Wat is bezit?
Bezit = de uiterlijke machtsuitoefening van een eigenaar, maar is nimmer
het eigendom zelf
Welke soorten bezit zijn er?
Onmiddellijk – middellijk:
Onmiddellijk: wie zijn eigen huis met daarin zijn eigen meubilair
bewoont
Middellijk: art 3:107: het in detentie geven leidt niet tot verlies van
bezit, het leidt er slechts toe dat het voorheen onmiddellijke bezit nu
tot middellijk bezit is geworden
Te goeder trouw – niet te goeder trouw:
Te goeder trouw: art. 3:118 lid 1: indien hij zich als rechthebbende
beschouwt en zich ook redelijkerwijze als zodanig mocht
beschouwen
Niet te goeder trouw indien er niet aan het vereiste van art. 3:118 lid
1
Wat is houderschap?
Houden = macht uitoefenen over een goed dat je houdt
Categorie 1: men houdt het goed voor zichzelf = bezit volgens art.
3:107 lid 1
Categorie 2: men houdt het goed voor iemand anders
Beoordelingsmaatstaf: naar verkeersopvatting = naar algemeen gangbare
maatstaven
Verschil onmiddellijk - middellijk
Wat is eigendom?
Definitie: art. 5:1 lid 1: eigendom = het meest omvattende recht dat een
persoon op een zaak kan hebben
Zaak = de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten
Onroerende zaken: art. 3:3:
De grond
De nog niet gewonnen delfstoffen
Met de grond verenigde beplanting
Gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn
verenigd
Roerende goederen: zaken die niet onroerend zijn
Rechtsgevolgen:
De eigenaar komt het vrije genot van zijn zaak toe:
, Art 5:1 lid 2: het staat de eigenaar vrij met uitsluiting van een
ieder van de zaak gebruik te maken
Het staat de eigenaar vrij een ander van zijn zaak gebruik te
laten maken
De eigenaar komt de bevoegdheid te om over zijn zaak te
beschikken
De eigenaar is met uitsluiting van anderen gerechtigd om over
de zaak te beschikken
Alleen de eigenaar kan een ander tot eigenaar van een
zaak maken
De eigenaar kan het beschikkingsrecht ook door een
ander laten uitoefenen
Beperkingen aan het recht van de eigenaar: art. 5:1 lid 2: ‘mits dit gebruik
niet strijdt met rechten van anderen en de op wettelijke voorschriften en
regels van ongeschreven recht gegronde beperkingen in acht worden
genomen.’
Beperkingen van het recht van de eigenaar door rechten van
anderen
Beperkingen van het recht van de eigenaar door de wet
Beperkingen van het recht van de eigenaar door het ongeschreven
recht:
Stellen dat de niet wettelijk vastgestelde regels van betamelijk
gedrag grenzen aan de uitoefening van zijn eigendomsrecht =
zij mag niet maatschappelijk onaanvaardbaar zijn
Misbruik van (eigendoms)recht: de eigenaar die zijn
eigendomsbevoegdheden op zodanige wijze uitoefent dat tegenover zijn
belang een onevenredig grote schade bij een ander staat, schendt een
betamelijkheidsregel, die ‘misbruik van eigendomsrecht’ oplevert
Art. 3:13: ‘Degene aan wie een bevoegdheid toekomt, kan haar niet
inroepen, voor zover hij haar misbruikt’
Met geen ander doel dan een ander te schaden
Met een ander doel dan waarvoor zij is verleend
Ingeval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid
tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat
daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die
uitoefening had kunnen komen
Zie het Grensoverschrijdende garage-arrest (HR 17 april
1970, NJ 1971, 89)
Hinder: de één belemmert de ander zodanig in de uitoefening van diens
subjectieve recht dat die ander dat niet hoeft te nemen
Art. 5:37: rumoer maken, stank, trillingen of stof verspreiden dat dit
maatschappelijk niet meer aanvaardbaar is
Kraaien en roeken-arrest (HR 10 maart 1972, NJ 1972, 278)
Hoe verkrijg je eigendom?
