Samenvatting Recht 1
Recht (verschillende betekenissen)
- Het recht regelt… / verbiedt…
Recht = law , objectief recht (=rechtsstelstel)
- Ik heb recht op…
Subjectief recht (= recht dat iemand heeft)
- Dat doet geen recht aan..
Recht = rechtvaardigheid
Subjectief recht = een recht van iemand in een concreet geval
- Voorbeeld: ik ben bevoegd om de overhangende takken van mijn buren
te snoeien, of ik heb recht op stufie
- Degene met een subjectief recht heet crediteur of schuldeiser
- Zijn wederpartij heet debiteur of schuldenaar
Wie kunnen subjectieve rechten hebben?
- Rechtssubjecten = persoon (dieren hebben geen rechten)
= drager van rechter en plichten
Er zijn twee soorten rechtssubjecten/personen
1. Natuurlijke personen: mensen (ontstaan door geboorte)
2. Rechtspersonen: organisaties met subjectieve rechten.
Bv: vereniging, stichting
- Ontstaan door oprichting
Objectief recht = Geheel van rechtsregels
- Doel: ordening/vreedzaam verloop van de samenleving
- Objectief recht regelt verhoudingen/relaties
Twee groten gebieden: Publiekrecht – Privaatrecht
Criterium Publiekrecht =regelt rechtsverhouding tussen overheid en
burgers; individueel belang:
Publiekrechtelijke personen: Rijk, gemeente, provincie, waterstaat
1. Tenminste 1 van de partijen is overheid(instantie) EN
2. Gebruikt overheidsgezag
Publiekrecht, deelgebieden:
- Staatsrecht: wie is de overheid en wat is overheidsgezag
- Bestuursrecht: overheidsbesluiten in concrete gevallen (ook:
belastingrecht en sociaal zekerheidsrecht)
- Strafrecht: verdachten vervolgen en straf eisen
Privaatrecht: regelt verhoudingen op basis van gelijkwaardigheid.
- Regelt verhoudingen tussen (rechts)personen; algemeen belang
Privaatrechtelijke personen: vereniging, stichting, NV, BV
,Privaatrecht, deelgebieden:
- Personen en familierecht: wie ben ik en met wie heb ik
familierechtelijke betrekking?
- Rechtspersonenrecht: wat is rechtspersoonlijkheid en wie heeft dat?
- Erfrecht: wie erft bij overlijden
- Vermogensrecht: regelt positie van iemand ten opzichte van diens
vermogen (hieronder valt ook arbeidsrecht)
Andere indeling van objectief recht: Materieel vs Formeel recht
- Regels van materieel recht regelen hoe wij ons tot elkaar hebben te
gedragen
- Regels van formeel recht regelen wat we moeten doen als een regel van
materieel recht wordt geschonden
- Formeel recht noemen we ook wel procesrecht
Rechtsbronnen staat tot relatie met objectief recht: geheel van
rechtsregels
Rechtsbronnen = vindplaatsen en ontstaanbronnen van rechtsregels
(van objectief recht)
4 soorten:
1. De wet
2. Jurisprudentie: geheel van rechterlijke uitspraken
3. Internationale verdragen
4. Gewoonte en andere ongeschreven rechtsbronnen
1. De wet
= Door bevoegd overheidsgezag vastgesteld geheel van rechtsregels op
een bepaald gebied
- Wetten zijn besluiten met algemeen geldende regels die voor het hele
land gelden
- Ook lagere overheden (provincie en gemeente) mogen algemene regels
maken voor het eigen grondgebied
Voorbeelden: Politiewet, Gemeentewet, Wet Studiefinanciering
- Wetboek: Grote wet waarin een deel van het objectief recht
systematisch wordt geregeld, bv Wetboek van Strafrecht
- De meeste wetten bevatten algemeen geldende regels.
- Uitzondering bv Wet tot goedkeuring van het huwelijk van de
kroonprins
- Voor een concreet geval
, 2. Jurisprudentie
= Ook wel rechtersrecht
- Tweedelige definitie
1. Geheel van rechterlijke uitspraken
2. Rechtsregels die hierin te ontdekken zijn:
- Rechter moet beslissing nemen in elke zaak die aan hem wordt
voorgelegd
- Ook wanneer de wet het niet regelt of het voldoende duidelijk is
- Geen beslissing nemen heet: rechtsweigering
- Rechter moet wettekst interpreteren
- Rechters streven naar eenheid in de rechtspraak
- Lagere rechters nemen in gelijke gevallen gelijke beslissingen.
- Uitspraken van de Hoge Raad zijn leidend voor lagere rechters
3. Internationale verdragen
Niet alle in Nederland geldende rechtsregels zijn in Nederland gemaakt
Contracten tussen staten (Verdrag)
- Om bepaalde materie te regelen
- Of internationale organisatie op te richten
Multilateraal = meerdere staten, BeNeLux , EU, VN
Bilateraal = 2 staten, Uitleveringsverdragen
Art 94 Grondwet: Nederlandse burgers kunnen jegens elkaar een beroep
doen op bepalingen in Internationale verdragen die naar hun inhoud
eenieder kunnen verbinden
- Dit heet: Rechtstreekse werking
4. Gewoonte en ongeschreven recht
Ongeschreven recht:
- Goede trouw
- Redelijkheid en billijkheid
- Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
- Goed werkgeverschap
Gewoonte:
- Ooit een koe gekocht?
Gewoonterecht speelt nog nauwelijks een rol, maar in het staatsrecht
bijvoorbeeld wel
Ongeschreven staatsrechtelijke regel is bv: minister behoeft het
vertrouwen van de volksvertegenwoordiging.
