Theorie beschikking herschrijven
De lange zin
Lange zinnen splitsen
o Kijk hoe de zin in elkaar zit? -> wat is de hoofdzin? Wat is de bijzin?
o Hoeveel boodschappen zitten er in een zin? -> 2 boodschappen zijn genoeg of
maak een hoofdzin met één bijzin en zet dan een punt
o Geen informatie weglaten!
Leg verband tussen gesplitste zinnen
o Gebruik signaalwoorden (eerste, vervolgens, daarna, toen, ten slotte etc.)
o Gebruik een verwijswoord of herhaling
Aanpak lange zinnen
1. Kijk hoe de zin in elkaar zit -> hoeveel zinnen/ welke boodschappen
bevat de zin?
2. Waar kun je een punt zetten -> wat hoort bij elkaar?
3. Let op na de punt -> hoe ga je verder?
4. Zorg voor verband -> signaalwoorden of verwijzingen/ herhaling
5. Heb je een goede hoofdzin gemaakt?
Voorbeeld lange zin
o Dat de rechtbank heet geoordeeld dat het fietsende kind is verongelukt als gevolg
van een zeer ongelukkige samenloop van omstandigheden en niet door de
nalatigheid van de vrachtwagenchauffeur, is voor de nabestaanden van het kind
moeilijk te aanvaarden.
Splitsen in twee zinnen (de cursieve woorden zorgen voor samenhang)
o De rechtbank heeft geoordeeld dat het fietsende kind is verongelukt als gevolg
van een zeer ongelukkige samenloop van omstandigheden en niet door
nalatigheid van de vrachtwagenchauffeur. Dit oordeel is voor de nabestaanden
van het kind moeilijk te aanvaarden.
Splitsen in drie zinnen (de cursieve woorden zorgen voor samenhang)
o Het oordeel van de rechtbank is voor de nabestaanden van het kind moeilijk te
aanvaarden. Volgens de rechtbank was er namelijk geen sprake van
nalatigheid van de vrachtwagenchauffeur. Het fietsende kind is verongelukt door
een zeer ongelukkige samenloop van omstandigheden.
, De lijdende (passieve) zin
De lijdende zin
o Het onderwerp ondergaat een handeling
o Een lijdende zin bevat geen handelend onderwerp dat actief iets doet!
Voorbeelden lijdende zinnen
o Het brood wordt gebakken = passief -> het brood ondergaat ‘dat het gebakken
wordt’
o De patiënt wordt onderzocht = passief -> de patiënt ondergaat iets, namelijk het
onderzoek
Voorbeelden actieve zinnen
o De bakker bakt het brood = actief -> de bakker’ is een concreet, handelend
onderwerp
o De arts onderzoekt de patiënt = actief -> ‘de arts’ is een concreet, handelend
onderwerp
3 nadelen van een lijdende zin
1. Het is onduidelijk wie een handeling uitvoert
2. Het duurt langer voordat de lezer de zinnen goed begrijpt
3. Lijdende zinnen zijn langer dan actieve zinnen, dat maakt ze lastiger te lezen
Waaraan herken je de lijdende zin?
1. Een vorm van worden + een voltooid deelwoord (+ een ‘door-constructie)
- De patiënt wordt onderzocht (door de arts.)
- De student wordt beoordeeld (door de docent)
- Het leerteam wordt streng toegesproken (door de cuco)
2. Een vorm van zijn + een voltooid deelwoord (+ een ‘door-constructie)
- Er is door het hof gesteld dat u moet motiveren
- De student is gecomplimenteerd met zijn goede inzet
- De maaltijd is op het terras geserveerd
Aanpak: worden + voltooid deelwoord
o Je moet die vorm van worden + voltooid deelwoord kwijt zien te raken.
o Zin: De patiënt wordt onderzocht door de arts.
- Schrap worden en maak van het voltooid deelwoord een persoonsvorm.
- Behoud de tijd waarin de zin staat (in dit geval de tegenwoordige tijd).
- In de ‘door-constructie’ vind je het onderwerp van de actieve zin.
Passieve zin met ‘worden’ en een voltooid deelwoord
Onvoltooide tegenwoordige tijd
Lijdend De patiënt wordt onderzocht door de arts
Actief De arts onderzoekt de patiënt
Onvoltooide verleden tijd
Lijdend De dief werd door de rechtbank veroordeeld tot een boete
Actief De rechtbank veroordeelde de dief tot een boete
Toekomende tijd
Lijdend De patiënt zal door de arts worden onderzocht
Actief De arts zal de patiënt onderzoeken
Aanpak: zijn + voltooid deelwoord
De lange zin
Lange zinnen splitsen
o Kijk hoe de zin in elkaar zit? -> wat is de hoofdzin? Wat is de bijzin?
o Hoeveel boodschappen zitten er in een zin? -> 2 boodschappen zijn genoeg of
maak een hoofdzin met één bijzin en zet dan een punt
o Geen informatie weglaten!
