Week 1: Pijn op de borst. ...................................................................................................................... 2
HC: Intro praktijkonderzoek. ................................................................................................................ 2
HC: Introcollege Acute Zorg. ............................................................................................................... 3
HC: Flitscollege Farmacotherapeutisch kompas: ‘Medicijnen delen is meer dan kunnen lezen’ ....... 4
HC: Hartinfarct..................................................................................................................................... 4
HC: Introductie algemene medicijngroepen. ....................................................................................... 7
VO-SRV: Introductie weerbaarheid. .................................................................................................... 9
OWG: Klinisch redeneren. ................................................................................................................ 12
OWG-PGO: 7 sprong. ....................................................................................................................... 12
Week 2: Autismespectrumstoornis (ASS). ....................................................................................... 16
HC: Autisme Spectrum Stoornis (ASS). ............................................................................................ 16
HC: Verpleegkundig rekenen: Gassen.............................................................................................. 18
VO-SRV: Weerbaarheidstraining. ..................................................................................................... 19
PPO: Persoonlijke professionele ontwikkeling. ................................................................................. 21
OWG-PGO: 7 sprong. ....................................................................................................................... 22
Week 3: Acute verwardheid. ............................................................................................................... 25
HC: Acute verwardheid. .................................................................................................................... 25
HC: Praktijkonderzoek. ..................................................................................................................... 28
HC: Wettelijke kaders. ....................................................................................................................... 31
Gastcollege: Tuchtraad. .................................................................................................................... 34
OWG-PGO: 7 sprong. ....................................................................................................................... 35
Week 4: Stemmingsstoornissen en suïcide. .................................................................................... 40
HC: Suïcidaliteit vanuit verpleegkundig en psychologisch perspectief. ............................................ 40
HC: Stemmingsstoornissen, bipolaire stoornissen. .......................................................................... 44
HC: Praktijkonderzoek. ..................................................................................................................... 47
OWG-PGO: 7 sprong. ....................................................................................................................... 49
Week 5: Kind met koorts. .................................................................................................................... 56
HC: Kind & Ziekenhuis. ..................................................................................................................... 56
HC: Shock. ........................................................................................................................................ 60
OWG-PGO: 7 sprong. ....................................................................................................................... 63
Week 6: Acute buik. ............................................................................................................................. 71
HC: Pijnbestrijding. ............................................................................................................................ 71
OWG-PGO: 7 sprong. ....................................................................................................................... 74
Britt Heusinkveld, VVV2N2 1
,Week 7. ................................................................................................................................................. 80
HC: Normale zwangerschap. ............................................................................................................ 80
HC: Vooroordelen in de zorg. ............................................................................................................ 87
HC: Psychologie, gezond blijven. ...................................................................................................... 87
OWG-PGO: 7 sprong. ....................................................................................................................... 89
Week 8: Afronding en evaluatie. ........................................................................................................ 91
Week 1: Pijn op de borst.
HC: Intro praktijkonderzoek.
De student kan benoemen wat een praktijkonderzoek inhoudt
Definitie van praktijdonderzoek: Praktijkonderzoek is onderzoek dat wordt uitgevoerd door
professionals, waarbij op systematische wijze in interactie met de omgeving antwoorden
verkregen worden op vragen die ontstaan in de eigen beroepspraktijk, gericht op verbetering
van deze praktijk. (Van der Donk & Van Lanen, 2015, 2016).
Kernwoorden: Professionals, systematisch, interactie, beroepspraktijk, verbetering.
De student kan de relatie tussen kwaliteit en onderzoek benoemen;
Praktijkonderzoek is gericht op kwaliteitsverbetering van de praktijk.
De student kan de verschillen tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek aangeven;
Kwantitatief onderzoek: Bij kwantitatief onderzoek verzameld de onderzoeker cijfermatige of
numerieke gegevens. Deze gegevens worden door de onderzoeker ingevoerd in een
gegevensbestand om ze vervolgens met behulp van statistische statistieken te analyseren.
(Verhoeven, 2007: 102)
Kwalitatief onderzoek: Bij kwalitatief onderzoek staat de subjectieve betekenisverlening van
de onderzochte centraal. Kwalitatief onderzoek is niet gebonden aan het verzamelen van
cijfermatige gegevens. (Verhoeven, 2007: 102) -> Hoe, wat welke…?
De student kan benoemen welke fasen te onderscheiden zijn in een (kleinschalig)
praktijkonderzoek;
Kort benoemd de stappen van onderzoek:
- Probleem/wens/vraag? (Onderwerp)
- Doel?
- Concreet formuleren van vraag.
- Onderzoeken, info en ervaringen verzamelen. (Vormgeven)
- Analyseren.
- Presenteren.
- Evalueren/advies.
- Nieuwe vraag?
De student kan benoemen welke onderdelen worden beschreven in een
onderzoeksplan voor een (kleinschalig) praktijkonderzoek.
Codewoord -> LEGITIMEREN!
Verantwoorden, omdat….
Stap 1: Kies onderwerp.
- Concreet.
Britt Heusinkveld, VVV2N2 2
, - Wat is een leuk onderwerp om te onderzoeken?
- Wat wil ik dan weten?
- Wat wil je bereiken?
- Houd het klein!
Stap 2: Formuleer (voorlopige) onderzoeksvraag.
- De vraag moet gaan over kwaliteitsverbetering.
- Het gaat over iets waarover je een advies kunt geven.
- Het moet een vraag zijn waarvoor je ook de praktijk in moet, en mensen iets moet
vragen.
- De vraag moet kwalitatief zijn.
- Maak deelvragen en maak daarbij onderscheid tussen onderzoeksvragen (praktijk)
en vragen voor de theorie (literatuuronderzoek).
Stap 3: Verzamelen van informatie.
- Zoeken.
- Denken.
- Vragen.
- Evalueren.
- Effectief en zorgvuldig gebruiken (APA)
- Zoekplan!
HC: Introcollege Acute Zorg.
De student kan de definitie van acute zorg benoemen;
‘Zorg die korte tijd van karakter kunnen veranderen’
‘Alle zorg die niet kan wachten tot de eerstvolgende mogelijkheid op werkdagen om de
huisarts of hulpverlener te raadplegen’ (RIVM, 2014).
De student kan aan de hand van voorbeelden uitleggen dat acute zorg binnen
verschillende zorgsettingen voorkomt;
- Algemene gezondheidszorg (AGZ): Combineert diverse taakgebieden van de GGD;
voorkomen en bestrijden van infectieziekten en tuberculose, reizigers en vaccinaties,
seksuele gezondheid, technische hygiëne zorg, forensische geneeskunde.
- Maatschappelijke gezondheidszorg (MGZ): Gaat over mensen met een vergrote
kwetsbaarheid op psychisch of psychosociaal gebied. Sociaal isolement, uitsluiting,
overlast, of bijvoorbeeld dakloos.
- Geestelijke gezondheidszorg (GGZ): Psychische problemen.
De student kan benoemen welke casuïstiek er wordt behandeld dit blok;
VTV: Reanimatie, infusie, tracheastoma, zuurstof.
SRV: Weerbaarheid, counseling, leiderschap, suïcidaliteit.
HC: Pijnbestrijding, tuchtrecht.
De student kan uitleggen welke grote lijnen met bijbehorende opdrachten er dit blok
behandeld worden;
Zie blokboek.
De student kan benoemen bij wie hij/zij terecht kan met vragen omtrent de organisatie
van dit blok.
Roeland Roth.
Britt Heusinkveld, VVV2N2 3