Leerpad B - postoperatieve pijn
1. Postoperatieve pijn
1.1 Probleemstelling
1.1.1 Onvoldoende pijnbestrijding
Patiëntgebonden factoren:
Meerderheid verwacht zeker mate van pijn na
operatie, trauma.
o 2/3 wacht tot hevige pijn, ¾ verwacht
pijnstiller direct te krijgen, sommigen
hebben ook angst voor pijnstillers en
bijwerkingen
Verpleging gebonden factoren:
o Vertraging tussen vraag naar en aanbod van analgetica
▪ Is het nodig? Wat is er voorgeschreven? Dan pas
geven
o Toenemende werkbelasting
o Angst voor verslaving/ademhalingsdepressie van de patiënt
Arts gebonden factoren:
o Angst voor verslaving en ademhalingsdepressie
o Onvoldoende bekendheid/ervaring
farmacologie bv. te lage dosis of
dosisinterval is te lang
Medicatie gebonden factoren:
o Grote interindividuele variabiliteit bij de
patiënt Geen goede samenhang tussen
LG en plasmaspiegels (MEAC) (minimale
effectieve analgesie concentratie)
o Tijdsverloop tussen toediening geneesmiddel en
bereiken plasmaspiegel is individueel
verschillend bv. iemand met lage BD en laag
hartritme ⇒ tragere circulatie en mindere
werking
, 1.2 Echte probleem
Juiste dosering
Op tijd geven van voorgeschreven medicatie
Juist voorschrijven van medicatie
Observeren en rapporteren van effecten van pijnbehandeling
Kennis en bijwerkingen van pijnmedicatie bij artsen, vpk en patiënt
Observeren en rapporteren van pijn bij patiënt
2. Pijn
Een onaangename sensorische en emotionele ervaring die in verband
wordt gebracht met bestaande of dreigende weefselbeschadiging. Dit laat
zien dat pijn er kan zijn zonder dat er een duidelijke oorzaak aan te wijzen
valt
Is persoonlijk (pijn is wat patiënt zegt wat pijn is en op het moment
dat patiënt het aangeeft)
1.1.2 Voorbereiding
2.1 Soorten pijn
Acute pijn: nociceptieve, neuropathische, nociplastische pijn
Chronische pijn: dysfunctionele pijn
2.1.1 Nociceptieve pijn
1. Postoperatieve pijn
1.1 Probleemstelling
1.1.1 Onvoldoende pijnbestrijding
Patiëntgebonden factoren:
Meerderheid verwacht zeker mate van pijn na
operatie, trauma.
o 2/3 wacht tot hevige pijn, ¾ verwacht
pijnstiller direct te krijgen, sommigen
hebben ook angst voor pijnstillers en
bijwerkingen
Verpleging gebonden factoren:
o Vertraging tussen vraag naar en aanbod van analgetica
▪ Is het nodig? Wat is er voorgeschreven? Dan pas
geven
o Toenemende werkbelasting
o Angst voor verslaving/ademhalingsdepressie van de patiënt
Arts gebonden factoren:
o Angst voor verslaving en ademhalingsdepressie
o Onvoldoende bekendheid/ervaring
farmacologie bv. te lage dosis of
dosisinterval is te lang
Medicatie gebonden factoren:
o Grote interindividuele variabiliteit bij de
patiënt Geen goede samenhang tussen
LG en plasmaspiegels (MEAC) (minimale
effectieve analgesie concentratie)
o Tijdsverloop tussen toediening geneesmiddel en
bereiken plasmaspiegel is individueel
verschillend bv. iemand met lage BD en laag
hartritme ⇒ tragere circulatie en mindere
werking
, 1.2 Echte probleem
Juiste dosering
Op tijd geven van voorgeschreven medicatie
Juist voorschrijven van medicatie
Observeren en rapporteren van effecten van pijnbehandeling
Kennis en bijwerkingen van pijnmedicatie bij artsen, vpk en patiënt
Observeren en rapporteren van pijn bij patiënt
2. Pijn
Een onaangename sensorische en emotionele ervaring die in verband
wordt gebracht met bestaande of dreigende weefselbeschadiging. Dit laat
zien dat pijn er kan zijn zonder dat er een duidelijke oorzaak aan te wijzen
valt
Is persoonlijk (pijn is wat patiënt zegt wat pijn is en op het moment
dat patiënt het aangeeft)
1.1.2 Voorbereiding
2.1 Soorten pijn
Acute pijn: nociceptieve, neuropathische, nociplastische pijn
Chronische pijn: dysfunctionele pijn
2.1.1 Nociceptieve pijn