MSK 4 PR HET BEKKEN
Onderzoek van het bekken
Inspectie
- Kleren en schoenen uit
- Loodlijnen
- Bekkenscheefstand
o Beenlengteverschil
o Bv; re SIPS en SIAS hoger resulteert in kleiner taille driehoek rechts
- Bekkenverwringing
o Re SIPS lager li SIPS hoger, re SIAS lager en linker SIAS hoger
- Pelvic shift
o Lateraal verplaatsing bekken
Actief onderzoek
- Vorlauf test = standing flexion
o Palperen naar SIPS
o Beweegt er 1 zijde sneller mee naar voor hypomobiliteit van deze zijde
o Cave verkorting hamstrings herhalen/in zit/lengte testing
- Rucklauf
o Stand, 1 heup tot 90° flexie
o Palperen neer SIPSen
Duim van de niet te testen zijde naar S2 verplaatsen
o Hypomobiliteit wanneer SIPS niet onder S2 zakt
- Lordose/kyfose test
o In zit een ante en retroversie van het bekken uitvoeren
o Test is positief indien één zijde sneller gaat bewegen door hypomobiliteit
- Suspine to sit, test variabel beenlengteverschil
o Moeilijk te interpreteren en een mindere methodologische kwaliteit
o Patiënt in ruglig met de knieën geboden (voeten nog wel op tafel
o Therapeut palpeert de onderzijde mediale malleoli en vraagt een actieve
“bridge” nadien worden de benen gestrekt standaardisatie
o De benen worden na de brug door de th gestrekt en er wordt gekeken of de
malleoli op gelijke hoogte staan
o Als tweede deel vragen van ruglig naar langzit te komen via de ellebogen
sips palperen om te kijken of er een verschil in hoogte is
o Interpretatie
Veranderd verschil van lig tot zit
Posterieure tilt in lig korter dan zit
Anterieure tilt in lig langer dan zit
, Provocatie tests, cluster van laslett:
4 testen in een NIET willekeurige volgorde 2 testen moeten positief zijn om te spreken
van problematiek
Distraction
- Ruglig met gestrekte benen
- De therapeut zet de handen mediaal op de SIAS en geeft druk naar dorsolateraal
- Moet herkenbare pijn geven
- 3-6 pulsen van opbouwende intensiteit
Thight trust, P4
- Patiënt in ruglig, asymptomatisch been gestrekt
- Jijzelf aan de asymptomatische zijde
- Je draait de patient naar de gezonde zijde zodat je je hand onder het sacrum kan
leggen
- De therapeut legt de heterolaterale hand onder het sacrum, zodat de de testen SIPS
naast de hand komen
- de andere hand wordt op de knie gezet en geeft axiale druk door het bovenbeen
- 3-6 pulsen van opbouwende intensiteit
Compression
- Patiënt in zijlig op de asymptomatische zijde, heupen 45° en knieën 90°
- Ga achter de patient staat en zet je handen (op elkaar) op het anterieure deel van het
ilium
- Druk zuiver caudaal
- 3-6 pulsen van opbouwende intensiteit
Sacral thrust
- Patiënt in buiklig
- Positionering van de handen (op elkaar) met de handwortel van de onderste hand op
S2, vingertoppen niet boven L5
- Druk zuiver caudaal
- 3-6 pulsen van opbouwende intensiteit
Provocatie tests, cluster Van der Wurff
5 testen in een willekeurige volgorde, minimaal 3 testen moeten positief zijn om van
bekkenproblematiek te kunnen spreken
Distraction
- Ruglig met gestrekte benen
- De therapeut zet de handen, GEKRUISD, mediaal op de SIAS en geeft druk naar
dorsolateraal
- Moet herkenbare pijn geven
Onderzoek van het bekken
Inspectie
- Kleren en schoenen uit
- Loodlijnen
- Bekkenscheefstand
o Beenlengteverschil
o Bv; re SIPS en SIAS hoger resulteert in kleiner taille driehoek rechts
- Bekkenverwringing
o Re SIPS lager li SIPS hoger, re SIAS lager en linker SIAS hoger
- Pelvic shift
o Lateraal verplaatsing bekken
Actief onderzoek
- Vorlauf test = standing flexion
o Palperen naar SIPS
o Beweegt er 1 zijde sneller mee naar voor hypomobiliteit van deze zijde
o Cave verkorting hamstrings herhalen/in zit/lengte testing
- Rucklauf
o Stand, 1 heup tot 90° flexie
o Palperen neer SIPSen
Duim van de niet te testen zijde naar S2 verplaatsen
o Hypomobiliteit wanneer SIPS niet onder S2 zakt
- Lordose/kyfose test
o In zit een ante en retroversie van het bekken uitvoeren
o Test is positief indien één zijde sneller gaat bewegen door hypomobiliteit
- Suspine to sit, test variabel beenlengteverschil
o Moeilijk te interpreteren en een mindere methodologische kwaliteit
o Patiënt in ruglig met de knieën geboden (voeten nog wel op tafel
o Therapeut palpeert de onderzijde mediale malleoli en vraagt een actieve
“bridge” nadien worden de benen gestrekt standaardisatie
o De benen worden na de brug door de th gestrekt en er wordt gekeken of de
malleoli op gelijke hoogte staan
o Als tweede deel vragen van ruglig naar langzit te komen via de ellebogen
sips palperen om te kijken of er een verschil in hoogte is
o Interpretatie
Veranderd verschil van lig tot zit
Posterieure tilt in lig korter dan zit
Anterieure tilt in lig langer dan zit
, Provocatie tests, cluster van laslett:
4 testen in een NIET willekeurige volgorde 2 testen moeten positief zijn om te spreken
van problematiek
Distraction
- Ruglig met gestrekte benen
- De therapeut zet de handen mediaal op de SIAS en geeft druk naar dorsolateraal
- Moet herkenbare pijn geven
- 3-6 pulsen van opbouwende intensiteit
Thight trust, P4
- Patiënt in ruglig, asymptomatisch been gestrekt
- Jijzelf aan de asymptomatische zijde
- Je draait de patient naar de gezonde zijde zodat je je hand onder het sacrum kan
leggen
- De therapeut legt de heterolaterale hand onder het sacrum, zodat de de testen SIPS
naast de hand komen
- de andere hand wordt op de knie gezet en geeft axiale druk door het bovenbeen
- 3-6 pulsen van opbouwende intensiteit
Compression
- Patiënt in zijlig op de asymptomatische zijde, heupen 45° en knieën 90°
- Ga achter de patient staat en zet je handen (op elkaar) op het anterieure deel van het
ilium
- Druk zuiver caudaal
- 3-6 pulsen van opbouwende intensiteit
Sacral thrust
- Patiënt in buiklig
- Positionering van de handen (op elkaar) met de handwortel van de onderste hand op
S2, vingertoppen niet boven L5
- Druk zuiver caudaal
- 3-6 pulsen van opbouwende intensiteit
Provocatie tests, cluster Van der Wurff
5 testen in een willekeurige volgorde, minimaal 3 testen moeten positief zijn om van
bekkenproblematiek te kunnen spreken
Distraction
- Ruglig met gestrekte benen
- De therapeut zet de handen, GEKRUISD, mediaal op de SIAS en geeft druk naar
dorsolateraal
- Moet herkenbare pijn geven