Samenvatting Klinische Vorming periode 1
Hoofd/hals/thorax: cardiaal/perifere circulatie
Hoofd hals onderzoek
Bij LO wordt eerst gekeken naar de binnenkant van de mond/ keel. Hierna wordt de huid
gecheckt op dermatologische afwijkingen, zwellingen, symmetrie in rust en bewegen. Het
gelaat wordt gecheckt (volle maan(cushing), masker (Parkinson), acromegalie (reus)). En de
schildklier wordt gevoeld, ook bij het slikken.
Huidkanker
Basalioom: Relatief goedaardig, zaait zelden uit. Zit meestal op aan de zon
blootgestelde huiddelen (hoofd, handen). Huidkleurige, of rood/bruine
bultjes, met centraal een putje. Het jeukt soms en kan ook soms pijnlijk zijn.
Melanoom: asymmetrische groei, niet goed afgrensbaar (grillige rand), meerdere kleuren
groeit (groter dan 6mm) en zaait uit.
Bell’s parese: Uitval van nervus facialis door onbekende reden (soms na trauma, lyme,
operatie).
Schildklierfunctiestoornissen
Hyperthyreoïdie: overtollige productie van het schildklierhormoon. Metabolisme is verhoogd,
pupillen puilen uit, vochtig en warm, versnelde pols, nerveuze indruk.
Hypothyreoïdie: verhoogd TSH, traag werkende schildklier. Metabolisme verlaagd, droge
huid, koud, lage stem en trage pols. Trage indruk met verlaagde achillespeesreflex.
, Hart
Hart anatomie en functie
Prikkelgeleiding
Elektrische schokjes die het weefsel
zelf kan opwekken door cellen te
depolariseren. Sinusknoop
depolariseert in een sinusritme.
Vanuit de sinusknoop wordt de
prikkel verspreidt over beide atria.
De boezems(atria) worden
geactiveerd en trekken samen. De
schok wordt doorgegeven aan de
AV-knoop en deze houdt de prikkel
0,1s vast zodat de
kamers(ventrikels) kunnen vollopen.
Via de Bundel van His worden de
impulsen verder geleid via de
rechter en linker bundeltakken en
vezels van Purkinje. De ventrikels
strekken samen en pompen het
bloed naar de longslagader en
aorta. Als de AV-knoop geen schok
ontvangt geeft deze zelf een lager ritme (40-50 pm) en
stimuleert alleen de kamers (escaperitme).
Pols
Verschijnen veel patiënten met hartkloppingen bij de
huisarts, hiervan hoeft maar een deel zich echt te laten
behandelen. Diagnostisch probleem omdat het zich
vaak niet in de wachtkamer voordoet.
- Frequentie: Bradycard (<60) of tachycard
(>100)
- Regulair irregulair = Atriumfibrileren
- Irregulair irregulair = Boezemfibrileren: totaal geen ritme, AV-knoop laat alles door.
Meestal een beschadigd hart, meer kans op een hartinfarct.
Bepalen of er nog een regelmaat in zit: meebewegen of tikken met je voet. Doortikken als er
een slag uitvalt, zodat je weet of er wel of geen patroon in zit. Bij volledig onregelmatig lukt
het niet om het ritme te vinden.
Bij boezemfibrilleren heb je een onregelmatige pols, waardoor ook onregelmatige RR.
Telkens vullen de vaten zich anders, dus je krijgt een soort gemiddelde bloeddruk.
Bij oude hartinfarcten is het hart stijver en heb je een grotere kans op hartritmestoornissen.
Supraventriculaire ritmestoornissen hebben over het algemeen hun oorsprong in de atria of
de AV-knoop (denk aan AF). Dit in tegenstelling tot ventriculaire ritmestoornissen, wat zich in
de ventrikels van het hart afspeelt. De ventrikels bepalen het ritme, onafhankelijk van de
atria.
