VRAGEN DEEL 5: BOVENSTE LIDMAAT
DE SCHOUDER
1. Benoem de anatomische plaatsen op het volgende botstuk;
:
2. Ligt de processus coracoideus op de scapula aan de ventrale of dorsale zijde?
Aan de ventrale zijde
3. Op welke van de twee onderarmen hecht de m.biceps brachii aan? En benoem de anatomische plaats
Op de radius (tuberositas radii)
4. Duid op de scapula aan: margo lateralis
5. Idem voor condylus medialis op de humerus
6. Wat is het verschil tussen een luxatie en een subluxatie van de schouder? Welke ligamenten kunnen
scheuren?
Luxatie= de schouder volledig ontwricht, subluxatie= de schouder gedeeltelijk ontwricht).
Ligamenta glenohumeralia
, SPIEREN
7. Als we een telefoon klemmen tussen schouder en zijkant hoofd, welke spier werkt dan?
m. trapezius bovenste bundels
8. Hoe noemen we deze beweging van het hoofd?
Lateroflexie van het hoofd
9. Hoe stretch je deze werkende spier? Noteer in correcte bewegingsterminologie+lidmaat.
Lateroflexie hoofd naar de andere kant en depressie van de schouders.
10. Indien deze spier bilateraal werkt, welke beweging kan deze spier dan veroorzaken?
Extensie hoofd, elevatie schouders
11. Als een turner in kruishang aan de ringen hangt, welke grote rugspier werkt er dan om te vermijden
dat de turner de armen abducteert (of opheft)?
m. latissimus dorsi
12. Welke functies heeft deze spier nog?
Retroflexie humerus
Endorotatie humerus
Adductie humerus
Extensie wervelkolom
13. Geef de antagonist en de functie
Retroflexie= m.biceps brachii
Endorotatie en adductie= m.supraspinatus
Extensie= m. abdominus rectus
14. Geef de synergist en de functie
m. deltoideus (retroflexie humerus)
15. Als we in de fitness de gebogen armen(op schouderhoogte) van abductie naar adductie brengen
(tegen weerstand), dan is de agonist: m. biceps brachii
16. Noteer de oorsprong en insertie van deze spier
Oorsprong;
Lang hoofd: boven gewrichtspan van scapula
Kort hoofd: ravebekuitsteeksel van scapula
Insertie;
Tuberositas radii
17. Na de training moeten we stretchen. Beschrijf de stretching van deze spier in correcte
bewegingsterminologie + lidmaat
Extensie elleboog + pronatie van de voorarm
DE SCHOUDER
1. Benoem de anatomische plaatsen op het volgende botstuk;
:
2. Ligt de processus coracoideus op de scapula aan de ventrale of dorsale zijde?
Aan de ventrale zijde
3. Op welke van de twee onderarmen hecht de m.biceps brachii aan? En benoem de anatomische plaats
Op de radius (tuberositas radii)
4. Duid op de scapula aan: margo lateralis
5. Idem voor condylus medialis op de humerus
6. Wat is het verschil tussen een luxatie en een subluxatie van de schouder? Welke ligamenten kunnen
scheuren?
Luxatie= de schouder volledig ontwricht, subluxatie= de schouder gedeeltelijk ontwricht).
Ligamenta glenohumeralia
, SPIEREN
7. Als we een telefoon klemmen tussen schouder en zijkant hoofd, welke spier werkt dan?
m. trapezius bovenste bundels
8. Hoe noemen we deze beweging van het hoofd?
Lateroflexie van het hoofd
9. Hoe stretch je deze werkende spier? Noteer in correcte bewegingsterminologie+lidmaat.
Lateroflexie hoofd naar de andere kant en depressie van de schouders.
10. Indien deze spier bilateraal werkt, welke beweging kan deze spier dan veroorzaken?
Extensie hoofd, elevatie schouders
11. Als een turner in kruishang aan de ringen hangt, welke grote rugspier werkt er dan om te vermijden
dat de turner de armen abducteert (of opheft)?
m. latissimus dorsi
12. Welke functies heeft deze spier nog?
Retroflexie humerus
Endorotatie humerus
Adductie humerus
Extensie wervelkolom
13. Geef de antagonist en de functie
Retroflexie= m.biceps brachii
Endorotatie en adductie= m.supraspinatus
Extensie= m. abdominus rectus
14. Geef de synergist en de functie
m. deltoideus (retroflexie humerus)
15. Als we in de fitness de gebogen armen(op schouderhoogte) van abductie naar adductie brengen
(tegen weerstand), dan is de agonist: m. biceps brachii
16. Noteer de oorsprong en insertie van deze spier
Oorsprong;
Lang hoofd: boven gewrichtspan van scapula
Kort hoofd: ravebekuitsteeksel van scapula
Insertie;
Tuberositas radii
17. Na de training moeten we stretchen. Beschrijf de stretching van deze spier in correcte
bewegingsterminologie + lidmaat
Extensie elleboog + pronatie van de voorarm