BESTUURSKU
NDE
,Hoofdstuk 1: inleiding
Bestuurskunde: discipline (studie) waarbij (de inrichting en de werking)
van de overheid centraal staat,
Oftewel, discipline die zich bezighoudt met de voorbereiding, de bepaling,
de uitvoering en de evaluatie van overheidsbeleid.
Stakeholders:
- Een persoon of een organisatie die belang heeft bij een besluit
- Hij/ zij ondervindt invloed of kan zelf invloed uitoefenen op het
uitoefenen op het voorgenomen besluit van een organisatie.
- De belanghebbende de wordt oftewel op een positieve manier of een
negatieve manier geraak door het besluit.
Hoofdstuk 2: enkele begrippen
, Staat:
- Grondgebied
- Bestuur gezag
- Staatsvolk
-
Verschillende samenlevingen:
1. Samenleving op basis van gelijkheid:
2. Samenleving met rangorde
3. Samenleving met gelaagdheid
Trias Politica: Motesquieu
I. Wetgevende macht (1ste en 2de kamer)
II. Rechtelijke macht (onafhankelijke rechters). Horizontale
machtenscheiding
III. Uitvoerende macht (ministers)
Staatsvorming:
Tot 19e eeuw: de minimale staat
- De nachtwakerstaat: beperkte overheidsbemoeienis, beschermen
landgrenzen en openbare orde. Heel minimaal, de overheid bemoeide
zich met niks.
Vanaf 19e eeuw: rechtsstaat
- Aanpak grote maatschappelijke problemen zoals armoede en
huisvesting door de overheid (codificatie)
Na WOII: verzorgingsstaat
- De burger wordt van de wieg tot aan het graf verzorgd door de
overheid. Denk hierbij aan de armenwet, opkomst vakbonden,
bijstandswet (modificatie)
Heden: participatiesamenleving
- Zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid terug bij de burger
Stroming Kernwoord
Liberalisme Vrijheidsbeginsel
Christendemocratie Christelijke beginselen
Socialisme Gelijkheidsbeginsel
Het begrip ‘Overheid’’
- Geheel van bestuurders en bestuurlijke colleges
- In een staatsverband
- En het daarbij behorende ambtelijke apparaat
‘’de overheid’’ bestaat niet. De overheid bestaat namelijk uit een heleboel
verschillende overheden.
NDE
,Hoofdstuk 1: inleiding
Bestuurskunde: discipline (studie) waarbij (de inrichting en de werking)
van de overheid centraal staat,
Oftewel, discipline die zich bezighoudt met de voorbereiding, de bepaling,
de uitvoering en de evaluatie van overheidsbeleid.
Stakeholders:
- Een persoon of een organisatie die belang heeft bij een besluit
- Hij/ zij ondervindt invloed of kan zelf invloed uitoefenen op het
uitoefenen op het voorgenomen besluit van een organisatie.
- De belanghebbende de wordt oftewel op een positieve manier of een
negatieve manier geraak door het besluit.
Hoofdstuk 2: enkele begrippen
, Staat:
- Grondgebied
- Bestuur gezag
- Staatsvolk
-
Verschillende samenlevingen:
1. Samenleving op basis van gelijkheid:
2. Samenleving met rangorde
3. Samenleving met gelaagdheid
Trias Politica: Motesquieu
I. Wetgevende macht (1ste en 2de kamer)
II. Rechtelijke macht (onafhankelijke rechters). Horizontale
machtenscheiding
III. Uitvoerende macht (ministers)
Staatsvorming:
Tot 19e eeuw: de minimale staat
- De nachtwakerstaat: beperkte overheidsbemoeienis, beschermen
landgrenzen en openbare orde. Heel minimaal, de overheid bemoeide
zich met niks.
Vanaf 19e eeuw: rechtsstaat
- Aanpak grote maatschappelijke problemen zoals armoede en
huisvesting door de overheid (codificatie)
Na WOII: verzorgingsstaat
- De burger wordt van de wieg tot aan het graf verzorgd door de
overheid. Denk hierbij aan de armenwet, opkomst vakbonden,
bijstandswet (modificatie)
Heden: participatiesamenleving
- Zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid terug bij de burger
Stroming Kernwoord
Liberalisme Vrijheidsbeginsel
Christendemocratie Christelijke beginselen
Socialisme Gelijkheidsbeginsel
Het begrip ‘Overheid’’
- Geheel van bestuurders en bestuurlijke colleges
- In een staatsverband
- En het daarbij behorende ambtelijke apparaat
‘’de overheid’’ bestaat niet. De overheid bestaat namelijk uit een heleboel
verschillende overheden.