Hoorcollege 1:
Belangrijke dingen IT:
Kenmerken van een organisatie zijn:
a de doelstellingen van de organisatie;
b de organisatiecultuur;
c de primaire processen;
d het ontwikkelingsstadium van de organisatie;
e de organisatiestructuur;
f de rol van informatie;
g de kritieke succesfactoren.
Om deze doelstellingen meetbaar en beter hanteerbaar te maken, moet men ze
operationaliseren (meetbaar maken). Dit betekent dat het doel zodanig wordt beschreven
dat achteraf kan worden bepaald of het behaald is.
Privédoelstellingen hoeven niet altijd binnen de bedrijfsdoelstellingen te vallen. Het
management moet erop toezien dat privédoelstellingen niet de bedrijfsdoelstellingen gaan
overheersen.
Bij een formele cultuur gaan werknemers via duidelijke omgangsvormen met elkaar om. Dit
kan zich uiten in traditionele kleding, een sterke gezagsverhouding en het elkaar aanspreken
met ‘u’. In een informele cultuur kan een werknemer zich vrijer gedragen en spreekt hij zijn
collega eerder aan met ‘je’. Een ‘ondergeschikte’ kan in een dergelijke cultuur ook zijn baas
de waarheid zeggen.
Organisaties zijn in te delen in:
• Profitorganisaties. Deze hebben een winstoogmerk. Hiertoe behoren commerciële
ondernemingen, zoals Philips en Volvo.
• Non-profitorganisaties. Dit zijn organisaties zonder winstoogmerk. Hiertoe behoren
ziekenhuizen en overheidsinstellingen.
Op basis van hun primaire proces zijn bedrijven onder te verdelen in:
• productiebedrijven;
• handelsbedrijven (geen productie, wel verkoop van producten;
• dienstverlenende bedrijven. Dienstverlenende bedrijven leveren een niet-tastbaar product
(bijvoorbeeld uitzendbureaus).
Ontwikkelingsstadium van de organisatie Er is verschil tussen een organisatie die nog maar
twee jaar geleden is opgericht en een organisatie die al dertig jaar bestaat. Een organisatie
kan in een van de volgende stadia verkeren:
• pionieren;
• overleven;
• succes;
• groeien;
• evenwicht.
, Horizontale informatiestromen: Die zijn nodig om het primaire productieproces als één
geheel te laten functioneren.
Verticale informatiestroom: zorgt voor sturing van het primaire proces
Een goed geautomatiseerde informatievoorziening maakt het mogelijk om de span of
control te vergroten. Hierdoor kan er een plattere organisatiestructuur worden gecreëerd.
De rol van informatie verschilt per management niveau.
Binnen een organisatie bestaan er drie verschillende managementniveaus:
1. Operationeel management
2. Tactische management
3. Strategisch management
HOORCOLLEGE 2:
INFORMATIESYSTEMEN:
Algemene informatie systemen:
- Financiele informatiesystemen
- Personeels informatiesystemen
- Relatiebeheersystemen
Bedrijfsspecifieke informatiesystemen:
- Canvas
- Onstage
- Gradework
- Osiris
Kantoorautomatisering:
- Tekstverwerking
- Spreadsheets
- Databasesoftware
- Presentatiesoftware
- Elektronische agenda / email
- Projectplanning
- Desktoppublishing
- Internet
Hoorcollege 3 en 4:
Database: Ruimte waarin een grote digitale berg met boeken is opgeslagen. In een database
kun je alles makkelijk terugvinden.
Klant = entiteit
Gegevens van entiteit komen in 1 database/ bestand terecht
Belangrijke dingen IT:
Kenmerken van een organisatie zijn:
a de doelstellingen van de organisatie;
b de organisatiecultuur;
c de primaire processen;
d het ontwikkelingsstadium van de organisatie;
e de organisatiestructuur;
f de rol van informatie;
g de kritieke succesfactoren.
Om deze doelstellingen meetbaar en beter hanteerbaar te maken, moet men ze
operationaliseren (meetbaar maken). Dit betekent dat het doel zodanig wordt beschreven
dat achteraf kan worden bepaald of het behaald is.
Privédoelstellingen hoeven niet altijd binnen de bedrijfsdoelstellingen te vallen. Het
management moet erop toezien dat privédoelstellingen niet de bedrijfsdoelstellingen gaan
overheersen.
Bij een formele cultuur gaan werknemers via duidelijke omgangsvormen met elkaar om. Dit
kan zich uiten in traditionele kleding, een sterke gezagsverhouding en het elkaar aanspreken
met ‘u’. In een informele cultuur kan een werknemer zich vrijer gedragen en spreekt hij zijn
collega eerder aan met ‘je’. Een ‘ondergeschikte’ kan in een dergelijke cultuur ook zijn baas
de waarheid zeggen.
Organisaties zijn in te delen in:
• Profitorganisaties. Deze hebben een winstoogmerk. Hiertoe behoren commerciële
ondernemingen, zoals Philips en Volvo.
• Non-profitorganisaties. Dit zijn organisaties zonder winstoogmerk. Hiertoe behoren
ziekenhuizen en overheidsinstellingen.
Op basis van hun primaire proces zijn bedrijven onder te verdelen in:
• productiebedrijven;
• handelsbedrijven (geen productie, wel verkoop van producten;
• dienstverlenende bedrijven. Dienstverlenende bedrijven leveren een niet-tastbaar product
(bijvoorbeeld uitzendbureaus).
Ontwikkelingsstadium van de organisatie Er is verschil tussen een organisatie die nog maar
twee jaar geleden is opgericht en een organisatie die al dertig jaar bestaat. Een organisatie
kan in een van de volgende stadia verkeren:
• pionieren;
• overleven;
• succes;
• groeien;
• evenwicht.
, Horizontale informatiestromen: Die zijn nodig om het primaire productieproces als één
geheel te laten functioneren.
Verticale informatiestroom: zorgt voor sturing van het primaire proces
Een goed geautomatiseerde informatievoorziening maakt het mogelijk om de span of
control te vergroten. Hierdoor kan er een plattere organisatiestructuur worden gecreëerd.
De rol van informatie verschilt per management niveau.
Binnen een organisatie bestaan er drie verschillende managementniveaus:
1. Operationeel management
2. Tactische management
3. Strategisch management
HOORCOLLEGE 2:
INFORMATIESYSTEMEN:
Algemene informatie systemen:
- Financiele informatiesystemen
- Personeels informatiesystemen
- Relatiebeheersystemen
Bedrijfsspecifieke informatiesystemen:
- Canvas
- Onstage
- Gradework
- Osiris
Kantoorautomatisering:
- Tekstverwerking
- Spreadsheets
- Databasesoftware
- Presentatiesoftware
- Elektronische agenda / email
- Projectplanning
- Desktoppublishing
- Internet
Hoorcollege 3 en 4:
Database: Ruimte waarin een grote digitale berg met boeken is opgeslagen. In een database
kun je alles makkelijk terugvinden.
Klant = entiteit
Gegevens van entiteit komen in 1 database/ bestand terecht