, Hartkloppingen kunnen worden verdeeld in twee
factoren:
- Cardiale oorzaken (Extrasystolie, aritme,
structurele hartafwijking)
- Extracardiale oorzaken (Metabole
afwijkingen, medicatie, stimulantia CZS,
psyche, overig (zwanger, sterke kruiden,
infectie)
Cardiale en extracardiale oorzaken kunnen zich
uiten in een bradycardie, een tachycardie en een
normale frequentie.
Aanvullend onderzoek: ECG, holter,
laboratoriumonderzoek (Hb, TSH, Glucose)
Bloeddruk (RR)
Systole is het samentrekken van het hart.
Diastole is wanneer het hart ontspant en de
coronairen vullen zich.
Samentrekken hart zorgt voor een golf. Bij eerste
splitsing → illiacalen zorgt voor een weerkaatsing.
Daarnaast heeft de aorta ook een tegendruk.
Hierdoor blijft er altijd spanning op de aorta en vaten staan.
Bij stijfheid van de vaten (atherosclerose) weerkaatst de golf sneller terug waardoor er al
tegendruk is in de systole. Hoge systole en lagere diastole (160/55). Je hart moet dus meer
moeite doen, maar krijgt minder terug.
Hoge bovendruk en lagere onderdruk geeft dus stijfheid aan, slechte voorspelling.
Oedeem
De hoeveelheid vocht tussen de weefselcellen wordt bepaald door hydrostatische druk
(bloeddruk, pomt het vocht uit de vaten) en colloïd-osmotische druk (eiwitten (voornamelijk
albumine), resorberen het vocht terug in de vaten) in de bloedvaten. De osmotische druk is
altijd contant en de druk in de arteriën is groter dan in de venen. Overtollig vocht wordt door
de lymfeklieren afgevoerd. Als dit evenwicht uit balans is blijft er te veel vocht achter in de
capillairen. Dit komt voor bij:
- Natriumretentie
- Toegenomen veneuze druk (hartfalen)
- Toegenomen vaatwandpermeabiliteit (ontsteking, allergie) (plasma-eiwitten bloedvat uit)
- Afgenomen osmotische druk in het vat (hypo-albuminemie)
- Lymfevatobstructie
Hoofd/hals/thorax: cardiaal/perifere circulatie
Hoofd hals onderzoek
Bij LO wordt eerst gekeken naar de binnenkant van de mond/ keel. Hierna wordt de huid
gecheckt op dermatologische afwijkingen, zwellingen, symmetrie in rust en bewegen. Het
gelaat wordt gecheckt (volle maan(cushing), masker (Parkinson), acromegalie (reus)). En de
schildklier wordt gevoeld, ook bij het slikken.
Huidkanker
Basalioom: Relatief goedaardig, zaait zelden uit. Zit meestal op aan de zon
blootgestelde huiddelen (hoofd, handen). Huidkleurige, of rood/bruine
bultjes, met centraal een putje. Het jeukt soms en kan ook soms pijnlijk zijn.
Melanoom: asymmetrische groei, niet goed afgrensbaar (grillige rand), meerdere kleuren
groeit (groter dan 6mm) en zaait uit.
Bell’s parese: Uitval van nervus facialis door onbekende reden (soms na trauma, lyme,
operatie).
Schildklierfunctiestoornissen
Hyperthyreoïdie: overtollige productie van het schildklierhormoon. Metabolisme is verhoogd,
pupillen puilen uit, vochtig en warm, versnelde pols, nerveuze indruk.
Hypothyreoïdie: verhoogd TSH, traag werkende schildklier. Metabolisme verlaagd, droge
huid, koud, lage stem en trage pols. Trage indruk met verlaagde achillespeesreflex.
, Hart
Hart anatomie en functie
Prikkelgeleiding
Elektrische schokjes die het weefsel
zelf kan opwekken door cellen te
depolariseren. Sinusknoop
depolariseert in een sinusritme.
Vanuit de sinusknoop wordt de
prikkel verspreidt over beide atria.
De boezems(atria) worden
geactiveerd en trekken samen. De
schok wordt doorgegeven aan de
AV-knoop en deze houdt de prikkel
0,1s vast zodat de
kamers(ventrikels) kunnen vollopen.
