A. Begrippen
i. Afzet – De afzet is het aantal verkochte eenheden van een product in een
bepaalde periode.
ii. Omzet – Omzet is de term voor alle inkomsten van een bedrijf in een
bepaalde periode. De hoogte is afhankelijk van het aantal verkochte
producten en diensten (afzet) en de bijbehorende verkoopprijs.
iii. Inkoopwaarde van de omzet (IWO) – Je noemt het aantal producten dat jij
verkocht hebt afzet. De inkoopwaarde van deze verkochte artikelen is het
volledige bedrag dat je hebt betaald voor al die verkochte artikelen. Dit
wordt de inkoopwaarde van de omzet genoemd.
iv. Brutowinst – De brutowinst is heel simpel gezegd de omzet die je maakt
minus de inkoopkosten hiervan.
v. Nettowinst – De nettowinst is het geld dat overblijft nadat alle kosten van
een onderneming zijn betaald.
vi. Eigen vermogen – oud eigen vermogen hier tel je de winst bij op , of hier
trek je het verlies vanaf. Vervolgens tel je hier privé geld bij op die je erin
hebt gestopt of je haalt privé geld eraf die je hebt opgenomen vanuit het
bedrijf.
B. Financiële cyclus
Een financiële cyclus bestaat uit een balans, winst en verliesrekening ook wel
resultatenrekening en kasstroomoverzicht ook wel liquiditeiten overzicht genoemd.
Het begint bij de balans, de balans is een financieel overzicht van een bedrijf van
een bepaald moment. Vervolgens krijg je financiële feiten, je verkoopt dingen, je
moet huur betalen, je moet inkopen doen etc. deze financiële feiten moeten
geadministreerd worden. Daaruit komt voor een winst en verliesrekening en een
kasstroomoverzicht (liquiditeit overzicht). Vervolgens kom je weer bij balans bij
een nieuwe periode.
C. Balans
Een balans heeft twee zijden, debet en credit. Aan
de debet kant vinden we de activa, dit zijn de
dingen die we nodig hebben om ons bedrijf
draaiende te houden. Deze zijde wordt ook wel
gezien als de investeringsbegroting.