Wanneer een hoofdletter gebruiken?
bij personen, instituten, bedrijven en merken, historische gebeurtenissen, feestdagen, heilige
namen, aardrijkskundige namen- afleidingen.
Niet bij een tussenvoegsel alleen als er bijv staat Van de beek, bij voornaam en achternaam
bijv zo : Donny van de Beek of D.van de Beek
Geen hoofdletters
Maanden, dagen , historische tijdperken en windstreken
Globaal lezen stapjes
-titel – tussenkopjes – inleiding – afbeeldingen
Een overtuigende tekst is :
Een tekst met de mening van de schrijver staan centraal de bedoeling is dat hij de lzer wil
overtuigen van zijn gelijk + hij gebruikt hier voor veel argumenten (subjectief)
Persoonsvorm tegenwoordige tijd.
Pv=persoonsvorm – ww=werkwoord ev=enkelvoud vdw= voltooiddeelwoord
Pv is latijd het ww dat hoort bij het onderwerk
1ste persoon ev = ik bijv slapen, ik slaap
2e persoon ev = je/jij - bijv slapen – slaapt
3e persoon ev = hij/zij/het/u
Vdw nooit met dt
Persoonsvorm verledentijd
Sterk ww = ww die veranderen in de verleden/voltooide tijd
Zwakker ww = ww die niet veranderen in de verleden/voltooide tijd
Objectief = feiten
Subjectief = mening bijv als de schrijver wil dat je er iets van leert = objectief
bij personen, instituten, bedrijven en merken, historische gebeurtenissen, feestdagen, heilige
namen, aardrijkskundige namen- afleidingen.
Niet bij een tussenvoegsel alleen als er bijv staat Van de beek, bij voornaam en achternaam
bijv zo : Donny van de Beek of D.van de Beek
Geen hoofdletters
Maanden, dagen , historische tijdperken en windstreken
Globaal lezen stapjes
-titel – tussenkopjes – inleiding – afbeeldingen
Een overtuigende tekst is :
Een tekst met de mening van de schrijver staan centraal de bedoeling is dat hij de lzer wil
overtuigen van zijn gelijk + hij gebruikt hier voor veel argumenten (subjectief)
Persoonsvorm tegenwoordige tijd.
Pv=persoonsvorm – ww=werkwoord ev=enkelvoud vdw= voltooiddeelwoord
Pv is latijd het ww dat hoort bij het onderwerk
1ste persoon ev = ik bijv slapen, ik slaap
2e persoon ev = je/jij - bijv slapen – slaapt
3e persoon ev = hij/zij/het/u
Vdw nooit met dt
Persoonsvorm verledentijd
Sterk ww = ww die veranderen in de verleden/voltooide tijd
Zwakker ww = ww die niet veranderen in de verleden/voltooide tijd
Objectief = feiten
Subjectief = mening bijv als de schrijver wil dat je er iets van leert = objectief