Samenvatting werken aan
wonen
H1, H3, H4, H5, H6, H7
Hoofdstuk 1: Geschiedenis van de huisvesting in
Nederland
Volkshuisvesting tot 1945:
- Particuliere verhuurders.
- Slechte woonomstandigheden:
o Gevolgen:
Kleinere woningen.
Slechte bouwmaterialen.
- Ontstonden opkomende arbeidsorganisaties voor verbetering van de huisvesting.
- 1e woningbouwvereniging in 1852, bewoners moesten ook opgevoed worden op het gebied van
hygiëne en onderhoud van de woning etc.
Woningwet 1901:
- Eisen aan de woning in Bouwverordening/ bouwvergunning.
- Controle op de eisen aan de woning oprichten Bouw- woningtoezicht.
- Dwingen tot onderhoud onteigening.
Toegelaten instellingen: Instellingen die zorgdragen voor sociale woningbouw en hiervoor geld
ontvangen. Verantwoording moest worden afgelegd aan de gemeente, de woningwetwoning.
Huur bevriezing 1916 later Huurregeling.
Visie inrichten woonwijken:
- Landelijk.
- Stedelijk.
1945 - 1970
Woningproductie na WW2:
- Eerst wederopbouw, dan woningnood aanpakken.
- Economie had voorrang, bouwproductie gereguleerd door overheid.
- Lonen laaghouden om export te stimuleren.
- Verzorgingsstaat (primaire doel is welzijn van de burger)
- Bouwen, verdelen, financieren.
, 1970 – 1995
Toename nieuwbouwwijken, ook hoogbouw, Vinex wijken vanaf jaren 80.
Objectsubsidies kunstmatig laaghouden van de huur.
Subjectsubsidies huursubsidie/ toeslag.
Harmonisatie van de huur: Het verschil in de huur van een nieuwbouwwoning en een bestaande woning
wordt kleiner gemaakt.
Huisvestingsordening: Verantwoordelijkheid van de gemeente om sociale huur woningen te verdelen
onder de lage inkomens.
Huisvestingsvergunning: Vergunning die je krijgt om in een in aanmerking komende woning te mogen
wonen.
Neoliberalisme: Productie aan de markt overlaten, overheid grijpt niet in.
Deregulering: Huurprijs wordt bepaald door vraag en aanbod, niet door de overheid.
Brutering: Corporaties kwamen op eigen benen te staan.
1995- heden:
- Bevorderen eigen woningbezit.
- Hypotheekrenteaftrek.
- Nationale Hypotheek Garantie (NHG).
- Commercialisering woningcorporaties.
- Sociale huur voor lage inkomens.
- Koopmarkt.
wonen
H1, H3, H4, H5, H6, H7
Hoofdstuk 1: Geschiedenis van de huisvesting in
Nederland
Volkshuisvesting tot 1945:
- Particuliere verhuurders.
- Slechte woonomstandigheden:
o Gevolgen:
Kleinere woningen.
Slechte bouwmaterialen.
- Ontstonden opkomende arbeidsorganisaties voor verbetering van de huisvesting.
- 1e woningbouwvereniging in 1852, bewoners moesten ook opgevoed worden op het gebied van
hygiëne en onderhoud van de woning etc.
Woningwet 1901:
- Eisen aan de woning in Bouwverordening/ bouwvergunning.
- Controle op de eisen aan de woning oprichten Bouw- woningtoezicht.
- Dwingen tot onderhoud onteigening.
Toegelaten instellingen: Instellingen die zorgdragen voor sociale woningbouw en hiervoor geld
ontvangen. Verantwoording moest worden afgelegd aan de gemeente, de woningwetwoning.
Huur bevriezing 1916 later Huurregeling.
Visie inrichten woonwijken:
- Landelijk.
- Stedelijk.
1945 - 1970
Woningproductie na WW2:
- Eerst wederopbouw, dan woningnood aanpakken.
- Economie had voorrang, bouwproductie gereguleerd door overheid.
- Lonen laaghouden om export te stimuleren.
- Verzorgingsstaat (primaire doel is welzijn van de burger)
- Bouwen, verdelen, financieren.
, 1970 – 1995
Toename nieuwbouwwijken, ook hoogbouw, Vinex wijken vanaf jaren 80.
Objectsubsidies kunstmatig laaghouden van de huur.
Subjectsubsidies huursubsidie/ toeslag.
Harmonisatie van de huur: Het verschil in de huur van een nieuwbouwwoning en een bestaande woning
wordt kleiner gemaakt.
Huisvestingsordening: Verantwoordelijkheid van de gemeente om sociale huur woningen te verdelen
onder de lage inkomens.
Huisvestingsvergunning: Vergunning die je krijgt om in een in aanmerking komende woning te mogen
wonen.
Neoliberalisme: Productie aan de markt overlaten, overheid grijpt niet in.
Deregulering: Huurprijs wordt bepaald door vraag en aanbod, niet door de overheid.
Brutering: Corporaties kwamen op eigen benen te staan.
1995- heden:
- Bevorderen eigen woningbezit.
- Hypotheekrenteaftrek.
- Nationale Hypotheek Garantie (NHG).
- Commercialisering woningcorporaties.
- Sociale huur voor lage inkomens.
- Koopmarkt.