lOMoARcPSD|11911780
Inleiding constitutioneel recht - Rechtsgeleerdheid
Hoorcollege 1
Publiekrecht: strafrecht, bestuursrecht en constitutioneel recht (staatsrecht)
Constitutioneel recht
Nederland: parlementair regeringsstelsel: horizontale verhouding tussen parlement en
regering; gedecentraliseerde eenheidsstaat
Openbare lichamen opgebouwd uit organen (ambten) Nederland
- Rijk
- Provincies
- Gemeenten
Constitutie = algemene beginselen en grondslagen van de democratische rechtsstaat, is er in
formele en materiële zin
Beginselen democratische rechtsstaat
1. Legaliteitsbeginsels: er moet een grondslag terug te vinden zijn; beoogt
rechtszekerheid en rechtsgelijkheid en willekeur van overheidsoptreden te
vermeiden
2. Trias politica: misbruik overheidsmisbruik voorkomen
a. Wetgevende macht: parlement
b. Uitvoerende macht: koning en ministers
c. Rechterlijke macht: rechters
3. Grondrechten: inwoners hebben fundamentele rechten die gerespecteerd en
actief gerealiseerd worden door de overheid
4. Rechterlijke controle: overheidsoptreden tegen burgers (uitwerking punt 2),
burger heeft het recht naar een onafhankelijke rechter te stappen
5. Democratiebeginsel: overheidsoptreden aanvaardbaar en legitiem bij burger.
Beslissingen bij meerderheid genomen door een verkozen
volksvertegenwoordiging waarbij ook rekening gehouden moet worden met
minderheidsgroepen.
• Burkens e.a.:
o hoofdstukken 1, 2 en 3 geheel, uitgezonderd par. 3.1.4;
o hoofdstuk 4 par. 4.1;
o hoofdstuk 5, par. 5.1-5.4.7;
o hoofdstuk 8 geheel (in totaal ongeveer 85 pagina’s).
• Hins, J.M. de Meij, I.C. van der Vlies, Inleiding tot het
staatsrecht en het bestuursrecht, 9e druk, Kluwer, Deventer
2004, par. 2.3 (kiesstelsel).
, lOMoARcPSD|11911780
Hoorcollege 1a.
Constitutionele recht: niet zwart-wit maar veel tinten grijs: kwestie van argumenteren.
Parlementair stelsel: direct het parlement kiezen maar niet bv de minister-president.
Positief recht: recht neergelegd in de
wetten Twee functies
- Procedureel recht = formeel recht: beschrijft de procedure
o Een wet in formele zin is een wet die is vastgesteld door de regering en
Staten-Generaal gezamenlijk (art. 81 Grondwet) op basis van de
procedure beschreven in de artikelen 82-88 van de grondwet
- Materieel recht: beschrijft de inhoud
Publiekrecht
- Strafrecht
- Constitutioneel recht: beginselen van een democratische rechtsstaat
o Organisatie van de staat
o Verhouding burger overheid
- Bestuursrecht
De constitutie is breder dan de grondwet: niet alle beginselen van de constitutie zijn
vastgelegd in de grondwet.
Welke organen zijn, onder welke voorwaarden, bevoegd tot het stellen van in de
(Nederlandse) rechtsorde geldende rechtsnormen?
- Geschreven en ongeschreven regels
o Beginselen van de democratische rechtsstaat
o Grondwet en statuur, ‘organieke wetten’ (wetten aangenomen met
gewone meerderheid, totstandkoming is in de grondwet gelegd),
constitutionele gewoonten
- Samenstelling, inrichting en bevoegdheden van de staat en zijn organen
o Bv. Regering S-G, rechterlijke macht, provincie- en
gemeentebesturen, waterschappen
o Regels waar overheid zich aan moet houden bij uitvaardigen en
handhaven van rechtsnormen
Privaatrecht: juridische gelijkheid en gelijkwaardigheid van partijen
Publiekrecht: overheid kan eenzijdig rechtsgevolgen vaststellen
- Overheid: feitelijke handelingen en rechtshandelingen1
- Kenmerkend: publiekrechtelijk RH via eenzijdig bindende besluiten
Beginselen democratische rechtsstaat
1. Legaliteitsbeginsel
2. Machtenscheiding
3. Grondrechten
4. Rechterlijke controle op overheidsoptreden jegens burgers
1 Een rechtshandeling is een handeling van een natuurlijke of rechtspersoon die is gericht op het tot stand
brengen van een bepaald rechtsgevolg, namelijk een verandering in het recht.
