Oefentoets VPK kbs 4 tm 6
1. Wat valt er onder kwaliteit van leven?
a. Basis adl, werk vermogen
b. Geluk beleven, genieten, balans
c. Medische feiten, fysiek functioneren
2. Wat zijn gezondheidsindicatoren?
a. Objectiveerbare en meetbare grootheden van gezondheid en ziekte
b. Subjectieve grootheden van gezondheid
c. Subjectieve grootheden van ziekte
3. Wat is de gemiddelde levensverwachting van mannen?
a. 83 jaar
b. 70 jaar
c. 79 jaar
4. Wat wordt er bedoeld met QALY’S?
a. Een weegfactor voor kwaliteit van leven
b. Informatie over aantal jaren met gezondheidsproblemen
c. Functiestoornissen die leven belemmeren
5. Welke ziektes hebben de hoogste prevalentie?
a. Hart en vaatziekten, luchtwegziekten
b. Oogstoornissen
c. Arstrose, DM, gehoorstoornissen
6. Wat is het doel van model van Lalonde?
a. Invloeden van gezondheid een plaats te geven
b. Model om motivatie te meten
c. Model om externe factoren te beinvloeden
7. Wat is een gedragsdeterminant?
a. Mortaliteit
b. Attidude
c. Leefstijl
8. Wat wordt er bedoeld met relatief risico?
a. Percentage ziektegevallen door blootstelling aan de risicofactor in de bevolking
b. De sterkte van verband tussen risicofactor en het optreden van een
gezondheidsprobleem
9. Wat wordt er bedoeld met het risicoverschil?
a. Geeft aan welk deel van het risico dat de risicogroep loopt te wijten is aan
risicofactoren
b. Verschil in ziektefrequentie tussen mensen met een risicofactor en mensen zonder
die risicofactor
c. Verschil in lopen van risico bij ouderen
, 10. Waarvan is case-finding een voorbeeld?
a. Primaire preventie
b. Secundaire preventie
c. Selectieve preventie
11. Welke 2 obstakels spelen een rol bij screening?
a. Sensitiviteit en respect
b. Senisiviteit en specifiteit
c. Specifiteit en respect
12. Wanneer is er sprake van patiënts delay?
a. Als een arts een diagnose niet stelt
b. Als een arts te veel diagnoses stelt
c. Als een patiënt met duidelijke symptomen niet wordt gediagnosticeerd
13. Welke van onderstaande voorbeelden is een voorbeeld van collectieve preventie?
a. Een patiënt haar tanden 2 x poetsen tegen gaatjes
b. Een antirokenbeleid in bedrijven
c. Een meisje dat is gevallen haar wond verzorgen
14. Waar wordt ernaar gekeken bij het model van Whitney?
a. Niveau van ingrijpendheid
b. Niveau van pijn
c. Verloop van gezondheidsprobleem
15. Wat gebeurt er als een patiënt meer geprotoprofessionaliseerd is?
a. Dan gaat de patient meer kosten maken
b. Dan wordt de patient steeds ongezonder
c. Dan wordt de patient steeds gezonder
16. Wat wordt er bedoeld met P4-medicine?
a. Zorg die professioneel. Persoonlijk, preventief en paraat is
b. Zorg die persoonlijk, voorspelbaar,preventief en particpatory is
c. Zorg die predicitive, particapitory en professioneel is
17. Wat is het doel van intentionele gezondheidsvoorlichting?
a. Het overdragen van kennis
b. Het overdragen van gezond gedrag
c. Het veranderen van ongunstig gedrag dat de gezondheid schaadt
18. Waarin ligt de kracht van intentionele gezondheidsvoorlichting?
a. In de systematiek, doelgerichtheid en planmatigheid
b. In de systematiek en planmatigheid
c. In de doelgerichtheid en persoonlijke zorg
19. Wat is het doel van intervention mapping?
1. Wat valt er onder kwaliteit van leven?
a. Basis adl, werk vermogen
b. Geluk beleven, genieten, balans
c. Medische feiten, fysiek functioneren
2. Wat zijn gezondheidsindicatoren?
a. Objectiveerbare en meetbare grootheden van gezondheid en ziekte
b. Subjectieve grootheden van gezondheid
c. Subjectieve grootheden van ziekte
3. Wat is de gemiddelde levensverwachting van mannen?
a. 83 jaar
b. 70 jaar
c. 79 jaar
4. Wat wordt er bedoeld met QALY’S?
a. Een weegfactor voor kwaliteit van leven
b. Informatie over aantal jaren met gezondheidsproblemen
c. Functiestoornissen die leven belemmeren
5. Welke ziektes hebben de hoogste prevalentie?
a. Hart en vaatziekten, luchtwegziekten
b. Oogstoornissen
c. Arstrose, DM, gehoorstoornissen
6. Wat is het doel van model van Lalonde?
a. Invloeden van gezondheid een plaats te geven
b. Model om motivatie te meten
c. Model om externe factoren te beinvloeden
7. Wat is een gedragsdeterminant?
a. Mortaliteit
b. Attidude
c. Leefstijl
8. Wat wordt er bedoeld met relatief risico?
a. Percentage ziektegevallen door blootstelling aan de risicofactor in de bevolking
b. De sterkte van verband tussen risicofactor en het optreden van een
gezondheidsprobleem
9. Wat wordt er bedoeld met het risicoverschil?
a. Geeft aan welk deel van het risico dat de risicogroep loopt te wijten is aan
risicofactoren
b. Verschil in ziektefrequentie tussen mensen met een risicofactor en mensen zonder
die risicofactor
c. Verschil in lopen van risico bij ouderen
, 10. Waarvan is case-finding een voorbeeld?
a. Primaire preventie
b. Secundaire preventie
c. Selectieve preventie
11. Welke 2 obstakels spelen een rol bij screening?
a. Sensitiviteit en respect
b. Senisiviteit en specifiteit
c. Specifiteit en respect
12. Wanneer is er sprake van patiënts delay?
a. Als een arts een diagnose niet stelt
b. Als een arts te veel diagnoses stelt
c. Als een patiënt met duidelijke symptomen niet wordt gediagnosticeerd
13. Welke van onderstaande voorbeelden is een voorbeeld van collectieve preventie?
a. Een patiënt haar tanden 2 x poetsen tegen gaatjes
b. Een antirokenbeleid in bedrijven
c. Een meisje dat is gevallen haar wond verzorgen
14. Waar wordt ernaar gekeken bij het model van Whitney?
a. Niveau van ingrijpendheid
b. Niveau van pijn
c. Verloop van gezondheidsprobleem
15. Wat gebeurt er als een patiënt meer geprotoprofessionaliseerd is?
a. Dan gaat de patient meer kosten maken
b. Dan wordt de patient steeds ongezonder
c. Dan wordt de patient steeds gezonder
16. Wat wordt er bedoeld met P4-medicine?
a. Zorg die professioneel. Persoonlijk, preventief en paraat is
b. Zorg die persoonlijk, voorspelbaar,preventief en particpatory is
c. Zorg die predicitive, particapitory en professioneel is
17. Wat is het doel van intentionele gezondheidsvoorlichting?
a. Het overdragen van kennis
b. Het overdragen van gezond gedrag
c. Het veranderen van ongunstig gedrag dat de gezondheid schaadt
18. Waarin ligt de kracht van intentionele gezondheidsvoorlichting?
a. In de systematiek, doelgerichtheid en planmatigheid
b. In de systematiek en planmatigheid
c. In de doelgerichtheid en persoonlijke zorg
19. Wat is het doel van intervention mapping?