Biologie voor jou (bvj) Boek 2A havo/vwo
Release 8.1 isbn: 9789402072785
Basisstof 1 t/m 6
Extra stof 7 en 8
Basisstof 1 Voedingsmiddelen en voedingsstoffen
Bloed bestaat uit: Bloedplasma (ca. 55%): water met plasma-eiwitten (o.a. fibrinogeen) en opgeloste
stoffen (o.a. zouten).
Zorgt voor:
– Bloedplasma vervoert zuurstof (een klein beetje), voedingsstoffen, antistoffen,
koolstofdioxide en andere afvalstoffen.
– Fibrinogeen speelt een rol bij de bloedstolling.
Bloedcellen en bloedplaatjes (ca. 45%)
Rode bloedcellen:
– Cellen zonder celkern.
– Rode bloedcellen bevatten de rode kleurstof hemoglobine.
– Functie: zuurstof vervoeren.
– Bloedarmoede: het bloed bevat te weinig hemoglobine. Daardoor kan iemand zich
voortdurend zwak en moe voelen.
Witte bloedcellen:
– Cellen met celkern.
– Witte bloedcellen hebben geen vaste vorm; ze kunnen door de wand van haarvaten
heen.
– Functie: afweer tegen ziekteverwekkers, bijv. door bacteriën in te sluiten.
Bloedplaatjes:
– Delen van uiteengevallen cellen, zonder celkern.
– Functie: bloedstolling.
De samenstelling
van bloed:
, Leg uit wat er op Witte bloedcellen maken bacteriën onschadelijk door ze op te nemen
de afbeelding
gebeurt:
Basisstof 2 De bloedsomloop
Noem 3 typen 1 Slagaders:
bloedvaten met – Functie: hierdoor stroomt bloed van het hart weg
hun kenmerken – hoge bloeddruk
en functies: – dikke, stevige en elastische wand
– ‘slag’ merkbaar, o.a. in de polsen
– meestal dieper in het lichaam gelegen
– alleen halvemaanvormige kleppen (aan het begin van longslagader en aorta)
2 Haarvaten:
– Wand van één cellaag dik.
– Functie: Witte bloedcellen en vocht met zuurstof, voedingsstoffen en afvalstoffen
(o.a. koolstofdioxide) kunnen door de wand.
3 Aders:
– Functie: hierdoor stroomt bloed naar het hart toe
– lage bloeddruk
– dunne wand
– geen ‘slag’ merkbaar
– meestal ondiep in het lichaam gelegen
– kleppen verhinderen dat het bloed terugstroomt (vooral in de armen en benen)
Leg de werking
van de
aderkleppen uit in
deze afbeelding: