100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

College aantekeningen Abdomen

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
35
Geüpload op
11-01-2023
Geschreven in
2021/2022

College aantekeningen van abdomen, kort en bondig geschreven.












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
11 januari 2023
Aantal pagina's
35
Geschreven in
2021/2022
Type
College aantekeningen
Docent(en)
?
Bevat
Alle colleges

Voorbeeld van de inhoud

Hoorcolleges anatomie
Anatomie buikwand
Anterolaterale buikwand: (voor-zijkant)
- Huid en vetweefsel
- Bindweefsel en spieren
- Vetweefsel en binnenbekleding
- Van xiphoïd tot bekken
- Flank tot flank

Dorsolaterale buikwand: (achter-zijkant)
- Bindweefsel en spieren
- Ongeveer gelijk met lumbale wervels

De buikwand is een stevige, flexibele wand en is een gelaagde structuur. Het beschermt tegen
invloeden van buiten, houdt organen op plaats en creëert intra-abdominale druk. Er zijn thoracaal
ribben nodig, en abdominaal niet. Ten eerste omdat vrouwen zwanger moeten kunnen worden. Bij
de thorax moet er een druk opgebouwd kunnen worden om adem te kunnen halen. De lever en milt
worden nog wel beschermd door de ribben. Nut van intra-abdominale druk is voor persen, zingen,
ademhalen.

Huid > subcutis > Fascie van Camper > Fascie van Scarpa > bindweefsel en spieren > fascie laagjes >
vetlaagje > binnenbekleding (peritoneum/buikvlies).

Abdomenwand is ingedeeld in regels voor het gebruik in
de praktijk en als referentiekader voor klachten en voor
lichamelijk onderzoek.

Wordt ook in kwadranten verdeeld. Rechts/links en
boven/onder.




Subcutis:
- Fascie van Camper (vetweefsel)
- Fascie van Scarpa (bindweefsel) (Membranous laag)
- De subcutis bevat: oppervlakkige (sensibele) zenuwen , bloedvaten, lymfevaten, zweetklieren
en haarzakjes.

Spieren:
- Musculus obliquus externus abdomins(Buitenste schuine buikspier)
o Ontspringt ribben 5-12
o Hecht aan op linea alba, os pubis, crista iliaca
- Musculus obliquus internus abdominis (Binnenste schuine buikspier)
o Ontspringt van peesblad rug en crista iliaca
o Hecht aan op ribben 10-12 en linea alba
- Musculus transversus abdominis (Dwarse buikspier)
o Ontspringt van arcus costae, peesblad rug en crista iliaca
o Hecht aan op linea alba en os pubis

, o Linea arcuate
o Bij contractie druk op abdomen en helpt bij ademhaling.
- Rectus abdomins (Rechte buikspier)
o Ontspringt van os pubis
o Hecht aan op xiphoïd en rib 5-7
o Helpt mee met buigen

De combinatie van de schuine buikspieren maken serie van bewegingen mogelijk. Kan de
wervelkolom bewegen en bewegen de romp.

Apollo’s belt: de begrenzing van m. obliquus externus.

Waar de buikspieren samenkomen en uitstrekken met peesbladen vormen de rectusschede. De
rectusschede bestaat uit aponeurosen van buikspieren.

Linea arcuata (lijn boogvormig): De overgang van waar de peesbladen voor en achter lopen, alleen
maar voorlangs (anterior) gaan lopen.

Diepere laag:
- Fascia transversalis (aan binnenzijde m. transversus)
- Extraperiotenaal bindweefsel
- Peritoneum pariëtaal (aan binnenzijde peritoneum parietale)

Peritoneum pariëtaal:
- Ligt aan de binnenzijde van de fascia transversalis
- Binnenbekleding van de wand
- Maakt plicae (vouwen)
o Plica umbilicalis mediana (middelste). Bevat lig. Umbilicale medianum, is restant
urachus (navel).
o Plica umbilicalis mediales. (rechts) Bevat lig. Umbilicale mediales, is restant aa.
Umbilicales (navelstrengader).
o Plica umbilicales laterales. (links) Bevat a. en v. epigastrica inferior.

Dorsale abdomenwand:
- Fascia transversalis splitst in postrenal en prerenaal blad
- Peritoneum parietaal splitst niet en blijft tussen nieren en buikholte.
- Achterwand spieren:
o M. quadratus lumborum
 Ontspringt van crista iliaca
 Hecht aan rib 12 en L1-4
 Zorgt voor lateraalflexie (zijwaarts buigen)
o M. psoas major
 Ontspringt van Th12
 Hecht aan femur (bovenbeen)
o M. iliacus
 Ontspringt van bekken
 Hecht aan op bovenbeen
o M. iliopsoas is samenvoeging van m. psoas major en m. iliacus
 Na passeren lig. Inguinale (poupart)
 Zorgt voor roteren heup

,Anatomie abdomen
De buikholte wordt begrensd door het diafragma superieur, de buikspieren lateraal en ventraal, en
de rugspieren en wervelkolom dorsaal.

Functie van de buikholte is het creëren van intra-abdominale druk. Om te braken, geforceerde
respiratie en geforceerde mictie en defecatie.

