anderhalve-meter samenleving
In Nederland is het aantal besmettingen in de laatste maand flink gestegen. In de Volkskrant
schrijven Frijters en Van Uffelen (2020) dat de besmettingen vooral onder de jongeren in de
afgelopen tijd hoog zijn opgelopen. Naar aanleiding van deze krantenkop kan gezegd worden
dat jongeren op dit moment de meeste moeite hebben met het houden van de anderhalve-
meter afstand. Jongeren hebben graag fysiek contact en dit wordt hen afgenomen door de
anderhalve-meter samenleving. Dit verschijnsel veroorzaakt bij jongeren een soort “arousal”,
ook wel cognitieve dissonantie genoemd. De eerste reactie die dan ontstaat is dat de
psychologische spanning verlaagd moet worden, om zo de twee opvattingen (de anderhalve-
meter afstand houden en het fysieke contact dat jongeren graag hebben) weer op één lijn te
laten zitten. Hieruit volgt de centrale vraag:
“Hoe kan de cognitieve dissonantietheorie ervoor zorgen dat jongeren hun gedrag
aanpassen om vervolgens aan de anderhalve-meter samenleving te voldoen?”
In dit verslag wordt eerst besproken wat de cognitieve dissonantie inhoudt, vervolgens wordt
er besproken hoe cognitieve dissonantie verminderd kan worden aan de hand van een aantal
onderzoeken. Vervolgens wordt aan de hand van voorbeelden verklaard hoe jongeren hun
gedrag aanpassen op de anderhalve-meter maatregel. Tot slot, wordt er uitgelegd in welke
situatie de dissonantie ons het meest zal beïnvloeden.
Aronson et al. (2018) stelt dat het algemene doel van mensen is om in de samenleving een zo
nuttig en consistent mogelijk leven te leiden, dat volgens hun eigen gedachten juist is. Ook
jongeren willen hun gedrag in harmonie houden met de meningen die zij hebben. Een
verklaring voor dit verschijnsel is de cognitieve dissonantietheorie. Festinger (1957) beschrijft
de cognitieve dissonantietheorie als twee of meer opvattingen, ideeën of cognities die in strijd
zijn met elkaar. Dit zorgt voor een onprettig gevoel van spanning. Men lost dit op door het
onaangename gevoel goed te praten, waardoor de opvattingen weer op één lijn zitten.
Aronson et al. (2018)
Ondanks dat jongeren streven naar een consistent leven kampen jongeren zo nu en dan
met cognitieve dissonantie. In de coronapandemie doet voor jongeren zich een tweestrijd van
cognities voor, namelijk anderhalve-meter afstand houden en graag in fysiek contact staan