Economie in het nieuws
Hoofdstuk 1: Economische groei
Er zijn 3 manieren om onze welvaart te meten: Wat maken we, wat
verdienen we, en wat besteden we?
Bbp (Bruto binnenlands product): De totale productie van
goederen en diensten in de loop van een jaar die gemaakt zijn
door de inzet van productiefactoren. Factor arbeid, kaptiaal natuur
ondernemerschap(KANO). Als je dit optelt heb je het bbp. Dit is de
objectieve methode: je moet kijken naar marktwaarde en niet
naar toegevoegde waarde.(Objectieve methode)
Nni (Netto nationaal inkomen): Wat dat de productiefactoren
maken, is gelijk aan wat de productiefactoren verdienen. De
inkomens opgeteld is de toegevoegde waarde. (Subjectieve
methode)
Zijn het bbp en het nni de maatstaf voor welvaart?
Groei van het bbp
Wat gebeurd er in de loop van een jaar met het bbp?
Nominale groei: Groei in euro’s, zonder inflatie omdat dat geen
vooruitgang is.
De echte groei is: Reële groei(nominaal minus inflatie)x prijs =
waarde (nominaal)
Reële groei betekend volume.
Conjunctuur= golfbeweging, er zit vaak wel een patroon in.
Trend: De stippellijn in een grafiek, is bij het ene land hoger dan
bij het andere. De belangrijkste oorzaak voor de groei in
Nederland(1%) is innovatie.
Recessie: Minstens 2 kwartalen krimp
Toegevoegde waarde: Productiefactoren voegen waarde toe
aan de grondstoffen en halffabrikanten, de beloning van de
productiefactoren is gelijk aan de totale productie die zij
voortbrengen.
Macro-economie: Macro betekend groot. Dit zijn de landelijke en
Economie begrippen 1
, nationale algemene economische ontwikkelingen. Ze zijn
geaggregeerd, oftewel
Economie begrippen 2
Hoofdstuk 1: Economische groei
Er zijn 3 manieren om onze welvaart te meten: Wat maken we, wat
verdienen we, en wat besteden we?
Bbp (Bruto binnenlands product): De totale productie van
goederen en diensten in de loop van een jaar die gemaakt zijn
door de inzet van productiefactoren. Factor arbeid, kaptiaal natuur
ondernemerschap(KANO). Als je dit optelt heb je het bbp. Dit is de
objectieve methode: je moet kijken naar marktwaarde en niet
naar toegevoegde waarde.(Objectieve methode)
Nni (Netto nationaal inkomen): Wat dat de productiefactoren
maken, is gelijk aan wat de productiefactoren verdienen. De
inkomens opgeteld is de toegevoegde waarde. (Subjectieve
methode)
Zijn het bbp en het nni de maatstaf voor welvaart?
Groei van het bbp
Wat gebeurd er in de loop van een jaar met het bbp?
Nominale groei: Groei in euro’s, zonder inflatie omdat dat geen
vooruitgang is.
De echte groei is: Reële groei(nominaal minus inflatie)x prijs =
waarde (nominaal)
Reële groei betekend volume.
Conjunctuur= golfbeweging, er zit vaak wel een patroon in.
Trend: De stippellijn in een grafiek, is bij het ene land hoger dan
bij het andere. De belangrijkste oorzaak voor de groei in
Nederland(1%) is innovatie.
Recessie: Minstens 2 kwartalen krimp
Toegevoegde waarde: Productiefactoren voegen waarde toe
aan de grondstoffen en halffabrikanten, de beloning van de
productiefactoren is gelijk aan de totale productie die zij
voortbrengen.
Macro-economie: Macro betekend groot. Dit zijn de landelijke en
Economie begrippen 1
, nationale algemene economische ontwikkelingen. Ze zijn
geaggregeerd, oftewel
Economie begrippen 2