geschiedenis tot 1384
Lage landen lagen lang in de periferie van de beschaving door o.a. klimatologische factoren.
De meeste ontwikkelingen komen er laat op gang.
Preromaanse tijd
De eerste bewoners
• Ongeschikt klimaat (veel sneeuw & ijs) → nauwelijks permanente bewoning; komt
pas op gang na ca. 10.000 v. Chr. (einde laatste ijstijd)
• Bewoners komen & gaan in kleine groepen; hoe ze precies leefden is onduidelijk
• Het waren vooral jagers, vissers & verzamelaars (bewijs: kano van Pesse) die in hutjes
wonen
Permanente bewoning
• Ca. 5500 v. Chr.: eerste tekenen van landbouwsamenlevingen in Zuid-Limburg
(had geschikt klimaat): bewoners bouwden boerderijen & kleine dorpjes
! vanwege nat klimaat zijn er nog altijd meer jagers & verzamelaars dan boeren
• Ca 2000 jaar later: jagers & verzamelaars vestigen zich permanent in delen van
noordoosten van Lage Landen (Trechterbekercultuur); ontstaan complexe
samenlevingen (hunebedden)
• Ca. 700 v. Chr.: aanbreken ijzertijd in zuidelijke deel Lage Landen; ijzer
waarschijnlijk geïntroduceerd door Kelten uit Centraal-Europa
• Ook Germanen vestigen zich er & worden steeds dominanter
• Geen centraal gezag → vechten, stelen, plunderen
De Romeinse Nederlanden
Rome komt aan de macht
• Julius Caesar (gouverneur Gallië) wil macht uitbreiden naar noorden → Gallische
oorlog; belangrijkste tegenstanders zijn Menapii & Eburonen, geven zich allebei op
gegeven moment over
• Interne conflicten in Rome → Romeinen verliezen grip op gebied
• Rijn als vrij stabiele noordgrens van Romeinse rijk, paar uitzonderingen:
o Generaal Nero Claudius Drusus Germanicus wil gebied weer onder controle
krijgen met steun van Bataven → lukt in 12 v. Chr., macht uitgebreid ten
noorden van Rijn; Romeinen verliezen gebied paar jaar later weer, trekken
zich terug tot achter de Rijn
o 69 n. Chr.: Bataafse legeraanvoerders en broers Julius & Paulus Civillis door
Nero beschuldigd van verraad → Paulus vermoord, Julius wil wraak; opstand
onder Bataven nadat één van opvolgers van Nero hen dwong om troepen te
leveren → Romeinen teruggedreven, maar duurde niet lang; vrede gesloten
onder nieuwe keizer Vespasianus
▪ Rond Bataafse opstand vond mythevorming plaats, werd gebruikt
om strijd voor politieke vrijheid te legitimeren
• Rome creëerde militaire steunpunten & steden aan hun grensgebied (bijv. het huidige
Nijmegen & Maastricht)
Het leven in het Romeinse rijk
• Gebied bleef dunbevolkt, wel vond romanisering plaats, vooral in het zuiden
o Vruchtbare grond → landgoederen & boerderijen
o Moderne Romeinse techniek & cultuur drong door
• Noorden: uitgebreid netwerk van rivieren → handel (o.a. met Brittannië)
, • Stabiliteit door Pax Romana → nieuwe culturele & religieuze uitingsvormen:
o Taal (Latijn)
o Romeinse wetten
o Godenaanbidding in Romeinse stijl
o Cultureel gemengde bevolking, verschillende etniciteiten
Romeinse neergang, migratie en ontvolking
• Invallen & migratie van ‘barbaren’ in het rijk → bewoners vluchten
• Klimaat kouder & natter → economische neergang + wegspoelen nederzettingen
• Interne politieke instabiliteit
➔ Ontvolking, verwildering natuur
• Ondanks pogingen tot herstel komt Romeins gezag in Lage Landen ten einde
De Merovingische en Karolingische perioden
De samenleving in de vroege Middeleeuwen
• Lage Landen bestonden uit kleine gemeenschappen onder Merovingische leiders
(legitimeerden positie door afstamming van beroemde koning Merovech te claimen)
• Gemeenschappen waren geen etnische of politieke eenheid
• Beperkte toestroom van migranten: Franken, Angelen, Saksen → interactie →
ontstaan van overeenkomsten in cultuur
• Vanaf ca. 700: warmer klimaat → toename van bevolking & nederzettingen + meer
handel met rest van Europa (vooral door Friezen)
• Dorestad als belangrijkste handelsknooppunt; had gunstige ligging
De opkomst van het Frankische christendom
• Groei van bevolking & handel → meer conflicten over politieke controle, economische
macht, religie
• Salische Franken (substam van de Franken, geleid door Merovingers) worden
christelijk & breidden macht uit: Utrecht veroverd in 630
• Vanaf midden 7e eeuw kerstening door Franken & Engelsen: richtten kerken &
