Hoofdstuk 4 - New Media in Everyday Life
Paragraaf 1 - Everyday life in cyberspace
De afgelopen 30 jaar is computer technologie verplaats van de industrie en
onderzoekslaboratoria naar het huis. Hierbij is een ingewikkelde verweving van het
gemedieerde, het levende, tijd en plaats.
Binnen Cultural en Media Studies zijn drie met elkaar verbonden vooronderstellingen:
1. Het dagelijks leven is te onderscheiden van technologieën en deze verschillen
tussen subject en object zijn absoluut.
2. Technologieën worden sociaal gevormd maar de maatschappij is niet technologisch
gevormd.
3. Menselijk handelen is de enige drijvende kracht in het dagelijks leven en cultuur.
In het dagelijks leven worden populaire betekenissen en gebruiken van nieuwe media
onderhandeld en uitgevoerd. In discussies komt vaak naar voren dat media het dagelijks
leven transformeren met hun tijdruimtelijke grenzen, beperkingen en machtsstructures. Het
dagelijks leven is te zien als:
De markt waar bedrijven voor consumenten hardware en software ontwikkelen.
De plek waarbij de betekenis van nieuwe media wordt geprogrammeerd.
Focuspunt van convergences van consument, media, educatie, entertainment en de
markt.
De sociale condities die, groot of klein, gebruik en consumptie van new media
transformeren.
De vervreemding en routine van connectiviteit en creativiteit door het internet.
De plek van consumptie waar het commercieel technologisch imaginair zichtbaar is.
Mobile privatisation: Williams: onze manier van leven wordt mobiel en huis-gecentreerd.
Lange historische achtergronden hebben de dagelijkse wereld waarin nieuwe media een
grote rol spelen geïnsinueerd maar ze zijn niet volkomen bepalend geweest.
Cyberspace wordt gezien als anders dan het dagelijks leven, met belichaming en
subjectiviteit. Een cybernaut verlaat de gevangenis van het lichaam en emerges in een
wereld van digitale sensatie. Maar cyberspace kan ook worden gezien als vervreemdend en
een anti-sociale afleiding.
Het gemedieerde dagelijks leven kan ook worden gezien als ubiquitous computing van
Kurzweil. Hij voorspelt een wereld met gepersonaliseerde media, waarbij de dagelijkse
producten getransformeerd worden in smart objects mogelijk gemaakt door nanotechnologie
voor het dagelijks leven en het lichaam.
Dit soort voorspellingen zeggen vaak meer over zorgen en het technologisch imaginair van
een tijd dan over de toekomst. Robins: een visie voor de toekomst die anders is dan de
tegenwoordige tijd veroorzaakt tunnel visie. Hij heeft het over cybercultural discourse en niet
direct over actuele materiële technologieën.
Miller en Slater: etnografisch onderzoek naar internet. Het internet kan niet worden uitgelegd
als speculatief cyberspace en dus a kind of placeless place maar we kunnen de invulling zien
in hoe het op concrete plaatsen en praktijken wordt gebruikt. We moeten hiervoor ontkennen
dat het een otherness heeft (punt 1) en het dus materieel is in ons dagelijks leven. Op deze
manier genereren ze nieuwe manieren van communiceren, games, spelen met identiteit en
nieuwe relatie tussen mens en technologie. Het virtuele en fysieke zijn verbonden en worden
zo interessanter.
De primaire culturele praktijk is te zien als een passieve gulzige consumenten maatschappij
óf als rijk voor creatieve manieren om individuele identiteit in een complexe wereld te
bewerkstelligen.
Cultural and Media studies worden gekarakteriseerd door een aantal verklaringen:
Digitale media zijn niet fundamenteel te onderscheiden van oudere media vormen.
Betekenis en gebruik wordt anders gedecodeerd dan het geëncodeerd wordt.
Paragraaf 1 - Everyday life in cyberspace
De afgelopen 30 jaar is computer technologie verplaats van de industrie en
onderzoekslaboratoria naar het huis. Hierbij is een ingewikkelde verweving van het
gemedieerde, het levende, tijd en plaats.
Binnen Cultural en Media Studies zijn drie met elkaar verbonden vooronderstellingen:
1. Het dagelijks leven is te onderscheiden van technologieën en deze verschillen
tussen subject en object zijn absoluut.
2. Technologieën worden sociaal gevormd maar de maatschappij is niet technologisch
gevormd.
3. Menselijk handelen is de enige drijvende kracht in het dagelijks leven en cultuur.
In het dagelijks leven worden populaire betekenissen en gebruiken van nieuwe media
onderhandeld en uitgevoerd. In discussies komt vaak naar voren dat media het dagelijks
leven transformeren met hun tijdruimtelijke grenzen, beperkingen en machtsstructures. Het
dagelijks leven is te zien als:
De markt waar bedrijven voor consumenten hardware en software ontwikkelen.
De plek waarbij de betekenis van nieuwe media wordt geprogrammeerd.
Focuspunt van convergences van consument, media, educatie, entertainment en de
markt.
De sociale condities die, groot of klein, gebruik en consumptie van new media
transformeren.
De vervreemding en routine van connectiviteit en creativiteit door het internet.
De plek van consumptie waar het commercieel technologisch imaginair zichtbaar is.
Mobile privatisation: Williams: onze manier van leven wordt mobiel en huis-gecentreerd.
Lange historische achtergronden hebben de dagelijkse wereld waarin nieuwe media een
grote rol spelen geïnsinueerd maar ze zijn niet volkomen bepalend geweest.
Cyberspace wordt gezien als anders dan het dagelijks leven, met belichaming en
subjectiviteit. Een cybernaut verlaat de gevangenis van het lichaam en emerges in een
wereld van digitale sensatie. Maar cyberspace kan ook worden gezien als vervreemdend en
een anti-sociale afleiding.
Het gemedieerde dagelijks leven kan ook worden gezien als ubiquitous computing van
Kurzweil. Hij voorspelt een wereld met gepersonaliseerde media, waarbij de dagelijkse
producten getransformeerd worden in smart objects mogelijk gemaakt door nanotechnologie
voor het dagelijks leven en het lichaam.
Dit soort voorspellingen zeggen vaak meer over zorgen en het technologisch imaginair van
een tijd dan over de toekomst. Robins: een visie voor de toekomst die anders is dan de
tegenwoordige tijd veroorzaakt tunnel visie. Hij heeft het over cybercultural discourse en niet
direct over actuele materiële technologieën.
Miller en Slater: etnografisch onderzoek naar internet. Het internet kan niet worden uitgelegd
als speculatief cyberspace en dus a kind of placeless place maar we kunnen de invulling zien
in hoe het op concrete plaatsen en praktijken wordt gebruikt. We moeten hiervoor ontkennen
dat het een otherness heeft (punt 1) en het dus materieel is in ons dagelijks leven. Op deze
manier genereren ze nieuwe manieren van communiceren, games, spelen met identiteit en
nieuwe relatie tussen mens en technologie. Het virtuele en fysieke zijn verbonden en worden
zo interessanter.
De primaire culturele praktijk is te zien als een passieve gulzige consumenten maatschappij
óf als rijk voor creatieve manieren om individuele identiteit in een complexe wereld te
bewerkstelligen.
Cultural and Media studies worden gekarakteriseerd door een aantal verklaringen:
Digitale media zijn niet fundamenteel te onderscheiden van oudere media vormen.
Betekenis en gebruik wordt anders gedecodeerd dan het geëncodeerd wordt.