Basisvaardigheden (rekentoets)
H1
Optellen/aftrekken
3 + (+5) = 8
3 – (-5) = 8
3 + (-5) = -2
3 – (+5) = -2
Vermenigvuldigen
Plus x Plus = Plus
Min x Min = Plus
Plus x Min = Min
Min x Plus = Min
Delen
Plus : Plus = Plus
Min : Min = Plus
Plus : Min = Min
Min : Plus = Min
Volgorde van bewerkingen
MVDWOA (meneer van dalen wacht op antwoord)
1. Machtsverheffingen
2. Vermenigvuldigen en delen
3. Worteltrekken
4. Optellen en aftrekken
Andere volgorde -> gebruik dan haakjes
Voorbeeld:
48 : 16 x 3 =
3 x3=9
48 : (16 x 3) =
48 : 48 = 1
10 x (8+5) – 12 + 6 : 3 =
10 x 13 – 12 + 6 : 3 =
130 – 12 + 2 = 120
Breuken
Teller : boven de breukstreep
Noemer : onder de breukstreep
Negatief en positief -> zelfde regel als bij delen
Afspraak : schrijf als antwoord een zo vr mogelijk vereenvoudigde breuk op
Een heel getal als breuk schrijven!
Gelijkwaardige breuken= wanneer je teller en noemer door zelfde getal deelt of er mee
vermnigvuldigt verandert de waarde niet.
1
, Gelijknamige breuken= breuken met dezelfde noemer. Gelijknamige breuken kun je optellen en
aftrekken door de tellers op te tellen of af te trekken.
Afspraken bij afronden:
1. Kies het getal die het dichtst ligt bij het af te ronden getal. Voorbeeld: 5,4 -> 5
2. Ligt het exact in het midden, dan naar boven afronden. Voorbeeld: 5,5 -> 6
3. Kijk altijd één deciamaal verder dan het aantal decimalen waarop je wilt afronden. Afronden
op heel getal. Voorbeeld: 5,46 -> 5
4. In berekeningen niet tussentijds afronden.
H2
Rekenen met letters
Regels:
1. ab + c -> a maal b plus c
2. Dezelfde letter is, binnen één uitdrukking, hetzelfde getal. Dus in ab + bc stelt b twee keer
hetzelfde getal voor.
Substitueren= een letter vervangen door een getal.
Voorbeeld:
Uitdrukking = ab – bc
Substituur: a= 2 b= 3 c= 5
Uitkomst= 2 x 3 – 3 x 5 = 6 – 15 = -9
Vergelijkingen
= weegschaal met twee gelijke zijden en één (of meerdere) onbekende(n). Linker en rechterkant
gescheiden door: (voorbeeld) 2x – 5 = 7x + 10
x = de onbekende
Aan beide zijden mag je hetzelfde getal optellen of aftrekken.
Beide zijden mag je met hetzelfde getal vermenigvuldigen of door hetzelfde getal delen.
Voorbeeld:
2x – 5 = 7x + 10
2x – 5 + 5 = 7x + 10 + 5 (beide zijden +5)
2x = 7x + 15
2x -7x = 7x -7x + 15 (beide zijden – 7x)
- 5x = 15
- 5x : -5 = 15 : -5 (beide zijden delen door -5)
x = -3
Break-even analyse
Bij break-even: winst is 0
Totale kosten (TK) = Totale opbrengsten (TO)
TCK = Totale Constante Kosten
TK= TCK + Totale Variabele Kosten per product (v) keer Afzet (q)
TK = TCK + v . q
TO= Totale Opbrengsten
2
H1
Optellen/aftrekken
3 + (+5) = 8
3 – (-5) = 8
3 + (-5) = -2
3 – (+5) = -2
Vermenigvuldigen
Plus x Plus = Plus
Min x Min = Plus
Plus x Min = Min
Min x Plus = Min
Delen
Plus : Plus = Plus
Min : Min = Plus
Plus : Min = Min
Min : Plus = Min
Volgorde van bewerkingen
MVDWOA (meneer van dalen wacht op antwoord)
1. Machtsverheffingen
2. Vermenigvuldigen en delen
3. Worteltrekken
4. Optellen en aftrekken
Andere volgorde -> gebruik dan haakjes
Voorbeeld:
48 : 16 x 3 =
3 x3=9
48 : (16 x 3) =
48 : 48 = 1
10 x (8+5) – 12 + 6 : 3 =
10 x 13 – 12 + 6 : 3 =
130 – 12 + 2 = 120
Breuken
Teller : boven de breukstreep
Noemer : onder de breukstreep
Negatief en positief -> zelfde regel als bij delen
Afspraak : schrijf als antwoord een zo vr mogelijk vereenvoudigde breuk op
Een heel getal als breuk schrijven!
Gelijkwaardige breuken= wanneer je teller en noemer door zelfde getal deelt of er mee
vermnigvuldigt verandert de waarde niet.
1
, Gelijknamige breuken= breuken met dezelfde noemer. Gelijknamige breuken kun je optellen en
aftrekken door de tellers op te tellen of af te trekken.
Afspraken bij afronden:
1. Kies het getal die het dichtst ligt bij het af te ronden getal. Voorbeeld: 5,4 -> 5
2. Ligt het exact in het midden, dan naar boven afronden. Voorbeeld: 5,5 -> 6
3. Kijk altijd één deciamaal verder dan het aantal decimalen waarop je wilt afronden. Afronden
op heel getal. Voorbeeld: 5,46 -> 5
4. In berekeningen niet tussentijds afronden.
H2
Rekenen met letters
Regels:
1. ab + c -> a maal b plus c
2. Dezelfde letter is, binnen één uitdrukking, hetzelfde getal. Dus in ab + bc stelt b twee keer
hetzelfde getal voor.
Substitueren= een letter vervangen door een getal.
Voorbeeld:
Uitdrukking = ab – bc
Substituur: a= 2 b= 3 c= 5
Uitkomst= 2 x 3 – 3 x 5 = 6 – 15 = -9
Vergelijkingen
= weegschaal met twee gelijke zijden en één (of meerdere) onbekende(n). Linker en rechterkant
gescheiden door: (voorbeeld) 2x – 5 = 7x + 10
x = de onbekende
Aan beide zijden mag je hetzelfde getal optellen of aftrekken.
Beide zijden mag je met hetzelfde getal vermenigvuldigen of door hetzelfde getal delen.
Voorbeeld:
2x – 5 = 7x + 10
2x – 5 + 5 = 7x + 10 + 5 (beide zijden +5)
2x = 7x + 15
2x -7x = 7x -7x + 15 (beide zijden – 7x)
- 5x = 15
- 5x : -5 = 15 : -5 (beide zijden delen door -5)
x = -3
Break-even analyse
Bij break-even: winst is 0
Totale kosten (TK) = Totale opbrengsten (TO)
TCK = Totale Constante Kosten
TK= TCK + Totale Variabele Kosten per product (v) keer Afzet (q)
TK = TCK + v . q
TO= Totale Opbrengsten
2