Paragraaf 1 Iran boek geo
Iran is een groot bergachtig land in het westen van Azië, er worden veel stukken land niet gebruikt.
In de hallen van de luchthavens hangen grote afbeeldingen van de 2 belangrijkste leiders van het
land, deze afbeeldingen zijn verplicht in alle overheidsgebouwen en klaslokalen.
De taal op alle borden is Perzisch.
Een kaart is een verkleinde tekening van een gebied. Op een overzichtskaart zie je namen van
steden, bergen, rivieren, zeeën en buurlanden, misschien zie je ook de belangrijke wegen en/of
spoorlijnen. Een thematische kaart is een kaart met een bepaald thema. Het aantal inwoners per
vierkante kilometer is de bevolkingsdichtheid. Langs de Yazd (een woestijn) woont bijna niemand
het is daar te droog om te overleven.
Om een kaart te kunnen begrijpen moet je kunnen kaartlezen. Je hebt 4 dingen nodig om een kaart
te kunnen begrijpen, een titel, legenda schaal en de noordpijl. (als er geen noordpijl is is de
bovenkant het noorden.
Paragraaf 3 Iran
Bij aardrijkskunde heb je een atlas nodig, in een atlas zijn 4 onderdelen heel belangrijk.
- De inhoudsopgave -> Hier staan de nummers van alle atlas kaarten
- De bladwijzer -> Als je al ongeveer weet waar een land, plaats of gebied ligt is de bladwijzer
handig deze staat achter in je atlas, hier kan je dan ook de bladzijde vinden waar die kaart
staat.
- Register -> Er zijn 2 soorten registers -> het topografisch namen register en het
trefwoordenregister
Als je precies wil weten waar een plaats ligt moet je kijken naar de breedte ligging en de
lengte ligging, van die stad.
De evenaar verdeeld de wereld in 2 helften het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond.
Op het noordelijk halfrond spreek je over N.B en op het zuidelijk halfrond over Z.B
Een breedtegraad is een denkbeeldige lijn over de aardbol die aangeeft waar je precies bent.
Bij de evenaar staat 0 graden, en bij de 2 polen (noordpool en zuidpool) staat 90 graden.
Alle breedtecirkels lopen evenwijdig/parallel aan de evenaar. Als een gebied ten westen van
de nulmeridiaan ligt noem je dat westelijke lengte oftewel W.L, alles wat ten oosten van die
nulmeridiaan ligt noem je oostelijke lengte oftewel O.L. De lengte geef je aan in graden het
aantal lengte graden is maximaal 180.
Iran is een groot bergachtig land in het westen van Azië, er worden veel stukken land niet gebruikt.
In de hallen van de luchthavens hangen grote afbeeldingen van de 2 belangrijkste leiders van het
land, deze afbeeldingen zijn verplicht in alle overheidsgebouwen en klaslokalen.
De taal op alle borden is Perzisch.
Een kaart is een verkleinde tekening van een gebied. Op een overzichtskaart zie je namen van
steden, bergen, rivieren, zeeën en buurlanden, misschien zie je ook de belangrijke wegen en/of
spoorlijnen. Een thematische kaart is een kaart met een bepaald thema. Het aantal inwoners per
vierkante kilometer is de bevolkingsdichtheid. Langs de Yazd (een woestijn) woont bijna niemand
het is daar te droog om te overleven.
Om een kaart te kunnen begrijpen moet je kunnen kaartlezen. Je hebt 4 dingen nodig om een kaart
te kunnen begrijpen, een titel, legenda schaal en de noordpijl. (als er geen noordpijl is is de
bovenkant het noorden.
Paragraaf 3 Iran
Bij aardrijkskunde heb je een atlas nodig, in een atlas zijn 4 onderdelen heel belangrijk.
- De inhoudsopgave -> Hier staan de nummers van alle atlas kaarten
- De bladwijzer -> Als je al ongeveer weet waar een land, plaats of gebied ligt is de bladwijzer
handig deze staat achter in je atlas, hier kan je dan ook de bladzijde vinden waar die kaart
staat.
- Register -> Er zijn 2 soorten registers -> het topografisch namen register en het
trefwoordenregister
Als je precies wil weten waar een plaats ligt moet je kijken naar de breedte ligging en de
lengte ligging, van die stad.
De evenaar verdeeld de wereld in 2 helften het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond.
Op het noordelijk halfrond spreek je over N.B en op het zuidelijk halfrond over Z.B
Een breedtegraad is een denkbeeldige lijn over de aardbol die aangeeft waar je precies bent.
Bij de evenaar staat 0 graden, en bij de 2 polen (noordpool en zuidpool) staat 90 graden.
Alle breedtecirkels lopen evenwijdig/parallel aan de evenaar. Als een gebied ten westen van
de nulmeridiaan ligt noem je dat westelijke lengte oftewel W.L, alles wat ten oosten van die
nulmeridiaan ligt noem je oostelijke lengte oftewel O.L. De lengte geef je aan in graden het
aantal lengte graden is maximaal 180.