Hoofdstuk 6 Zenuwstelsel
6.1 Cellen van het zenuwstelsel
Het zenuwweefsel bestaat uit neuronen (zenuwcellen) en gliacellen (steuncellen)
6.1.1 Neuron
Functioneel zijn er bij een neuron drie gedeeltes te onderscheiden:
- opvangend gedeelte: hier komen de impulsen aan; dit betreft meestal de dendrieten
en het cellichaam
- geleidend gedeelte: dit betreft het axon
- overdragend gedeelte: in de synaps wordt de impuls overgedragen op andere
neuronen en bij de perifere motorische neuronen op de spiervezels of klieren
Er zijn drie soorten zenuwcellen:
- sensorische zenuwcellen: deze voeren de impulsen vanuit de zintuigen naar het
centrale zenuwstelsel
- motorische zenuwcellen: deze voeren de impulsen vanuit het centrale zenuwstelsel
naar spieren en klieren: ze hebben per neuron een aantal korte dendrieten en één
lange axon
- schakelneuronen: deze brengen binnen het centrale zenuwstelsel impulsen over het
ene neuron op het andere
De meeste zenuwcellen hebben één lange uitloper (axon) en veel korte uitlopers
(dendrieten).
Zenuwcellen staan door hun uitlopers met elkaar in verbinding, waardoor ze een
samenhangend geheel vormen. Hierbij is impulsoverdracht door het gehele lichaam
mogelijk.
Er bestaan drie soorten overgangen:
- neuromusculair
- neuroneuraal: de impuls wordt overgedragen van een zenuwcel naar een andere
zenuwcel
- neuroglandulair: de impuls wordt overgedragen van een zenuwcel naar een kliercel
6.1.2 Gliacellen
Neurogliacellen omgeven de neuronen en ondersteunen daarmee hun functie. Zij
vormen de meerderheid van de cellen in het centraal zenuwstelsel (ongeveer 90%).
Omdat neuronen zich bij volwassenen niet delen komen de meeste primaire
hersentumoren voort uit de neurogliacellen. Er worden vier typen neurogliacellen
onderscheiden.
Astrocyten
Zij vormen de grootste groep gliacellen. Astrocyten hebben veel uitlopers die contact
maken met uitlopers van zenuwcellen en bloedvaten. Astrocyten zijn met
pericavasculaire eindvoetjes gehecht aan het endotheel van capillairen en zorgen
hiermee voor het zeer selectief uitwisselen van stoffen tussen bloed, weefselvloeistof en
zenuwcellen. Samen met andere gliacellen zorgen astrocyten ook voor de fagocytose van