Een taalkundige vergelijking tussen een proces-verbaal en alledaags
taalgebruik.
Jolijn de Waard
Docent: F. van der Houwen
2634675
Analyse opdracht B
Politiejargon
30-09-2020
986 woorden
, Inleiding
Processen-verbaal (PV’s) moeten zo veel mogelijk bestaan uit de eigen woorden van een
verdachte (art. 29 lid 3 Wetboek van Strafvordering (Sv)). PV’s worden behandeld als reële
weergaven van de verdachte zijn bewoordingen en functioneren als bewijsmiddel (Komter,
2011). Taalgebruik in PV’s wordt echter afgestemd op het audience design (publiek) van
PV’s, voornamelijk juristen. Hierdoor verschilt het van dagelijks taalgebruik (Fox, 1993).
In deze opdracht wordt een proces-verbaal (PV) – bijgevoegd onder Appendix 1 –
geanalyseerd (Bosch, Dolman & Mulder, 2013). Naar het PV wordt gerefereerd met ‘(regel
…)’. Allereerst worden Fox zijn bevindingen betreffende Engels politiejargon besproken.
Vervolgens volgt een vergelijking van het taalgebruik in het PV met alledaags Nederlands.
Dan wordt gekeken of Fox zijn bevindingen ook toepasbaar zijn in Nederland. Tenslotte volgt
een conclusie.
1. Bevindingen van Fox
Deze paragraaf weergeeft de bevindingen van Fox (1993). Fox onderzocht de corpus – een
verzameling teksten of mondelinge uitingen in een specifieke taal - van Engelse politie. Fox
concludeert dat aanmerkelijke verschillen bestaan tussen Engels politiejargon en alledaags
Engels taalgebruik.
Politiejargon bezit allereerst grammaticale kenmerken. Taalgebruik in PV’s is veelal
passief en de woorden then en continually worden vaak gebruikt na het onderwerp. Then
wordt in alledaags Engels juist vaak gebruikt aan het begin van de zin (Fox, 1993).
Ook precisie betreffende tijd, locaties en beschrijvingen van personen en objecten zijn
grammaticale kenmerken van politiejargon. Data, tijdstippen en termen als at first en again
komen vaker voor in politiejargon dan in alledaags Engels. Ook nauwkeurige
tijdsaanduidingen gerelateerd tot andere gebeurtenissen kenmerkt politiejargon. Engelse
politie gebruikt hierbij termen als as, while, when en whilst. Bij gelegenheid verwerken
verbalisanten deze tijdsindicaties in PV’s, ook al benoemen verdachten deze niet letterlijk.
Wanneer tijdsindicaties gepaard gaan met ‘he stated’, lijkt het alsof verdachten deze
tijdsindicaties wel hebben benoemd (Fox, 1993).
Voorts kent politiejargon lexicale kenmerken. Bewoordingen van verdachten worden
bijvoorbeeld geherformuleerd in formeel taalgebruik. Daarnaast wordt juridisch jargon
gebruikt om vergrijpen te omschrijven. Tenslotte gebruiken Engelse politieambtenaren vaak