Werkcollegeopdrachten voor week 6
Hoofdstuk 4 Argumentatieanalyse (4.5-4.6)
Oefening 1
Welke van de onderstaande uitspraken is descriptief, welke is normatief
van aard?
Descriptief = wanneer de schrijver van een betoog claimt dat iets waar (of
onwaar) of waarschijnlijk (of onwaarschijnlijk) is.
Normatief = wanneer de schrijver claimt dat hij iets goed (of slecht), mooi (of
lelijk), gewenst (of ongewenst) vindt.
a) Gelukkig is het dragen van een burka, een sluier die het lichaam
van top tot teen bedekt, in het Nederlandse onderwijs verboden.
Normatief
b) Het dragen van gezichtsbedekkende kleding, zoals een
integraalhelm of een burka, is in Nederland in het openbaar
vervoer bij wet verboden.
Descriptief
c) Het Nederlandse dameshockeyteam is de laatste jaren steeds
beter gaan presteren in internationaal opzicht. De kans dat ze
wereldkampioen worden is flink gegroeid.
Descriptief (maar kan ook als normatief gezien worden)
d) Het Nederlandse dameshockeyteam laat de laatste jaren
samenspel zien dat plezierig is om naar te kijken.
Normatief
Oefening 2
In 4.5 worden een aantal typen argumentatie aan de hand van
argumentatieschema’s onderscheiden. Ga in de volgende fragmenten na van
welk type argumentatie gebruik wordt gemaakt en herleid de argumentatie tot
het bijbehorende schema.
a) Toen mijn vader in de jaren ‘50 op de kleuterschool zat, had hij
een ‘juf’ die een lang alles verhullend zwart gewaad droeg en haar
hoofd grotendeels bedekte met een wit kapje en een lange zwarte
lap. Zuster Agnita heette ze. En het was volstrekt aanvaardbaar.
S: Ik zie niet in waarom we dan nu zo’n drukte moeten maken over
moslima’s voor de klas die zich op religieuze gronden willen
onttrekken aan de sexy mode van de 21e eeuw.
Ongebonden argumentatie
Argumentatie op basis van analogie
Maar ook goedgekeurd zou worden:: argumentatie op basis van voorbeelden.
In de jaren ’50 was het dragen van een zwart gewaad volstrekt aanvaardbaar.
Dus: in de 21ste eeuw is het dragen van een zwart gewaad volstrekt
aanvaardbaar.
b) Ik vind dat men echt monumentale panden niet mag uitbreiden
met eigentijdse bouwsels. Ik ben er daarom tegen dat er aan het
achttiende-eeuwse stadhuis een moderne kantoorflat wordt
vastgeplakt.
Argumentatie op basis van een gedragsregel
Als iets een oud gebouw is, mag je er geen moderne dingen tegen aan bouwen.
Het stadhuis is een oud gebouw.
Dus: er mag geen kantoor aan geplakt worden.
1