, lOMoARcPSD|11911780
Belangrijke rechtsbronnen waarin we grondrechten vinden
- Nederlandse Grondwet
- Europees Vedrag tot bescherming van de Rechten van de Mens
- Handvest van de grondrechten van de Europese Uni
Theocratischre rechtsopvatting
Nattuurrecht:
- Onveranderlijke, uit natuur voortvloeiende rechtsbeginselen
- Beperken bevoegdheden van vorst
- Ten behoeve van algemeen belang, anders recht op verzet tegen tiran
Feodale staat
- Vorst heeft militaire macht en financiële middelen nodig
- Vorst geeft in ruil voor domeingoederen aan leenmannen
- Wederzijdse rechten en plichten
- Codificatie van gewoonterecht/ natuurrecht
Model van de absolute staat
- Reactie op godsdienstoorlogen
- Bodin: absolute soevereiniteit
o Niet van andere machten afhankelijk
o Bevoegdheid tot scheppen nieuw recht
Klassieke liberale staat
- Locke
o Mensen als individuen met burgerlijke vrijheden
o Geven deel van natuurlijk vrijheid op aan staat in maatschappelijk contract
- Montesquieu
o ‘De l’esprit des lois’ -> de mens is geneigd tot machtsmisbruik: oplossen
door de macht te verdelen (trias politica)
- Rousseau
o Contrat social
o Volonté générale
Inleiding constitutioneel recht - Rechtsgeleerdheid
Hoorcollege 1
Publiekrecht: strafrecht, bestuursrecht en constitutioneel recht (staatsrecht)
Constitutioneel recht
Nederland: parlementair regeringsstelsel: horizontale verhouding tussen parlement en
regering; gedecentraliseerde eenheidsstaat
Openbare lichamen opgebouwd uit organen (ambten) Nederland
- Rijk
- Provincies
- Gemeenten
Constitutie = algemene beginselen en grondslagen van de democratische rechtsstaat, is er in
formele en materiële zin
Beginselen democratische rechtsstaat
1. Legaliteitsbeginsels: er moet een grondslag terug te vinden zijn; beoogt
rechtszekerheid en rechtsgelijkheid en willekeur van overheidsoptreden te
vermeiden
2. Trias politica: misbruik overheidsmisbruik voorkomen
a. Wetgevende macht: parlement
b. Uitvoerende macht: koning en ministers
c. Rechterlijke macht: rechters
3. Grondrechten: inwoners hebben fundamentele rechten die gerespecteerd en
actief gerealiseerd worden door de overheid
4. Rechterlijke controle: overheidsoptreden tegen burgers (uitwerking punt 2),
burger heeft het recht naar een onafhankelijke rechter te stappen
5. Democratiebeginsel: overheidsoptreden aanvaardbaar en legitiem bij burger.
Beslissingen bij meerderheid genomen door een verkozen
volksvertegenwoordiging waarbij ook rekening gehouden moet worden met
minderheidsgroepen.
• Burkens e.a.:
o hoofdstukken 1, 2 en 3 geheel, uitgezonderd par. 3.1.4;
o hoofdstuk 4 par. 4.1;
o hoofdstuk 5, par. 5.1-5.4.7;
o hoofdstuk 8 geheel (in totaal ongeveer 85 pagina’s).