Secretie komt door het epitheel van de tractus en klierweefsel.

Mondholte (cavita oris):
- Gl. Parotidae
- Gl. Submandulares
- Gl. Sublinguales

Ook 700-1000 kleine speekselkliertjes produceren 5-8% en 0.5-2L. De functie van de mondholte is
mechanische verwerking door de tanden en het producen van speeksel door de speekselklieren.
Aandoening door blokkade van de klieren door steenvorming.

Pharynx:
Voedsel wordt naar de oropharynx bewogen. De slikbeweging sluit de trachea en neusholte en is er
verder transport via oesofagus. Uvula sluit neusholte af en de epiglottis de trachea.

Oesofagus:
Is een lange, gespierde buis. Ligt achter de trachea en nabij de aorta en vena cava superior. Door
hiatus oesofagus naar buikwand. Bevat longitudinale en circulaire spieren waarvan de contracties
leiden tot voortstuwing van voedsel.
Anti-reflux mechanismen door combinatie van Lower Esophagal Sphincter (LES), de passage door
diafragma en de Hoek van His.

Maag:
Is de plaats van opslag en verwerking. Ligt ter gefixeerde locatie van pylorus (maagpoort) en
verbonden met eerste stuk darm. Is beweeglijk en ‘hangt’ dus aan pylorus en darm. Is zeer
beweeglijk door peritoneum. Maag zit verborgen achter de lever en in combinatie met milt zichtbaar.

Maag heeft 2 bochten, curvatura major en minor.
Hoofdgedeeldte is de corpus. De slokdarm eindigt in fundus.
Er zijn 3 spierlagen, lengterichting, circulair en schuinlopend.
De binnenzijde is bedekt met plicae gastricae en deze vergroten het
oppervlakte. Canalis ventriculi worden gevormd door de plicae. Er is
een snelle passage in de maag. Vloeistoffen nemen de ‘binnenbocht’
door contracties van antrum.

Oesofagus heeft plaveiselepitheel. Maag heeft cilindrische epitheel.
Oesofagus ontwikkelt cilindrisch epitheel bij reflux verandering
(Barrettofagus)

Dunne darm:
Duodenum (twaalfvingerige darm) is het eerste deel van de dunne darm van ong. 25 cm. Is een soort
S-vorm. Pars superior > pars descendens > pars inferior > pars ascendens. In de bocht van de
duodenum ligt de alvleesklier (pancreas).
Het duodenum neutraliseert zuur van de maag door waterstofcarbonaat uit alvleesklier. Er vindt

, secretie plaats uit andere organen (trypsine, lipase en amylase).
Er zijn 2 uitmondingen:
- Papilla duodeni minor. Uitmonding kleine alvleeskliergang
- Papilla duodeni major (papil van Vater)

Jejunum: 2.5 m. lang. Kent meer plooien dan het ileum.

Ileum: 3.5 m. lang. Heeft meer lymfatische follikels dan jejnum.

De functie van jejunum en ileum is de opname van voedingsstoffen.

Colon:
- Colon ascendens
- Colon transversum
- Colon descendens
- Colon sigmoid

Ook nog coecum, appendix en rectum. Coecum (overgang van dunne darm) heeft sfincters die ervoor
zorgen dat inhoud niet teruggaat naar dunne darm. Dit is belangrijk omdat er in de colon veel
bacteriën zitten die schadelijk zijn voor andere delen.

De functie van de colon is het opnemen van vocht en zout en absorberen voedingstoffen. Wordt
gekenmerkt door taeniae coli bandjes (lengterichting). Ook zijn er appendices omentalis, zijn
bepaalde vetjes. En haustra (dwarse) zijn insnoeringen van bindweefsel

Rectum / endeldarm is het laatste deel van het colon en is gelegen in de bekken. De functie is de
opslag van faeces in ampulla recti. Behouden van continentie door sfincter en spier. Het
sfinctercomplex bestaat uit 2 kringsspieren:
- M. sphincter ani externus
- M. sphincter ani internus (glad spierweefsel)

Puborectale hoek: bevestiging van m. puborectalis aan os pubis en rectum. Dit vormt een
vernauwing.

Lever:
De functie van de lever is het zuiveren van bloed afkomstig uit de darmen en de aanmaak van
eiwitten (stollingseiwitten). Onderverdeeld in lobben:

- Lobus hepatis dexter (groot)
- Lobus hepatis sinister (klein)
- Lobus caudatus (langwerpig, stoort staartje in het midden)
- Lobus quadratus (beetje vierkant)

Opgedeeld door ligamenten:

- Lig. Coronarium (bovenaan rechter lob)
- Lig. Falciforme (tussen de linker en rechter lobben)
- Lig. Teres hepatis (overblijfsel van v. umbilica, zuurstofrijk bloed van moeder)
- Lig. Venosum (overblijfsel ductus venosus, afnsijroute vena cava)

Area nuda mist het peritoneum.
€3,49
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
Deemm94

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
Deemm94 Vrije Universiteit Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
9
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
7
Documenten
5
Laatst verkocht
10 maanden geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen