ASELECTE / TOEVAL STEEKPROEF
ENKELVOUDIGE STEEKPROEF De onderzoeker gebruikt een lijst met toevalsgetallen, random digit dialing of een andere willekeurige
selectieprocedure die garandeert dat elk lid van de populatie eenzelfde kans heeft om in de steekproef te
worden opgenomen.
SYSTEMATISCHE STEEKPROEF Aan de hand van een lijst met de leden van de populatie selecteert de onderzoeker een willekeurig beginpunt
voor het eerste lid van de steekproef. Vervolgens wordt elk nieuw lid geselecteerd aan de hand van een
gelijkblijvend skipinterval. Dit ‘spronginterval’ moet zondag zijn dat de hele lijst wordt gedekt, ongeacht het
beginpunt. Met deze procedure bereik je hetzelfde als met een enkelvoudige aselecte steekproef, maar je werkt
efficiënter.
CLUSTERSTEEKPROEF De populatie wordt verdeeld in groepen die clusters worden genoemd, waarbij elke groep min of meer gelijk
moet zijn aan de andere. De onderzoeker kan dan at random enkele clusters selecteren en deze in hun geheel
onderzoeken. Of de onderzoeker selecteert willekeurig enkele clusters en trekt vervolgens uit elke cluster een
steekproef. Deze methode is wenselijk als je zonder veel moeite zeer vergelijkbare clusters kunt afbakenen, zoals
subgroepen die over een groot geografisch gebied zijn verspreid.
GESTRATIFICEERDE Als de populatie naar verwachting een scheve verdeling kent voor een of meer van haar onderscheidende
STEEKPROEF kenmerken (bvb inkomen of productbezit), onderscheidt de onderzoeker deelpopulaties die strata worden
genoemd. Vervolgens wordt een enkelvoudige aselecte steekproef van elk stratum genomen. Soms worden
wegingsprocedures gebruikt om populatiewaarden zoals het gemiddelde te berekenen. Deze methode is
geschikter dan andere methoden van aselecte steekproeftrekking voor populaties die geen normale verdeling
hebben.
ENKELVOUDIGE STEEKPROEF De onderzoeker gebruikt een lijst met toevalsgetallen, random digit dialing of een andere willekeurige
selectieprocedure die garandeert dat elk lid van de populatie eenzelfde kans heeft om in de steekproef te
worden opgenomen.
SYSTEMATISCHE STEEKPROEF Aan de hand van een lijst met de leden van de populatie selecteert de onderzoeker een willekeurig beginpunt
voor het eerste lid van de steekproef. Vervolgens wordt elk nieuw lid geselecteerd aan de hand van een
gelijkblijvend skipinterval. Dit ‘spronginterval’ moet zondag zijn dat de hele lijst wordt gedekt, ongeacht het
beginpunt. Met deze procedure bereik je hetzelfde als met een enkelvoudige aselecte steekproef, maar je werkt
efficiënter.
CLUSTERSTEEKPROEF De populatie wordt verdeeld in groepen die clusters worden genoemd, waarbij elke groep min of meer gelijk
moet zijn aan de andere. De onderzoeker kan dan at random enkele clusters selecteren en deze in hun geheel
onderzoeken. Of de onderzoeker selecteert willekeurig enkele clusters en trekt vervolgens uit elke cluster een
steekproef. Deze methode is wenselijk als je zonder veel moeite zeer vergelijkbare clusters kunt afbakenen, zoals
subgroepen die over een groot geografisch gebied zijn verspreid.
GESTRATIFICEERDE Als de populatie naar verwachting een scheve verdeling kent voor een of meer van haar onderscheidende
STEEKPROEF kenmerken (bvb inkomen of productbezit), onderscheidt de onderzoeker deelpopulaties die strata worden
genoemd. Vervolgens wordt een enkelvoudige aselecte steekproef van elk stratum genomen. Soms worden
wegingsprocedures gebruikt om populatiewaarden zoals het gemiddelde te berekenen. Deze methode is
geschikter dan andere methoden van aselecte steekproeftrekking voor populaties die geen normale verdeling
hebben.