3GT Thema 3 Vleermuizen Samenvatting
Let op: deze samenvatting bevat niet alle leerstof, bevat niet alle paragrafen en bevat niet alle
kennisbanken.
Overlevingsstrategieën
Het doel van een overlevingsstrategie is bescherming. Dieren hebben
verschillende eigenschappen om zich tegen vijanden te beschermen en om
moeilijke perioden, zoals de winter, door te komen.
Vogeltrek: Vogels vertrekken naar een ander (vaak zuidelijker) gebied omdat tijdens de winter weinig
voedsel te vinden is. Na de winter trekken de vogels weer terug naar het gebied waar ze vandaan
komen. Vogels die vanuit het noorden naar Nederland komen of vanuit Nederland naar het zuiden
trekken noem je trekvogels. Vogels die vanuit een ander land in Nederland komen overwinteren
noemen wij wintergasten.
Snelheid: Deze dieren kunnen zich snel voortbewegen. Hierdoor kunnen ze wegrennen voor
roofdieren. De roofdieren kunnen zich ook snel voortbewegen om de prooidieren te vangen. Degene
die sneller is en/of het langer kan volhouden (uithoudingsvermogen) overleeft.
Gif: Meestal is een felle kleur bij dieren een teken dat het dier giftig is. Het dier laat door deze felle
kleuren aan andere dieren zien dat hij giftig is zodat hij niet wordt aangevallen.
Camouflage: Niet opvallen is ook een manier om aan het roofdier te ontsnappen. Deze dieren zitten
stil en hebben kleuren of vormen die lijken op de omgeving. Hierdoor is het moeilijk om deze dieren
te zien zitten. Camouflage wordt ook wel eens schutkleur genoemd.
Mimicry: Mimicry (spreek je uit als ‘miemiekrie’) is het nadoen van dieren die gevaarlijk zijn. Deze
dieren lijken op gevaarlijke dieren zodat zij meer met rust gelaten worden. Zij zijn zelf niet gevaarlijk.
Winterslaap: In de winter is het voor veel diersoorten moeilijk om aan voedsel te komen. Daarom
slapen sommige zoogdieren een langere tijd in de winter. Zij laten hun lichaamstemperatuur flink
zakken en gaan slapen. Doordat ze inactief en afgekoeld zijn, verbruiken ze weinig voedingsstoffen. In
Nederland zijn dit bijvoorbeeld egels, spitsmuizen en vleermuizen. Deze dieren mag je nooit uit hun
winterslaap halen; dan kunnen ze namelijk dood gaan.
Let op: deze samenvatting bevat niet alle leerstof, bevat niet alle paragrafen en bevat niet alle
kennisbanken.
Overlevingsstrategieën
Het doel van een overlevingsstrategie is bescherming. Dieren hebben
verschillende eigenschappen om zich tegen vijanden te beschermen en om
moeilijke perioden, zoals de winter, door te komen.
Vogeltrek: Vogels vertrekken naar een ander (vaak zuidelijker) gebied omdat tijdens de winter weinig
voedsel te vinden is. Na de winter trekken de vogels weer terug naar het gebied waar ze vandaan
komen. Vogels die vanuit het noorden naar Nederland komen of vanuit Nederland naar het zuiden
trekken noem je trekvogels. Vogels die vanuit een ander land in Nederland komen overwinteren
noemen wij wintergasten.
Snelheid: Deze dieren kunnen zich snel voortbewegen. Hierdoor kunnen ze wegrennen voor
roofdieren. De roofdieren kunnen zich ook snel voortbewegen om de prooidieren te vangen. Degene
die sneller is en/of het langer kan volhouden (uithoudingsvermogen) overleeft.
Gif: Meestal is een felle kleur bij dieren een teken dat het dier giftig is. Het dier laat door deze felle
kleuren aan andere dieren zien dat hij giftig is zodat hij niet wordt aangevallen.
Camouflage: Niet opvallen is ook een manier om aan het roofdier te ontsnappen. Deze dieren zitten
stil en hebben kleuren of vormen die lijken op de omgeving. Hierdoor is het moeilijk om deze dieren
te zien zitten. Camouflage wordt ook wel eens schutkleur genoemd.
Mimicry: Mimicry (spreek je uit als ‘miemiekrie’) is het nadoen van dieren die gevaarlijk zijn. Deze
dieren lijken op gevaarlijke dieren zodat zij meer met rust gelaten worden. Zij zijn zelf niet gevaarlijk.
Winterslaap: In de winter is het voor veel diersoorten moeilijk om aan voedsel te komen. Daarom
slapen sommige zoogdieren een langere tijd in de winter. Zij laten hun lichaamstemperatuur flink
zakken en gaan slapen. Doordat ze inactief en afgekoeld zijn, verbruiken ze weinig voedingsstoffen. In
Nederland zijn dit bijvoorbeeld egels, spitsmuizen en vleermuizen. Deze dieren mag je nooit uit hun
winterslaap halen; dan kunnen ze namelijk dood gaan.