H6: celdood
Apoptose (of geprogrammeerde celdood):
Belangrijk proces tijdens ontwikkeling bv.
o Vorming handen en voeten
o Eliminatie teveel aan neuronen
o Metamorfose kikkervisje kikker
Belangrijk proces in normaal volwassen organisme bv.
o Ter compensatie van celdeling
o Werking immuunstelsel
o Afbraak endometrium bij menstruatie
o DNA schade
Stimuli (kan geactiveerd worden door) bv.
o Radiatie
o Toxines
o Hypoxie
o Deprivatie van groeifactoren
o Antikanker geneesmiddelen
Deregulatie speelt rol in verschillende ziekten bv.
o Te weinig apoptose (resistentie aan apoptose processen): kanker, auto-immuun ziekten
o Te veel apoptose: neurodegeneratieve ziekten (bv. Alzheimer en Huntington)
Staat in contrast met necrose: cellen zwellen, barsten en inhoud komt vrij in omgeving
inflammatie, treedt op bij acute beschadiging weefsel
ATP afhankelijk
Geen inflammatie
Andere vormen celdood: necroptose (geregelde necrose) en autofagie
1 KENMERKEN APOPTOTISCH PROCES
Cel krimpt en condenseert
Cytoskelet dissocieert
Nucleaire enveloppe verdwijnt
Nucleair DNA breekt in fragmenten
Intracellulaire componenten niet in extracellulair milieu geen schade aan omgeving
1. Fosfolipide fosfatidylserine (cytosolische zijde) transloceert naar buitenkant celmembraan
herkend en gebonden door receptoren fagocytotische cellen (macrofagen en dendritische
cellen)
2. Celresten verwijderd door fagocytose + fagocyterende cellen secreteren cytokines (verhinderen
inflammatie)
Apoptose (of geprogrammeerde celdood):
Belangrijk proces tijdens ontwikkeling bv.
o Vorming handen en voeten
o Eliminatie teveel aan neuronen
o Metamorfose kikkervisje kikker
Belangrijk proces in normaal volwassen organisme bv.
o Ter compensatie van celdeling
o Werking immuunstelsel
o Afbraak endometrium bij menstruatie
o DNA schade
Stimuli (kan geactiveerd worden door) bv.
o Radiatie
o Toxines
o Hypoxie
o Deprivatie van groeifactoren
o Antikanker geneesmiddelen
Deregulatie speelt rol in verschillende ziekten bv.
o Te weinig apoptose (resistentie aan apoptose processen): kanker, auto-immuun ziekten
o Te veel apoptose: neurodegeneratieve ziekten (bv. Alzheimer en Huntington)
Staat in contrast met necrose: cellen zwellen, barsten en inhoud komt vrij in omgeving
inflammatie, treedt op bij acute beschadiging weefsel
ATP afhankelijk
Geen inflammatie
Andere vormen celdood: necroptose (geregelde necrose) en autofagie
1 KENMERKEN APOPTOTISCH PROCES
Cel krimpt en condenseert
Cytoskelet dissocieert
Nucleaire enveloppe verdwijnt
Nucleair DNA breekt in fragmenten
Intracellulaire componenten niet in extracellulair milieu geen schade aan omgeving
1. Fosfolipide fosfatidylserine (cytosolische zijde) transloceert naar buitenkant celmembraan
herkend en gebonden door receptoren fagocytotische cellen (macrofagen en dendritische
cellen)
2. Celresten verwijderd door fagocytose + fagocyterende cellen secreteren cytokines (verhinderen
inflammatie)