Leg verband tussen gesplitste zinnen
o Gebruik signaalwoorden (eerste, vervolgens, daarna, toen, ten slotte etc.)
o Gebruik een verwijswoord of herhaling
Aanpak lange zinnen
1. Kijk hoe de zin in elkaar zit -> hoeveel zinnen/ welke boodschappen
bevat de zin?
2. Waar kun je een punt zetten -> wat hoort bij elkaar?
3. Let op na de punt -> hoe ga je verder?
4. Zorg voor verband -> signaalwoorden of verwijzingen/ herhaling
5. Heb je een goede hoofdzin gemaakt?
Voorbeeld lange zin
o Dat de rechtbank heet geoordeeld dat het fietsende kind is verongelukt als gevolg
van een zeer ongelukkige samenloop van omstandigheden en niet door de
nalatigheid van de vrachtwagenchauffeur, is voor de nabestaanden van het kind
moeilijk te aanvaarden.
Splitsen in twee zinnen (de cursieve woorden zorgen voor samenhang)
o De rechtbank heeft geoordeeld dat het fietsende kind is verongelukt als gevolg
van een zeer ongelukkige samenloop van omstandigheden en niet door
nalatigheid van de vrachtwagenchauffeur. Dit oordeel is voor de nabestaanden
van het kind moeilijk te aanvaarden.
Splitsen in drie zinnen (de cursieve woorden zorgen voor samenhang)
o Het oordeel van de rechtbank is voor de nabestaanden van het kind moeilijk te
aanvaarden. Volgens de rechtbank was er namelijk geen sprake van
nalatigheid van de vrachtwagenchauffeur. Het fietsende kind is verongelukt door
een zeer ongelukkige samenloop van omstandigheden.
, De lijdende (passieve) zin
De lijdende zin
o Het onderwerp ondergaat een handeling
o Een lijdende zin bevat geen handelend onderwerp dat actief iets doet!
Voorbeelden lijdende zinnen
o Het brood wordt gebakken = passief -> het brood ondergaat ‘dat het gebakken
wordt’
o De patiënt wordt onderzocht = passief -> de patiënt ondergaat iets, namelijk het
onderzoek
Voorbeelden actieve zinnen
o De bakker bakt het brood = actief -> de bakker’ is een concreet, handelend
onderwerp
o De arts onderzoekt de patiënt = actief -> ‘de arts’ is een concreet, handelend
onderwerp
3 nadelen van een lijdende zin
1. Het is onduidelijk wie een handeling uitvoert
2. Het duurt langer voordat de lezer de zinnen goed begrijpt
3. Lijdende zinnen zijn langer dan actieve zinnen, dat maakt ze lastiger te lezen
Waaraan herken je de lijdende zin?
1. Een vorm van worden + een voltooid deelwoord (+ een ‘door-constructie)
- De patiënt wordt onderzocht (door de arts.)
- De student wordt beoordeeld (door de docent)
- Het leerteam wordt streng toegesproken (door de cuco)
2. Een vorm van zijn + een voltooid deelwoord (+ een ‘door-constructie)
- Er is door het hof gesteld dat u moet motiveren
- De student is gecomplimenteerd met zijn goede inzet
- De maaltijd is op het terras geserveerd
Aanpak: worden + voltooid deelwoord
o Je moet die vorm van worden + voltooid deelwoord kwijt zien te raken.
o Zin: De patiënt wordt onderzocht door de arts.
- Schrap worden en maak van het voltooid deelwoord een persoonsvorm.
- Behoud de tijd waarin de zin staat (in dit geval de tegenwoordige tijd).
- In de ‘door-constructie’ vind je het onderwerp van de actieve zin.
Passieve zin met ‘worden’ en een voltooid deelwoord
Onvoltooide tegenwoordige tijd
Lijdend De patiënt wordt onderzocht door de arts
Actief De arts onderzoekt de patiënt
Onvoltooide verleden tijd
Lijdend De dief werd door de rechtbank veroordeeld tot een boete
Actief De rechtbank veroordeelde de dief tot een boete
Toekomende tijd
Lijdend De patiënt zal door de arts worden onderzocht
Actief De arts zal de patiënt onderzoeken
Aanpak: zijn + voltooid deelwoord