• Hins, J.M. de Meij, I.C. van der Vlies, Inleiding tot het
staatsrecht en het bestuursrecht, 9e druk, Kluwer, Deventer
2004, par. 2.3 (kiesstelsel).
, lOMoARcPSD|11911780
Hoorcollege 1a.
Constitutionele recht: niet zwart-wit maar veel tinten grijs: kwestie van argumenteren.
Parlementair stelsel: direct het parlement kiezen maar niet bv de minister-president.
Positief recht: recht neergelegd in de
wetten Twee functies
- Procedureel recht = formeel recht: beschrijft de procedure
o Een wet in formele zin is een wet die is vastgesteld door de regering en
Staten-Generaal gezamenlijk (art. 81 Grondwet) op basis van de
procedure beschreven in de artikelen 82-88 van de grondwet
- Materieel recht: beschrijft de inhoud
Publiekrecht
- Strafrecht
- Constitutioneel recht: beginselen van een democratische rechtsstaat
o Organisatie van de staat
o Verhouding burger overheid
- Bestuursrecht
De constitutie is breder dan de grondwet: niet alle beginselen van de constitutie zijn
vastgelegd in de grondwet.
Welke organen zijn, onder welke voorwaarden, bevoegd tot het stellen van in de
(Nederlandse) rechtsorde geldende rechtsnormen?
- Geschreven en ongeschreven regels
o Beginselen van de democratische rechtsstaat
o Grondwet en statuur, ‘organieke wetten’ (wetten aangenomen met
gewone meerderheid, totstandkoming is in de grondwet gelegd),
constitutionele gewoonten
- Samenstelling, inrichting en bevoegdheden van de staat en zijn organen
o Bv. Regering S-G, rechterlijke macht, provincie- en
gemeentebesturen, waterschappen
o Regels waar overheid zich aan moet houden bij uitvaardigen en
handhaven van rechtsnormen
Privaatrecht: juridische gelijkheid en gelijkwaardigheid van partijen
Publiekrecht: overheid kan eenzijdig rechtsgevolgen vaststellen
- Overheid: feitelijke handelingen en rechtshandelingen1
- Kenmerkend: publiekrechtelijk RH via eenzijdig bindende besluiten
Beginselen democratische rechtsstaat
1. Legaliteitsbeginsel
2. Machtenscheiding
3. Grondrechten
4. Rechterlijke controle op overheidsoptreden jegens burgers
1 Een rechtshandeling is een handeling van een natuurlijke of rechtspersoon die is gericht op het tot stand
brengen van een bepaald rechtsgevolg, namelijk een verandering in het recht.
, lOMoARcPSD|11911780
Belangrijke rechtsbronnen waarin we grondrechten vinden
- Nederlandse Grondwet
- Europees Vedrag tot bescherming van de Rechten van de Mens
- Handvest van de grondrechten van de Europese Uni
Theocratischre rechtsopvatting
Nattuurrecht:
- Onveranderlijke, uit natuur voortvloeiende rechtsbeginselen
- Beperken bevoegdheden van vorst
- Ten behoeve van algemeen belang, anders recht op verzet tegen tiran
Feodale staat
- Vorst heeft militaire macht en financiële middelen nodig
- Vorst geeft in ruil voor domeingoederen aan leenmannen
- Wederzijdse rechten en plichten
- Codificatie van gewoonterecht/ natuurrecht
Model van de absolute staat
- Reactie op godsdienstoorlogen
- Bodin: absolute soevereiniteit
o Niet van andere machten afhankelijk
o Bevoegdheid tot scheppen nieuw recht
Klassieke liberale staat
- Locke
o Mensen als individuen met burgerlijke vrijheden
o Geven deel van natuurlijk vrijheid op aan staat in maatschappelijk contract
- Montesquieu
o ‘De l’esprit des lois’ -> de mens is geneigd tot machtsmisbruik: oplossen
door de macht te verdelen (trias politica)
- Rousseau
o Contrat social
o Volonté générale