Jong en Oud
Hoofdstuk 1
Dominante strategie: de voordeligste strategie die iemand kiest onafhankelijk van wat de
ander kiest.
Levensloop: We onderscheiden 3 fases: kinderfase, ouderfase en grootouderfase
Bindende afspraak: een afspraak waar je niet van af kunt.
Free rider/ meelifter: iemand die profiteert van de inspanningen van een ander
Gevangenendilemma/ prisoner’s dilemma: Een situatie bekend uit de speltheorie waarbij
twee partijen voor de keus staan samen te werken of niet, waarbij samenwerken meer
oplevert dan niet samenwerken.
Hoofdstuk 2
De keuze voor kinderen heeft economische gevolgen:
- het grootbrengen neemt veel tijd in beslag
- extra kosten (kinderkamer, luiers, kleding)
Consumeren: Het kopen van goederen en diensten door gezinnen en overheid om in bestaande
behoeften te voorzien.
Rente is het bedrag dat je betaalt voor het lenen van geld, bij sparen krijg je rente
Studiefinanciering bestaat uit een basisbeurs en een ov-jaarkaart
Als je een studie binnen 10 jaar afrondt dan hoef je de basisbeurs niet terug te betalen
Hoofdstuk 3
Paragraaf 3.2 in loondienst
Primaire inkomens: loon, winst, rente, pacht en huur, hierover moet ook belasting en premies over
worden betaald aan de overheid.
Loonheffing bestaat uit loonbelasting en premie volksverzekeringen.
Het brutoloon is het loon dat de werknemer verdient voor de aftrek van alle inhoudingen.
Berekening inkomensheffing: Bruto jaarinkomen – aftrekposten = belastbaar inkomen.
- Aftrekposten zijn: pensioenpremies, rente over een lening ter financiering van de eigen
woning, reiskosten, giften aan goede doelen.
inkomensheffing
Gemiddelde heffingstarief: x 100 %
brutoloon
- Inkomensheffing: bedrag dat je aan belasting en premie volksverzekeringen over je inkomen
betaald.
1
Hoofdstuk 1
Dominante strategie: de voordeligste strategie die iemand kiest onafhankelijk van wat de
ander kiest.
Levensloop: We onderscheiden 3 fases: kinderfase, ouderfase en grootouderfase
Bindende afspraak: een afspraak waar je niet van af kunt.
Free rider/ meelifter: iemand die profiteert van de inspanningen van een ander
Gevangenendilemma/ prisoner’s dilemma: Een situatie bekend uit de speltheorie waarbij
twee partijen voor de keus staan samen te werken of niet, waarbij samenwerken meer
oplevert dan niet samenwerken.
Hoofdstuk 2
De keuze voor kinderen heeft economische gevolgen:
- het grootbrengen neemt veel tijd in beslag
- extra kosten (kinderkamer, luiers, kleding)
Consumeren: Het kopen van goederen en diensten door gezinnen en overheid om in bestaande
behoeften te voorzien.
Rente is het bedrag dat je betaalt voor het lenen van geld, bij sparen krijg je rente
Studiefinanciering bestaat uit een basisbeurs en een ov-jaarkaart
Als je een studie binnen 10 jaar afrondt dan hoef je de basisbeurs niet terug te betalen
Hoofdstuk 3
Paragraaf 3.2 in loondienst
Primaire inkomens: loon, winst, rente, pacht en huur, hierover moet ook belasting en premies over
worden betaald aan de overheid.
Loonheffing bestaat uit loonbelasting en premie volksverzekeringen.
Het brutoloon is het loon dat de werknemer verdient voor de aftrek van alle inhoudingen.
Berekening inkomensheffing: Bruto jaarinkomen – aftrekposten = belastbaar inkomen.
- Aftrekposten zijn: pensioenpremies, rente over een lening ter financiering van de eigen
woning, reiskosten, giften aan goede doelen.
inkomensheffing
Gemiddelde heffingstarief: x 100 %
brutoloon
- Inkomensheffing: bedrag dat je aan belasting en premie volksverzekeringen over je inkomen
betaald.
1