HOORCOLLEGE 4: KWALITATIEF ONDERZOEK
THE QUALITATIVE-QUANTITATIVE DEBATE
De centrale vraag: Is kwalitatief onderzoek beter dan kwantitatief of andersom? Dit hangt af van:
1) De onderzoeksvraag; sommige onderzoeksvragen zijn geschikter voor kwalitatief onderzoek en
sommige voor kwantitatief.
2) Van de onderzoek filosofie:
a. Epistemological assumptions: Hoe vindt de onderzoeker dat kennis gecreëerd wordt?
b. Ontological assumptions; Hoe kijkt de onderzoeker naar de wereld.
3) Van de resources die beschikbaar zijn.
WAT IS KWALITATIEF ONDERZOEK?
Kwalitatief onderzoek heeft vele kenmerken:
1) Het is in een natuurlijke situatie.
2) De onderzoeker is betrokken en een keyinstrument.
3) Het maakt gebruik van meerdere databronnen.
4) Geeft betekenis aan de mening van een participant
5) Emergent design: Het design van een onderzoek is flexibel, gedurende het onderzoek kan de
onderzoeksopzet nog bijgeschaafd worden zodat het misschien nog beter gaat passen.
6) Inductieve benadering van onderzoek
7) Holistic account; Kwalitatief onderzoek biedt de mogelijkheid om het geheel te onderzoeken, en niet
alleen de kleine stukjes. Het gaat er vanuit dat het geheel groter is dan de som van alle kleine
elementen die bij kwantitatief onderzoek worden onderzocht.
RESEARCH DESIGN CHOICES
Interviews: Bij het afnemen van een interview is het hoofddoel niet om dingen te generaliseren, wel worden er
feiten verzameld.
1
, Het research design bij interviews:
1) Thematiseren: Het definiëren van het onderwerp wat onderzocht moet worden en het formuleren van
de onderzoeksvragen.
2) Designing: Het ontwerpen van de manier van interviewen: Hoe neem je het interview op? Hoe neem
je de vragen af? Welke locatie? Welke steekproef?
3) Interviewen: Begin met openingscommentaren, het vragen naar extra uitleg etc. Voorkomen van
biases.
4) Transcriberen: Het natuurlijk en letterlijk weergeven van het interview op papier.
5) Analyseren en verifiëren
6) Rapporteren
Bij een kwalitatief onderzoek ben je vooral opzoek naar theoretische generalisatie, je wilt vooral je theorie
gewaarborgd hebben. Statistische conclusies gaat niet lukken omdat je steekproef tussen de 1 (casestudy) en
de 35 zit (interview).
Traditional criteria for judging quantitative research Alternative criteria for judging qualitative research
Internal validity Credibility: Data controleren op validiteit.
External validity Transferability: Geven van gedetailleerde
beschrijvingen van de context, zodat de lezer kan
bepalen of de resultaten toe te passen zijn op zijn
eigen geval.
Reliability: Consistentie, kunnen dezelfde Dependability: De productie van data transparant
observaties worden gemaakt door andere maken, door auditing.
onderzoekers?
Objectivity: Geven van feiten Confirmability: Geen biases.
Bij internationale onderzoeken moet er rekening worden gehouden, er zijn 3 soorten van equivalences die
bereikt moeten worden:
- Conceptual equivalence: Verschillen in conceptuele begrippen, zoals: ‘’Wat is een huishouden’’, of wat
verstaat een cultuur onder ‘’mooi’’, ‘’lelijk’’.
- Functional equivalence: Sommige producten en concepten worden in een andere cultuur op een
andere manier gebruikt. ‘’Hot milk-based chocolate drinks’’, in de ene cultuur wordt het gebruikt voor
het slapengaan, in de andere als energiedrank.
2