Toepassingen les 3
De helft is meerkeuze en berekenen even veel vragen, maar meerkeuze is 1/1 en berekenen 2/2
Toepassing 1 - D1
(betaling uitgave)
Gevraagd:
Geef aan of onderstaande verrichtingen een uitgave en/of een kost zijn:
1. Verbruik grondstoffen uit magazijn kost
2. Betaling intresten lening aan bank kost en uitgave
3. Aanleggen voorziening voor toekomstige schilderwerken Kost (je geeft geen geld al
aan die schilder dus geen uitgave)
4. Afschrijving oprichtingskosten Kost
5. Aflossing lening Uitgave (geen kost, ik ben ni armer geworden, jij geeft me 50 euro
ma ik moe ze terug geven dus ik word ni armer)
Toepassing 2 - D2
Gegeven:
Onderneming MAXI koopt een nieuwe machine aan met de volgende kenmerken:
Aankoopprijs inclusief installatiekosten: 10 000 EUR
Economische levensduur: 10 jaar
Restwaarde: 0 EUR
Gevraagd:
Maak een afschrijvingstabel volgens de lineaire afschrijvingsmethode.
D= (10.000 – 0 ) / 10 jaar = 1.000 Eur/jaar
Jaar Te Afgeschrijven gedeelte Restwaarde
0 - 10.000,00
1 1.000 9.000,00
2 1.000 8.000,00
3 1.000 7.000,00
4 1.000 6000,00
5 1.000 5000,00
6 1.000 4000,00
7 1.000 3000,00
8 1.000 2000,00
9 1.000 1000,00
10 1.000 0,00
1
, Toepassingen les 3
Toepassing 3 – D3/D4
Gegeven:
Een onderneming vervaardigt een product waarvoor in de standaardkostprijs € 274,00
wegens materiaalverbruik wordt opgenomen. Het eindproduct bevat 4,25 kg materiaal.
Normaal bedraagt het afval 15 %. De standaardprijs van het materiaal is
€ 54,80 per kg. Afval wordt verkocht aan € 10 per kg. Met uitval hoeft geen rekening te
worden gehouden.
Gevraagd: staat sws op het examen
Hoeveel bedraagt de opbrengst van de afval?
Brutohoeveelheid 100% 5 kg
- Afval -15 % 0,75 kg
= Nettohoeveelheid = 85 % 4,25kg
Voor 1 kg afval is het 10 euro dus hier 7,5 euro
2
De helft is meerkeuze en berekenen even veel vragen, maar meerkeuze is 1/1 en berekenen 2/2
Toepassing 1 - D1
(betaling uitgave)
Gevraagd:
Geef aan of onderstaande verrichtingen een uitgave en/of een kost zijn:
1. Verbruik grondstoffen uit magazijn kost
2. Betaling intresten lening aan bank kost en uitgave
3. Aanleggen voorziening voor toekomstige schilderwerken Kost (je geeft geen geld al
aan die schilder dus geen uitgave)
4. Afschrijving oprichtingskosten Kost
5. Aflossing lening Uitgave (geen kost, ik ben ni armer geworden, jij geeft me 50 euro
ma ik moe ze terug geven dus ik word ni armer)
Toepassing 2 - D2
Gegeven:
Onderneming MAXI koopt een nieuwe machine aan met de volgende kenmerken:
Aankoopprijs inclusief installatiekosten: 10 000 EUR
Economische levensduur: 10 jaar
Restwaarde: 0 EUR
Gevraagd:
Maak een afschrijvingstabel volgens de lineaire afschrijvingsmethode.
D= (10.000 – 0 ) / 10 jaar = 1.000 Eur/jaar
Jaar Te Afgeschrijven gedeelte Restwaarde
0 - 10.000,00
1 1.000 9.000,00
2 1.000 8.000,00
3 1.000 7.000,00
4 1.000 6000,00
5 1.000 5000,00
6 1.000 4000,00
7 1.000 3000,00
8 1.000 2000,00
9 1.000 1000,00
10 1.000 0,00
1
, Toepassingen les 3
Toepassing 3 – D3/D4
Gegeven:
Een onderneming vervaardigt een product waarvoor in de standaardkostprijs € 274,00
wegens materiaalverbruik wordt opgenomen. Het eindproduct bevat 4,25 kg materiaal.
Normaal bedraagt het afval 15 %. De standaardprijs van het materiaal is
€ 54,80 per kg. Afval wordt verkocht aan € 10 per kg. Met uitval hoeft geen rekening te
worden gehouden.
Gevraagd: staat sws op het examen
Hoeveel bedraagt de opbrengst van de afval?
Brutohoeveelheid 100% 5 kg
- Afval -15 % 0,75 kg
= Nettohoeveelheid = 85 % 4,25kg
Voor 1 kg afval is het 10 euro dus hier 7,5 euro
2