TESTVISION VRAGEN + ANTWOORDEN
DE HUID
, 1. Zet de palpatie in goede volgorde
A. Verschuifbaarheid
B. Temperatuur
C. Oppakbaarheid
D. Consistentie
E. Vochtigheid
2. Koppel de termen aan IPL of Laser.
A. Monochromatisch
B. Incoherent
C. Parrallel/ gecollimineerd
D. Polychromatisch
E. Coherent
F. Divergent/ Uiteenlopend
3. Wat is nodig voor spiercontractie?
A. ADP en calcium
B. ATP en kalium
C. ATP en calcium
4. Stelling: Bij een hyper werkende schildklier krijg je een koude lichaamstemperatuur en val
je af.
A. Juist
B. Onjuist
5. Wat is isotoon?
A. Een oplossing met dezelfde osmotische druk als de lichaamsvloeistof
B. Een oplossing met een hogere osmotische druk dan de lichaamsvloeistof
C. Een oplossing met een lage osmotische druk dan de lichaamsvloeistof
D. Een afwisseling hoge en lage osmotische druk tegenover de lichaamsvloeistof
6. Wat is de fundamentele attributiefout
A. De neiging om gedragingen van anderen te wijten aan de persoonlijkheid,
situationele factoren worden hierbij onderschat.
B. De mate van contact die mensen met de leden van een bepaalde categorie zouden
willen hebben.
C. Vaste oordeel, in positieve of negatieve termen dat we hebben over objecten in onze
omgeving
7. Welke vlak en as hoort bij welke beweging?
A. Frontaal vlak + sagitaal as endo en exo rotatie
B. Sagitaal vlak + transversaal as endo en exo rotatie
C. Transversaal vlak + transversaal as anterflexie retroflexie
D. Frontaal vlak + sagitaal as ab en adductie