COSD1 ............................................................................................................................................................ 2
INCL. PRAKTISCHE STRALINGSHYGIËNE: HFDST 2.5 RADIOLOGIE TECHNIEK EN ONDERZOEK: HFDST 1
EN HFDST 2.1 – 2.3.......................................................................................................................................... 2
COSD2 ............................................................................................................................................................ 7
COSD3 .......................................................................................................................................................... 13
COSD4 .......................................................................................................................................................... 16
COSD5 .......................................................................................................................................................... 19
COSD6 DETECTIE ........................................................................................................................................... 21
COSD7 RADIOBIOLOGIE ................................................................................................................................ 26
COSD8 INWENDIGE BESMETTING ................................................................................................................. 32
COSD9 .......................................................................................................................................................... 34
COSD10 ........................................................................................................................................................ 36
COSDGAST .................................................................................................................................................... 40
COSD11 ........................................................................................................................................................ 42
,coSD1
incl. Praktische Stralingshygiëne: Hfdst 2.5 Radiologie Techniek en Onderzoek: Hfdst 1 en Hfdst 2.1 – 2.3
Aard van de röntgenstraling
• De toepassing van de straling is sneller in zijn werk gegaan dan de ontrafeling van de aard van de
straling.
• Velen namen aan dat het ging om energierijke deeltjes.
• Röntgen vermoedde dat de straling zou moeten bestaan uit elektromagnetische golven, zoals
zichtbaar licht.
Golfkarakter
• Young en Fresnel bewezen dat licht een golfkarakter heeft aan de hand van de dubbele
spleetmethode. Dit was niet op deze manier te bewijzen met röntgenstraling.
• Max von Laue, Friedrich, Knipping: Het experiment werd herhaald met kristal. De openingen
tussen de gerangschikte ionen fungeerden als spleten. Het golfkarakter van röntgenstraling werd
nu wel bewezen.
• Golflengte orde van grootte: nanometer (10-9 m) – picometer (10-12 m).
Deeltjeskarakter
• Gold/deeltjesdualiteit: Röntgenstraling heeft ook een deeltjeskarakter; de wisselwerking tussen
X-straling en materie kan namelijk niet met het golfmodel beschreven worden, en wel met het
deeltjesmodel.
Elektromagnetische straling
• Een veranderd elektrisch veld, zoals voorkomt bij wisselstroom, wekt een veranderd magnetisch
veld op, dat vervolgens weer een veranderd elektrisch veld opwerkt, enzovoort.
• Deze twee loodrecht op elkaar staande velden planten zich als golven voort.
• EM-straling heeft geen rustmassa.
- Alle materie bezit een bepaalde rustmassa (= massa van een niet-bewegend deeltje).
- Straling die uit deeltjes bestaat, bestaat uit materie en heeft dus een rustmassa.
• EM-straling heeft geen lading.
- Soms heeft straling die uit deeltjes bestaat, wel een lading (B- (-1) of B+ (+1)).
- Neutronenstraling heeft geen lading.
- Doordat EM-straling geen massa en lading heeft → groter doordringend vermogen t.o.v.
straling met dezelfde energie bestaande uit geladen deeltjes.
• De snelheid van EM-straling is gelijk aan de lichtsnelheid.
- Deze snelheid is afhankelijk van het medium.
- In vacuüm constant.
- Meestal in vacuüm, en dan geldt: 𝒄 = 𝟑, 𝟎 𝒙 𝟏𝟎 𝟖 𝒎/𝒔 = 𝟑𝟎𝟎. 𝟎𝟎𝟎 𝒌𝒎/𝒔
• Golflengte en frequentie van de EM-straling
staan in een vaste verhouding tot elkaar.
- Golflengte (λ): de afstand tussen twee
punten die één volledige trilling van
elkaar verschillen.
- Frequentie (v): het aantal trillingen per
seconde. (in Hz)
𝟏 𝛌
- 𝐓𝐫𝐢𝐥𝐥𝐢𝐧𝐠𝐬𝐭𝐢𝐣𝐝 (𝐓) = = 𝐯 𝐜
• EM-straling heeft een bepaalde
fotonenergie.
, 𝟏
- 𝐄 = 𝐡𝐱𝐯 = 𝐡𝐱𝛌
- Energie van een foton; de constante van Planck: h = 6,63 x 10-34 Js
- In de radiologie is de eenheid van energie in plaats van Joule, vaak in eV.
- 1 eV = 1,6 x 10-19 J
- 1 J = 6,25 x 1018 eV.
𝟏,𝟐𝟒
- Formule van Duane en Hunt: 𝛌𝐦𝐢𝐧 = 𝐚𝐤𝐞𝐕 𝐧𝐦
𝐦𝐚𝐱
Straling
• Elke overdracht van energie vanuit een bron naar de omgeving zonder dat hiervoor een medium
nodig is.
• In vacuüm kan geluid kan niet voortplanten; straling wel. (Verschil echo – straling)
Stralingsbronnen
Toestellen Radioactieve bronnen
• Röntgenapparatuur • Ingekapselde bronnen: relatief veilig
• Deeltjesversnellers o.a.: • Niet-ingekapselde bronnen (“open
- Lineaire versneller bronnen”): relatief veel risico d.m.v.
- Cyclotron braaksel, urine, etc.
• Ioniserende straling zie, ruik, proef, hoor en voel je niet, maar het is er wel.
Soorten straling
• Niet-ioniserend: geen ionisatie vindt plaats, dus ook niet gevaarlijk.
• Ioniserende straling heeft het risico DNA te beschadigen en een tumor
te creëren.
• Wifi-straling kan geen ionisatie veroorzaken en dus geen kanker
veroorzaken, maar kan wel je lichaam opwarmen.
Elektromagnetische straling
• X-straling en gammastralingen hebben zo’n hoge energie, dat er ionisaties plaats kunnen vinden.
Echter kan hiermee wel medische beeldvorming plaatsvinden.
• X-straling en gammastraling hebben een korte golflengte, dus een hogere energie.
- 𝑐 = 𝜆𝑥𝑓
- 𝑐 = 3 𝑥 10O 𝑚/𝑠
WXY
- 𝐸𝑓𝑜𝑡𝑜𝑛 = ℎ 𝑥 𝑓 = Z
- ℎ = 6,63 𝑥 10\]^ 𝐽 𝑥 𝑠
- 1 𝑒𝑉 = 1,6 𝑥 10\bc 𝐽
• Verschil tussen röntgen- en gammastraling: röntgenstraling ontstaat buiten de kern in de schil
(terugvallen naar andere schil) en gammastraling is afkomstig van de atoomkern.