Binding
De definitie van binding: relatie en onderlinge afhankelijkheden tussen mensen in
een gezin of familie, tussen leden van een groep, in de maatschappij en op het
niveau van de staat.
Kernconcepten
Sociale cohesie: het aantal en de kwaliteit van de bindingen die mensen in een
ruimer sociaal kader met elkaar hebben, het gevoel een groep te zijn, lid te zijn
van een gemeenschap, de mate van verantwoordelijkheid voor elkaars welzijn, en de
mate waarin anderen daar ook een beroep op kunnen doen.
Groepsvorming: het tot stand komen van bindingen tussen meer dan twee mensen,
doordat ze elkaar beïnvloeden en gemeenschappelijke waarden en normen ontwikkelen
Politieke instituties: een complex van min of meer geformaliseerde regels die het
gedrag van mensen en hun onderlinge relaties rond politieke machtsuitoefening en
politieke besluitvorming reguleren
Sociale instituties: een complex van min of meer geformaliseerde regels die het
gedrag van mensen en hun onderlinge relaties reguleren
Representatie: de vertegenwoordiging van een groep in (politieke) organisaties door
één of enkele betrokkenen die namens de groep optreden
Representativiteit: de mate waarin de (politieke) besluiten, de standpunten of
achtergrondkenmerken van vertegenwoordigers overeenkomen met die van de groep die
vertegenwoordigd wordt
, Er zijn vier soorten bindingen die invloed hebben op sociale cohesie
* Affectieve bindingen: vriendschap, liefde
die bestaan uit positieve en negatieve gevoelens van mensen voor elkaar
* Cognitieve bindingen: kennis (bv. leerlingen en leraar)
die ontstaan doordat mensen van en aan elkaar leren
* Economische bindingen: bedrijfsleven, handel
die gaan over productie en distributie van schaarse goederen
* Politieke bindingen: tussen partijen en instanties (bv. overheid en burger)
die hebben te maken met macht en met te organiseren collectieve zaken
Hoe meer en hoe hechter de bindingen, hoe sterker de sociale cohesie in een groep
op land.
Factoren die sociale cohesie kunnen verhogen
* Wederzijdse afhankelijkheid (eigen belang)
* Dwang (macht)
* Gedeelde waarden en normen (samenhorigheid besef)
Maatschappelijke ontwikkelingen die invloed hebben op sociale cohesie
* Ontzuiling: Mensen willen niet meer bij een bepaalde groep horen
* Individualisering: Proces waardoor mensen meer als individu in plaats van als
groep in de samenleving komen te staan.
* Globalisering: Gebieden op aarde raken steeds meer met elkaar verbonden (op
economisch, sociaal, politiek en cultureel gebied)
* Democratisering: Streven naar meer inspraak
Groepsvorming: als er bindingen tussen meer dan twee mensen tot stand komen,
doordat ze elkaar beïnvloeden en gemeenschappelijke waarden en normen ontwikkelen.
Er wordt bij groepsvorming onderscheid gemaakt tussen ingroup en outgroup:
* Ingroup: mensen die bij de groep horen
* Outgroup: mensen die geen onderdeel van de groep uitmaken
Mensen kunnen een groep verlaten als:
* Ze er niet meer bij willen horen (dropping out en opting out)
* Er niet meer bij mogen horen (uitsluitingen en discriminatie)
* Er niet meer bij kunnen horen (armoede, werkloosheid)
Sterke groepen hebben een positief effect op de sociale cohesie in één groep, maar
kunnen leiden tot afnemende sociale cohesie in de maatschappij als geheel. Groepen
kunnen zich afzonderen van andere groepen of zich zelfs helemaal verzetten tegen
andere groepen die ze niet als “van hun” beschouwen.
Sterke groepsvorming door:
* Creëren in- en outgroup.
* Strenge sociale controle
* Sterke sociale cohesie in de groep door sterke bindingen
* Affectieve bindingen: door isolatie van oorspronkelijke familie en vrienden voor