- Als je minister niet meer vertrouwt: motie van wantrouwen
Recht (verschillende betekenissen)
- Het recht regelt… / verbiedt…
Recht = law , objectief recht (=rechtsstelstel)
- Ik heb recht op…
Subjectief recht (= recht dat iemand heeft)
- Dat doet geen recht aan..
Recht = rechtvaardigheid
Subjectief recht = een recht van iemand in een concreet geval
- Voorbeeld: ik ben bevoegd om de overhangende takken van mijn buren
te snoeien, of ik heb recht op stufie
- Degene met een subjectief recht heet crediteur of schuldeiser
- Zijn wederpartij heet debiteur of schuldenaar
Wie kunnen subjectieve rechten hebben?
- Rechtssubjecten = persoon (dieren hebben geen rechten)
= drager van rechter en plichten
Er zijn twee soorten rechtssubjecten/personen
1. Natuurlijke personen: mensen (ontstaan door geboorte)
2. Rechtspersonen: organisaties met subjectieve rechten.
Bv: vereniging, stichting
- Ontstaan door oprichting
Objectief recht = Geheel van rechtsregels
- Doel: ordening/vreedzaam verloop van de samenleving
- Objectief recht regelt verhoudingen/relaties
Twee groten gebieden: Publiekrecht – Privaatrecht
Criterium Publiekrecht =regelt rechtsverhouding tussen overheid en
burgers; individueel belang:
Publiekrechtelijke personen: Rijk, gemeente, provincie, waterstaat
1. Tenminste 1 van de partijen is overheid(instantie) EN
2. Gebruikt overheidsgezag
Publiekrecht, deelgebieden:
- Staatsrecht: wie is de overheid en wat is overheidsgezag
- Bestuursrecht: overheidsbesluiten in concrete gevallen (ook:
belastingrecht en sociaal zekerheidsrecht)
- Strafrecht: verdachten vervolgen en straf eisen
Privaatrecht: regelt verhoudingen op basis van gelijkwaardigheid.
- Regelt verhoudingen tussen (rechts)personen; algemeen belang
Privaatrechtelijke personen: vereniging, stichting, NV, BV
,Privaatrecht, deelgebieden:
- Personen en familierecht: wie ben ik en met wie heb ik
familierechtelijke betrekking?
- Rechtspersonenrecht: wat is rechtspersoonlijkheid en wie heeft dat?
- Erfrecht: wie erft bij overlijden
- Vermogensrecht: regelt positie van iemand ten opzichte van diens
vermogen (hieronder valt ook arbeidsrecht)
Andere indeling van objectief recht: Materieel vs Formeel recht
- Regels van materieel recht regelen hoe wij ons tot elkaar hebben te
gedragen
- Regels van formeel recht regelen wat we moeten doen als een regel van
materieel recht wordt geschonden
- Formeel recht noemen we ook wel procesrecht
Rechtsbronnen staat tot relatie met objectief recht: geheel van
rechtsregels
Rechtsbronnen = vindplaatsen en ontstaanbronnen van rechtsregels
(van objectief recht)
4 soorten:
1. De wet
2. Jurisprudentie: geheel van rechterlijke uitspraken
3. Internationale verdragen
4. Gewoonte en andere ongeschreven rechtsbronnen
1. De wet
= Door bevoegd overheidsgezag vastgesteld geheel van rechtsregels op
een bepaald gebied
- Wetten zijn besluiten met algemeen geldende regels die voor het hele
land gelden
- Ook lagere overheden (provincie en gemeente) mogen algemene regels
maken voor het eigen grondgebied
Voorbeelden: Politiewet, Gemeentewet, Wet Studiefinanciering
- Wetboek: Grote wet waarin een deel van het objectief recht
systematisch wordt geregeld, bv Wetboek van Strafrecht
- De meeste wetten bevatten algemeen geldende regels.
- Uitzondering bv Wet tot goedkeuring van het huwelijk van de
kroonprins
- Voor een concreet geval
, 2. Jurisprudentie
= Ook wel rechtersrecht
- Tweedelige definitie
1. Geheel van rechterlijke uitspraken
2. Rechtsregels die hierin te ontdekken zijn:
- Rechter moet beslissing nemen in elke zaak die aan hem wordt
voorgelegd
- Ook wanneer de wet het niet regelt of het voldoende duidelijk is
- Geen beslissing nemen heet: rechtsweigering
- Rechter moet wettekst interpreteren
- Rechters streven naar eenheid in de rechtspraak
- Lagere rechters nemen in gelijke gevallen gelijke beslissingen.
- Uitspraken van de Hoge Raad zijn leidend voor lagere rechters
3. Internationale verdragen
Niet alle in Nederland geldende rechtsregels zijn in Nederland gemaakt
Contracten tussen staten (Verdrag)
- Om bepaalde materie te regelen
- Of internationale organisatie op te richten
Multilateraal = meerdere staten, BeNeLux , EU, VN
Bilateraal = 2 staten, Uitleveringsverdragen
Art 94 Grondwet: Nederlandse burgers kunnen jegens elkaar een beroep
doen op bepalingen in Internationale verdragen die naar hun inhoud
eenieder kunnen verbinden
- Dit heet: Rechtstreekse werking
4. Gewoonte en ongeschreven recht
Ongeschreven recht:
- Goede trouw
- Redelijkheid en billijkheid
- Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
- Goed werkgeverschap
Gewoonte:
- Ooit een koe gekocht?
Gewoonterecht speelt nog nauwelijks een rol, maar in het staatsrecht
bijvoorbeeld wel
Ongeschreven staatsrechtelijke regel is bv: minister behoeft het
vertrouwen van de volksvertegenwoordiging.
- Als je minister niet meer vertrouwt: motie van wantrouwen