Via de Bundel van His worden de
impulsen verder geleid via de
rechter en linker bundeltakken en
vezels van Purkinje. De ventrikels
strekken samen en pompen het
bloed naar de longslagader en
aorta. Als de AV-knoop geen schok
ontvangt geeft deze zelf een lager ritme (40-50 pm) en
stimuleert alleen de kamers (escaperitme).
Pols
Verschijnen veel patiënten met hartkloppingen bij de
huisarts, hiervan hoeft maar een deel zich echt te laten
behandelen. Diagnostisch probleem omdat het zich
vaak niet in de wachtkamer voordoet.
- Frequentie: Bradycard (<60) of tachycard
(>100)
- Regulair irregulair = Atriumfibrileren
- Irregulair irregulair = Boezemfibrileren: totaal geen ritme, AV-knoop laat alles door.
Meestal een beschadigd hart, meer kans op een hartinfarct.
Bepalen of er nog een regelmaat in zit: meebewegen of tikken met je voet. Doortikken als er
een slag uitvalt, zodat je weet of er wel of geen patroon in zit. Bij volledig onregelmatig lukt
het niet om het ritme te vinden.
Bij boezemfibrilleren heb je een onregelmatige pols, waardoor ook onregelmatige RR.
Telkens vullen de vaten zich anders, dus je krijgt een soort gemiddelde bloeddruk.
Bij oude hartinfarcten is het hart stijver en heb je een grotere kans op hartritmestoornissen.
Supraventriculaire ritmestoornissen hebben over het algemeen hun oorsprong in de atria of
de AV-knoop (denk aan AF). Dit in tegenstelling tot ventriculaire ritmestoornissen, wat zich in
de ventrikels van het hart afspeelt. De ventrikels bepalen het ritme, onafhankelijk van de
atria.
, Hartkloppingen kunnen worden verdeeld in twee
factoren:
- Cardiale oorzaken (Extrasystolie, aritme,
structurele hartafwijking)
- Extracardiale oorzaken (Metabole
afwijkingen, medicatie, stimulantia CZS,
psyche, overig (zwanger, sterke kruiden,
infectie)
Cardiale en extracardiale oorzaken kunnen zich
uiten in een bradycardie, een tachycardie en een
normale frequentie.
Aanvullend onderzoek: ECG, holter,
laboratoriumonderzoek (Hb, TSH, Glucose)
Bloeddruk (RR)
Systole is het samentrekken van het hart.
Diastole is wanneer het hart ontspant en de
coronairen vullen zich.
Samentrekken hart zorgt voor een golf. Bij eerste
splitsing → illiacalen zorgt voor een weerkaatsing.
Daarnaast heeft de aorta ook een tegendruk.
Hierdoor blijft er altijd spanning op de aorta en vaten staan.
Bij stijfheid van de vaten (atherosclerose) weerkaatst de golf sneller terug waardoor er al
tegendruk is in de systole. Hoge systole en lagere diastole (160/55). Je hart moet dus meer
moeite doen, maar krijgt minder terug.
Hoge bovendruk en lagere onderdruk geeft dus stijfheid aan, slechte voorspelling.
Oedeem
De hoeveelheid vocht tussen de weefselcellen wordt bepaald door hydrostatische druk
(bloeddruk, pomt het vocht uit de vaten) en colloïd-osmotische druk (eiwitten (voornamelijk
albumine), resorberen het vocht terug in de vaten) in de bloedvaten. De osmotische druk is
altijd contant en de druk in de arteriën is groter dan in de venen. Overtollig vocht wordt door
de lymfeklieren afgevoerd. Als dit evenwicht uit balans is blijft er te veel vocht achter in de
capillairen. Dit komt voor bij:
- Natriumretentie
- Toegenomen veneuze druk (hartfalen)
- Toegenomen vaatwandpermeabiliteit (ontsteking, allergie) (plasma-eiwitten bloedvat uit)
- Afgenomen osmotische druk in het vat (hypo-albuminemie)
- Lymfevatobstructie