§1 Tomaten kweken
-Kruisen en selecteren
Klassiek veredelen = planten kruisen uit nakomelingen de
beste kiezen
Genomics = de kennis van het genoom v/h plantenras
kan in lab gewenst allel spotten
snel geschikte planten selecteren
In vitro bij cellen het aantal chromosomen verdubbelen mbv
colchicine
verhindert uiteengaan chromatiden tijdens mitose = non-
disjunctie
4 homologe chromosomen = tetraploide cel
soms heeft plant nieuwe eigenschappen
Polyploïde = het hebben van meer dan 2 sets chromosomen
Geeft geen nadelig effect bij rozen. Bij tomaten krijgen de
planten te weinig tomaten.
-Geslachtelijke voortplanting
Tomaten zijn zelfbestuivers stuifmeel uit meeldraden komt op
stamper zelfde bloem.
Stuifmeelkorrels (mannelijke gameten) versmelten met eicellen
(vrouwelijke gameten)
Hommels helpen: laten stuifmeel achter op stempel v/d stamper
Verschillende planten kruisen moet mens zelf doen.
Verwijdert van pas geopende bloem de meeldraden
Met trilnaald verwijdert hij stuifmeel van andere bloem
Via buisje brengt hij stuifmeel over op de stamper v/d
bloem zonder meeldraden
groeien tomaten uit met zaden + nieuwe combi allelen
-Ongeslachtelijke voortplanting
Nakomelingen genetisch identiek aan ouderplant.
-Planten uit het lab
Via genetische modificatie ontstaan GMO-planten met extra allelen
voor nieuwe eigenschappen.
Allelen van zelfde soort cisgene planten
Allelen ander soort transgene planten
Isoleer allel uit cellen v/h donororganisme
Kies geschikte bacteriesoort om allel over te brengen naar
tomatencellen
Bacteriën: cirkelvormig DNA + kleinere cirkelvormige DNA stukken
= plasmiden
Bouwt allel in plasmide v/e bacterie plasmide is de vector om het
allel over te brengen.
Man plaatst plasmide in bacterie laat kloneren
, in kweek brengen samen met niet gedifferentieerde
tomatencellen.
in aantal tomatencellen dringt een plasmide (+allel) binnen.
Plasmide komt in DNA tomatencel
Man kan de cellen opsporen, omdat hij aan het te over te plaatsen
gen een markergen heeft gekoppeld. is bijv. Resistent tegen
antibioticum
Na toevoegen antibioticum sterven cellen zonder markergen
cellen die overblijven
weefselkweek = in steriel groeimedium ontstaat nieuwe plant.
§2 Water
-Schimmel op tomaat
Schimmels groeien uit sporen = haploïde cellen dienen voor
vermeerdering schimmels zweven overal in lucht
Kiemt in wortel? groeit wortelstelsel binnen
Halpoïde cellen groeien als schimmeldraden = mycelium
in stengel
in transportkanalen nieuwe sporen
plant verwelkt + vergeelt
-Wateropname
Water + mineralen opnemen via: wortelharen
= vergrote epidermiscellen (opperhuidcellen) aan uiteinden jonge
worteltoppen
vergroten opp. + capaciteit om water op te nemen
Water via: -Celwanden (apoplast-route)
-Celmembranen + grondplasma (symplast-route)
richting centrale cilinder met transportvaten
Hier omheen endodermis vd wortel
Endodermiscellen: in celwanden soort kurk = Bandjes
van Caspari.
= laagje waterdicht cement tussen cellen in de muur vd
endodermis
Water + mineralen niet verder via apoplast-route
Gaan door celmembranen endodermiscellen
(symplast-route)
Komen in centrale cilinder
Water + mineralen verder via transportkanalen =
houtvaten
O2 + T van de bodem hebben invloed op wateropname wijst op
actieve processen.
Voldoende O2 en juiste T? Dan pas maken cellen ATP
Plaats actieve processen = Celmembranen binnen/buitenzijde
endodermiscellen
Mineralen tegen concentratieverschil in naar centrale cilinder =
actief transport.
Concentratie mineralen in cilinder stijgt.