IOLOGIE VAN DE CEL
ELSTRUCTUREN EN HUN FUNCTIES
ESTUDEERD ADH V Microscopie
licht microscopie
elektronen microsiopie
E CEL IS De BASISEENHEID VIN LEVEN
even de cellen delen universele eigen
met Celmembraan Fosfolipide dubbellaag
alle cellen z n omgeven
binnenste van allen Cytosol vloeibare gelei
Minstens 1 chromosoom met DNA als erfel k materiaal
ribosomen RNA complexen en proteinen voor proteine synthese
2 Celtypes
baat en archaea
Pkaryote allen
Euraryote allen protisten planten dieren en
fungi
het plasmamembraan
bestaand uit dubbellaag fosfolipiden waarin proteinen zitten of
ronddr ven
buitenkant in Contact met
waterig milieu
koppen aan
hydrofiele
door de en
membraan eiwitten zitten dwars laag soms verbonden
met koolhydraatKetens aan de buitenkant
, Cellen versch O.a in
Prokaryoten een Eukaryte grootte
Prokaryote 1 10µm
10
Eukaryote 100µm
dat allen zo klein
Hoe komt het z n
evolutieve beperking wat grootte betreft
Kleinst mogel k om DNA
kleinste allen van
mycoplasma bact
te huishouden
metabolische vereisten leggen wss bovengrens van grootte
grote allen hebben kleine opp ratio
een
grote opp.lv ratio vergemakkel kt de uitwisseling van storten
met omgeving
pesingeb _grote cellen
organisme
allen met veel uitwisseling creëren uitstulpingen om
opp te
vergroten microvilli
ratio zenuwcel
grote langwerpige cellen verhoogt
grote organismen bestaan uit veel kleine alen
UKARIOTISCHE CELLEN HEBBEN INTERNE MEMBRANEN DIE CELFUNCTIES
ESCHEIDEN HOUDEN IN VERSCH COMPARTIMENTEN ORGANELLEN
prokaryoten z minder gesofisticeerd
n
DNA in nucleoïde een
regio zonder membraan in cytosol geen
Celkern aanwezig
geen andere organellen aanwezig in_Cytoplasma binnenste vid
cel gevuld met cytosol
, Eukaryoten z n complex
DNA in Meeus alle organel met dubbele membraan
ruimte tss Glmen en celkern
organellen in cytoplasma
gevuld met cytosol
let op andere betekenis cytoplasma
ELSTRUCTUREN EN HUN FUNCTIES
ESTUDEERD ADH V Microscopie
licht microscopie
elektronen microsiopie
E CEL IS De BASISEENHEID VIN LEVEN
even de cellen delen universele eigen
met Celmembraan Fosfolipide dubbellaag
alle cellen z n omgeven
binnenste van allen Cytosol vloeibare gelei
Minstens 1 chromosoom met DNA als erfel k materiaal
ribosomen RNA complexen en proteinen voor proteine synthese
2 Celtypes
baat en archaea
Pkaryote allen
Euraryote allen protisten planten dieren en
fungi
het plasmamembraan
bestaand uit dubbellaag fosfolipiden waarin proteinen zitten of
ronddr ven
buitenkant in Contact met
waterig milieu
koppen aan
hydrofiele
door de en
membraan eiwitten zitten dwars laag soms verbonden
met koolhydraatKetens aan de buitenkant
, Cellen versch O.a in
Prokaryoten een Eukaryte grootte
Prokaryote 1 10µm
10
Eukaryote 100µm
dat allen zo klein
Hoe komt het z n
evolutieve beperking wat grootte betreft
Kleinst mogel k om DNA
kleinste allen van
mycoplasma bact
te huishouden
metabolische vereisten leggen wss bovengrens van grootte
grote allen hebben kleine opp ratio
een
grote opp.lv ratio vergemakkel kt de uitwisseling van storten
met omgeving
pesingeb _grote cellen
organisme
allen met veel uitwisseling creëren uitstulpingen om
opp te
vergroten microvilli
ratio zenuwcel
grote langwerpige cellen verhoogt
grote organismen bestaan uit veel kleine alen
UKARIOTISCHE CELLEN HEBBEN INTERNE MEMBRANEN DIE CELFUNCTIES
ESCHEIDEN HOUDEN IN VERSCH COMPARTIMENTEN ORGANELLEN
prokaryoten z minder gesofisticeerd
n
DNA in nucleoïde een
regio zonder membraan in cytosol geen
Celkern aanwezig
geen andere organellen aanwezig in_Cytoplasma binnenste vid
cel gevuld met cytosol
, Eukaryoten z n complex
DNA in Meeus alle organel met dubbele membraan
ruimte tss Glmen en celkern
organellen in cytoplasma
gevuld met cytosol
let op andere betekenis cytoplasma