Motiverende Gespreksvoering
Monique Geurts
, Theoretisch kader
Het hebben van goede communicatievaardigheden in de gezondheidszorg is ontzettend belangrijk.
Het plan van aanpak dat ik hieronder heb gemaakt kun je gebruiken als voorbereiding op
motiverende gespreksvoering. Bij motiverende gespreksvoering probeert de verpleegkundige
gedragsverandering op gang te brengen bij de cliënt (Miller & Rollnick, 2021). Denk hierbij
bijvoorbeeld aan een cliënt die beter kan stoppen met roken, omdat hij/zij hier kortademig van
wordt.
Tijdens motiverende gespreksvoering staat in de eerste fase de ontwikkeling van de intrinsieke
motivatie centraal. Hiervoor heb je verschillende gesprekstechnieken nodig die in het plan van
aanpak hieronder beschreven staan. Er is in de eerste fase vooral aandacht voor het uitzoeken van de
ambivalentie van de cliënt. Ambivalentie wil zeggen dat je aan de ene kant wel, maar aan de andere
kant niet wil veranderen. Daarnaast is er aandacht voor het uitlokken van verandertaal bij de cliënt.
Deze verandertaal geeft richting aan het oplossen van de ambivalentie. Dit kun je uitlokken door
onder anderen open vragen te stellen, samen te vatten te reflecteren en te bevestigen (ORBS). Als de
motivatie van de cliënt voldoende ontwikkeld is, ga je door naar de tweede fase. In deze fase probeer
je de betrokkenheid van de cliënt te versterken bij de veranderingen en op de ontwikkeling van een
plan om deze veranderingen te realiseren. Let hierbij wel op dat je zelf geen ongevraagde informatie
en/of adviezen geeft. Het doel is de cliënt zelf stimuleren om een plan te bedenken (Zorg voor Beter,
2013 & Movisie, 2010).
Naast de twee fases die je terugziet in tijdens motiverende gespreksvoering, zie je ook vier processen
terug. Dit zijn engageren, focussen, ontlokken en plannen (Miller & Rollnick, 2021). Wat deze
processen precies betekenen en welke vaardigheden je hiervoor nodig hebt, zie je terug in het plan
van aanpak.
Structuur aanbrengen en een relatie opbouwen zijn belangrijke punten in het gesprek. Dit kun je
alleen samendoen en niet alleen. Er is sprake van wederzijdse betrokkenheid en dit zorgt op zijn
beurt weer voor goede ontwikkelingen. Er is eigen regie en waardigheid van alle betrokken personen
in het gesprek. Dit is persoonsgerichte praktijkvoering (Fontys, z.d.). Mijn rol als verpleegkundige is
dan ook het zorgen voor een goede structuur in het gesprek waarbij ik de vaardigheden die ik in
theorie heb geleerd in praktijk kan toepassen.
Persoonlijk leerdoel tijdens het gesprek
Ik merk in het dagelijks leven dat ik heel snel iemand ongevraagd advies wil geven als iemand ergens
mee in de knoei zit. Het is eigenlijk de bedoeling dat ik pas advies geef als de cliënt hier zelf om
vraagt of als ik hier toestemming voor heb gekregen van de cliënt (Zorg voor Beter, 2013). Mijn
leerdoel is dan ook dat ik geen ongevraagd advies geef.
De gespreksstijl die ik hiermee hanteer is de ‘gidsende stijl’. Ik zal dus luisteren naar de patiënt en
mijn expertise pas aanbieden op momenten dat het nodig is (Miller & Rollnick, 2021).