,Vermogen ≠ statisch gegeven onder gewone omstandigheden
ondergaat het met grote regelmaat grotere of kleinere wijzigingen door
verkrijging en verlies van goederen
Verkrijging: art. 3:80 lid 1: twee wijzen van verkrijging van goederen:
1. Verkrijging onder algemene titel: de verkrijger volgt de ander ‘en
bloc’ op in een geheel of (evenredig) deel van een vermogen
Erfopvolging, boedelmenging, fusie en splitsing
2. Verkrijging onder bijzondere titel: de verwerving van een bepaald
goed, een actief vermogensbestanddeel waarbij geen sprake is van
opvolging in een geheel of evenredig deel van een vermogen
Overdracht: door partijhandeling gaat een daarbij bepaald
goed uit het vermogen van de een in dat van een ander over
Overdracht is het rechtsgevolg van levering
Vereisten:
Er moet sprake zijn van een voor overdracht
vatbaar goed
Levering
Krachtens een geldige titel
Verricht door hem die bevoegd is over het goed te
beschikken
Verjaring: iemand verwerft door tijdsverloop een goed,
waarvan hij voorheen nog geen rechthebbende maar slechts
bezitter was
Verkrijgende – bevrijdende:
Verkrijgende: iemand die voorheen slechts bezitter
van een goed was wordt door tijdsverloop
rechthebbende op dat goed
o Verkrijgende verjaring ten gunste van de
bezitter te goede trouw
o Geregelde verkrijging door de bezitter in
aansluiting op de bevrijdende verjaring van
de rechtsvordering strekkende tot
beëindiging van bezit
Bevrijdende: het door tijdsverloop tenietgaan van
een rechtsvordering
Vereisten verkrijgende verjaring: art. 3:99:
Men moet bezitter zijn
Men moet het bezit onafgebroken hebben
Men moet te goeder trouw zijn
Een bepaalde tijd moet zijn verlopen
Verjaringstermijnen: art. 3:99:
3 jaar: roerende zaken, niet-registergoederen en
toonder- en ordervorderingen
10 jaar: andere goederen
Art. 3:101: verjaring begint te lopen met de
aanvang van de dag na het begin van het bezit
, Onteigening: verkrijging met een publiekrechtelijk karakter:
een goed gaat tegen de zin van de rechthebbende over naar
een overheidsorgaan
Verkrijging = gesloten systeem: er zijn niet meer wijzen van verkrijging
van goederen dan zij die uit de wet voortvloeien partijen kunnen dus
niet zelf een wijze van verkrijging van goederen in het leven roepen = art.
3:80 lid 2 jo. lid 3
Verlies = gesloten systeem: men verliest goederen op de voor iedere soort
in de wet aangegeven wijzen wettelijke grondslag nodig = art. 3:80 lid
4
Absoluut verlies: het goed gaat teniet
Relatief verlies: een ander wordt rechthebbende op het goed
Niet wettelijk bepaald onderscheid:
Derivatieve verkrijging: de verkrijger ontleent zijn recht op het goed
aan een ander, zijn rechtsvoorganger = rechtsovergang:
Alle verkrijgingen onder algemene titel;
Verkrijging onder bijzondere titel
Originaire verkrijging: de verkrijger ontleent zijn recht niet aan een
rechtsvoorganger, maar een verkrijging nieuw ontstaat bij de
verkrijger ≠ rechtsovergang
Wat is bezitsverschaffing?
Bezitsverschaffing = leveringshandeling: de levering vereist voor de
overdracht van roerende zaken, niet registergoederen, die in macht van de
vervreemder zijn, geschiedt door aan de verkrijger het bezit der zaak te
verschaffen
Hoe verschaf je bezit?
Bezitsverkrijging: art. 3:112: inbezitneming, overdracht en opvolging
onder algemene titel = niet limitatief
Inbezitneming: art. 3:113: men neemt een goed in bezit door zich
daarover de feitelijke macht te verschaffen = toe-eigening of occupatie
Vereist: res nullius = een aan niemand toebehorende zaak
Bezitsoverdracht: art. 3:114 jo. 115: verweven met de overdracht van
eigendom van roerende niet-registerzaken
Constitutum possessorium: art. 3:115: voor de overdacht van het
bezit is een tweezijdige verklaring zonder feitelijke handeling
voldoende, wanneer de vervreemder de zaak bezit en hij haar
krachtens een bij de levering gemaakt beding voortaan voor de
verkrijger houdt houderschapsverklaring: de vervreemder
verklaart de zaak voortaan niet meer voor zichzelf, maar voor de
verkrijger te gaan houden