bisdommen op in zuidelijke Nederlanden, maar er was wel verzet (vooral in het
noorden)
• 690: Friese koning Radboud verslagen door Pepijn van Herstal van de Merovingers;
verovert Dorestad & Utrecht; stad gebruikt door Engelsen (waaronder aartsbisschop
Willibrord) als springplank voor kerstening
• 714: dood Pepijn → chaos → Radboud verdrijft Willibrord tijdelijk
• 719: dood Radboud → Frankische hofmeier (hoofd van hofhouding van koning) Karel
Martel verovert heel Friesland
! zou nog wel lang duren voordat Friezen uiteindelijk christendom accepteren
Karolingische erfenis
• Merovingische koningen verliezen macht aan hofmeiers → stichting Karolingische
rijk (afstammelingen van Karel Martel)
• Karel de Grote breidt gebied uit (waaronder hele oostelijke deel van Nederland & in
785 ook de rest) & centraliseert macht; wordt in 800 gekroond tot keizer HRR
• Hij sticht netwerk van leengebieden & inspecteurs, bestuurd door adel; lokale
heersers hadden vrij veel autonomie → uiteenvallen rijk
! schenkt niet veel aandacht aan Lage Landen
! Karolingische renaissance (periode van vernieuwing van cultuur & wetenschap)
nauwelijks merkbaar in Lage Landen
, Uiteenvallen van het Frankische Rijk en de komst van Vikingen
• Veel conflicten & politieke fragmentarisering; Frankisch rijk uiteindelijk verdeeld
onder de 3 kleinzonen van Karel de Grote; Nederland onderdeel van Midden-
Frankisch rijk o.l.v. Lotharius
• Na dood Lotharius rijk opnieuw verdeeld → Lotharius II koning van grootste deel van
Lage Landen
• Probleem: constante invallen & plunderingen door Vikingen gedurende hele 9e eeuw
→ Frankische heersers willen inlijven als bondgenoot of ondergeschikte + oprichting
versterkte forten → Vikingen gaan weer weg (ook omdat Nederland te nat, arm &
dunbevolkt is
• 925: Hendrik de Vogelaar van Oost-Frankisch rijk annexeert Midden-Frankische rijk
(zonder Vlaanderen dus!), hertogen blijven wel aan als leenmannen
• Nederlandse gebieden blijven politieke & economische uithoek van rijk; Duitse
keizers bekommeren zich er niet zo om
Bisschoppen, steden en landuitbreiding
Opkomst van prinsbisdommen, Holland en Vlaanderen
• Afwezigheid effectief centraal gezag & instabiliteit → ontstaan lappendeken van
staatjes & hiërarchische samenlevingen op lokaal niveau
• Leenmannen beschouwden hun gebied als hun eigendom → keizers stellen zelf
bisschoppen aan als wereldlijke heersers voor meer controle → opkomst
prinsbisdommen Luik & Utrecht; breiden elk hun gebied flink uit & verwierven veel
macht
! hier was verzet tegen van lokale grootgrondbezitters (meestal hoge adel); zij willen zelf
ook gebied uitbreiden
o Bijv. vanuit West-Friesland; graven daar breiden gebied uit, dat rond 1100
aangeduid zou worden als Holland
• Vlaanderen was nog altijd veel rijker, machtiger en effectiever bestuurd; graaf daar
deed ook aan gebiedsuitbreiding, kon dankzij zwak Frans gezag
Handel en uitbreiding van de landbouw
• Drieslagstelsel + landbouwinnovaties + warmer klimaat → voedseloverschotten →
herleving handel rond 10e eeuw
• Rond eind 10e eeuw: initiatieven tot droogleggen & ontginnen van vruchtbare grond
in Holland, Zeeland, Vlaanderen & Friesland; werd pas echt grootschalig in 11e eeuw
• Gebeurde op verschillende manieren:
o Top-down: initiatief van lokale heersers die samenwerkten met landeigenaren;
boeren die zich vestigen op pas ontgonnen grond kregen gunstige contracten
o Bottom-up: landeigenaren nemen zelf initiatief, werden wel financieel
gesteund door graven → ontstaan vrije boerenklasse
! wel veel tegenslagen in proces; moeilijk om gebieden droog te houden; ook inklinking en
bodemdaling waren problemen; daarnaast waren dijken soms niet sterk genoeg; toch blijven
lokale inwoners volhouden
De opkomst van de steden
• Steden waren nog niet groot, maar hun economische betekenis nam toe; steeds meer
kerken & gebouwen werden in steen gebouwd
• Nog altijd waren steden in Vlaanderen groter, rijker & machtiger dankzij lucratieve
lakenhandel & banden met Italië
• Adel verleende steeds vaker stadsrechten → toenemende welvaart → meer
belastinginkomsten; rijke kooplieden worden assertief & stijgen op sociale ladder,
krijgen meestal stadsbestuur in handen → toenemende politieke & sociale spanningen